Wijziging Energiebesluit i.v.m. duurzaamheidscriteria biomassa (met SERV en SALV)

Gepubliceerd op 30/09/2016

De Minaraad ontving de adviesvraag die de aanleiding vormde voor dit advies vanwege de Vlaamse Minister van Begroting, Financiën en Energie, Bart Tommelein, en dit op 22 juni. Wat formeel voorgelegd werd, was een ontwerpwijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010. Onder meer werden er duurzaamheidscriteria vastgelegd waaraan biomassa zou moeten voldoen om bij energetische toepassing in aanmerking te komen voor aanvaardbare groenestroomcertificaten. Niet veel later besloten de Minaraad, SERV en SALV samen te werken aan dit advies, waarbij het Minasecretariaat het project "trok".

Voor de Raden hangt die duurzaamheid onder meer af van de aard en de herkomst van de gebruikte biomassa, van de verwerking ervan, evenals van de mogelijke interferentie met materialen‐ en afvalbeleid, klimaatbeleid en natuurbeleid. Voor een sluitend systeem zijn er volgende elementen nodig: (1) een eenduidige beleidsvisie, (2) een afwegingskader in relatie tot het materialenbeleid (cascade-beginsel), (3) duurzaamheidscriteria inzake bosbeheer, samen met (4) een adequate benadering van de kwestie van koolstofschuld, evenals (5) een degelijk certificatie- en controlesysteem. Mede vanuit de zorg voor een gelijk speelveld gaan de Raden er van uit dat een systeem van criteria en controle hierop pas echt sluitend zal zijn als ze op Europees niveau vastgelegd wordt. Aansluitend hierbij benadrukken de Raden dat de meningen verdeeld zijn over de wenselijkheid of het Vlaamse Gewest een voortrekkersrol op zich moet nemen inzake sommige criteria: de koolstofschuld, een “cap, en sociale criteria. Voor elk van deze kwesties bevelen de Raden aan om de argumenten die in dat verband ingebracht worden op hun waarde te toetsen en de wetenschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in vergelijkbare staten op te volgen.

Wat de gewenste beleidsvisie betreft, is het voor de Raden niet duidelijk welke rol men in de toekomst wenst te geven aan grootschalige, resp. kleinschalige installaties. Wat de relatie met materialenbeleid aangaat, stellen de Raden vast dat er in de regeling elementen verwerkt zijn die verwijzen naar het cascade-principe; de Raden bevelen aan om te onderzoeken hoe het beschikbaar studiewerk op een duidelijker wijze vertaald zou kunnen worden, zonder daarom te vervallen in een rigide toepassing van het cascadeprincipe. De Raden wijzen erop dat de afstemming met het natuurbeleid beter kan en vragen om werk te maken van een overleg met de bevoegde administraties evenals de betrokken stakeholders (natuur- en bosbeheerders), om het lokaal potentieel in bos- en natuurgebieden op een zo effectief en duurzaam mogelijke wijze in te kunnen zetten.

De Raden gaan ook in op de certificatie van de biomassastromen, waarvoor men een ministerieel besluit plant. De Raden vragen om hierover ruim te consulteren, en formuleren kenmerken waaraan het systeem zou moeten voldoen: bouw voort op bestaande systemen, zorg voor een omvattende beoordeling van de certificatieschema’s, stel leidraden op voor de kwaliteit van de risico-inschattingen, de audits van deze schema’s moeten meer omvatten dan desktop studies, en er moeten voorwaarden gelden op het vlak van communicatie en transparantie.

Wijziging Energiebesluit i.v.m. duurzaamheidscriteria biomassa

Bron: Minaraad