Wijziging VLAREM II inzake grondwater

Gepubliceerd op 11/04/2016

De wijziging van bijlage 2.4.1. van VLAREM II betreft de beoordeling van de chemische toestand van een grondwaterlichaam en de beoordeling van de kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam. Deze aanpassingen waren reeds aangekondigd in de ontwerpen van de stroomgebiedbeheerplannen. De Raad verwacht dat het effect beperkt zal zijn. Hij vindt het ook goed dat de ad-hoc aanpak wettelijk verankerd wordt en dat er nogmaals een maatschappelijke aftoetsing gebeurt. De nieuwe beoordelingsprocedure volgens het BRIDGE-project leidt tot meer transparantie. De Raad vraagt om de aanpak te verankeren in de cyclus van de stroomgebiedbeheerplannen. Voor grensoverschrijdende watervoerende lagen zouden de achtergrondniveaus zoveel mogelijk op basis van gezamenlijke datasets moeten bepaald worden. De wijziging geeft nog geen invulling aan de definitie van goede chemische toestand zoals gesteld in de Kaderrichtlijn water. Hij vraagt daarvoor initiatief.

De aanvulling van de beoordeling van de grondwaterkwantiteitstoestand met een criterium dat rekening houdt met het effect op aanpalende grondwaterlichamen is feitelijk relevant en correct in aanpak. Ook hier is er een grensoverschrijdend aspect wanneer de schadelijke activiteit en de effecten daarvan bij verschillende aangrenzende landen of regio’s gesitueerd zijn. Afstemming van de criteria is nodig tussen de verschillende Europese lidstaten en in het bijzonder bij de partners van ISC en IMC.

Advies
 
Bron: © Minaraad 2013