Vlaamse biomonitoring wordt voorbeeld voor EU

Gepubliceerd op 21/06/2004

"Een vervuild leefmilieu ligt aan de basis van veel gezondheidsproblemen bij kinderen. We moeten dit probleem zowel bij ons als op Europese schaal aanpakken".

De ministers Tavernier en Detienne vertegenwoordigen Belgi op de ministerile conferentie van de Wereld Gezondheidsorganisatie-Europa over "Milieu en Gezondheid", Boedapest, 23 tot 25 juni.

De Wereldgezondheidsorganisatie maakte vorige week bekend dat experts voor het eerst de algemene impact van leefmilieufactoren op de gezondheid van kinderen in de Europese regio hebben ingeschat (www.who.int). De Europese Regio omvat het Europese continent, Turkije, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (de voormalige USSR) en Isral. Volgens deze studie kan bijna n op drie van de ziekten die optreden tussen de geboorte en de leeftijd van 19 jaar geweten worden aan gevaarlijke en ongezonde leefomgevingen. Zo is de vervuiling van de buitenlucht verantwoordelijk voor acute en chronische infecties van de luchtwegen. Het zijn de partikeltjes die worden uitgestoten bij het verbrandingsproces die de belangrijkste oorzaak zouden vormen van de effecten op de gezondheid. In onze westerse landen is de kindersterfte zeer gering in vergelijking met de landen in het Oosten, maar de WGO raadt aan de vervuilingniveaus terug te schroeven tot het niveau van 40 g/m3, een niveau dat bij ons soms wordt overschreden. De vervuiling van de binnenlucht hangt voornamelijk samen met het gebruik van vaste brandstoffen en is vooral overheersend in de zogenaamde B-zone, met name de landen van de vroegere Sovjetunie. De problemen met water, zuivering en hygine vormen eveneens een belangrijk probleem voor de volksgezondheid. Twee miljoen inwoners hebben geen toegang tot gezond water. Een groot aantal levens kan gered worden door het ontwikkelen van infrastructuur en het verbeteren van de hygine. Lood blijft voor de kinderen het gevaarlijkste chemische toxisch product en het is verantwoordelijk voor het optreden van neurotoxische effecten in talrijke ziektegevallen bij kinderen in alle regio's van Europa, de onze inbegrepen. Ten slotte blijven ongevallen (thuis en in het verkeer) de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen en adolescenten in alle Europese regio's en komen verkeersongelukken meer frequent voor dan de andere oorzaken van ongevallen in onze regio.

Deze studie behandelde de effecten op de gezondheid die gekend zijn, en dit leidt tot zeer duidelijke aanbevelingen voor leefmilieubeleid in termen van preventie: vermindering van stofjesuitstoot, het vervangen van vaste brandstof door zuiverder brandstoffen, het verbeteren van de zuiveringsinstallaties en de hyginische omstandigheden, het vervangen van de leidingen en producten die lood verspreiden, het verbeteren van de veiligheid op de weg en thuis.

Op de 4e ministerile conferentie Milieu en Gezondheid in Boedapest (www.euro.who.int) willen de 52 lidstaten van de Wereldgezondheids-organisatie afdeling Europa dit probleem aanpakken door middel van een nieuw Actieplan Milieu en Gezondheid voor Kinderen (CEHAPE). Door hun
deelname willen Vlaams leefmilieuminister Jef Tavernier en Waals gezondheidsminister Thierry Detienne het belang van deze conferentie onderstrepen. Op een persconferentie vandaag hebben beide ministers gesteld dat ze in Boedapest namens Belgi zullen ijveren voor een sterk actieplan met duidelijke vragen aan de lidstaten en aan de Europese Unie.

Beide ministers zullen in Boedapest pleiten voor een maximale toepassing van het voorzorgsprincipe. Dit beleidsprincipe weert technologien en stoffen die
potentieel schadelijk zijn voor de gezondheid. Het voorzorgsprincipe staat momenteel onder druk vanwege industrile groepen en vanwege de VS.

Een nuttige toepassing van het voorzorgsprincipe in het kader van milieu en gezondheid is de EU ontwerp-richtlijn REACH (Registratie, Evaluatie en Aanvaarding van Chemische stoffen). Met deze richtlijn wil de Europese Commissie alle chemische stoffen in consumptiegoederen en hun effecten op de volksgezondheid in kaart brengen en vergunnen.
Minster Jef Tavernier: "Voor duizenden stoffen die frequent gebruikt worden, bestaan er geen gegevens over de effecten ervan op milieu en gezondheid. Alle Vlamingen komen dagelijks met giftige en kankerverwekkende stoffen in contact, via omgevingslucht, verpakkingen, enz.
Ongeveer 98% van de ruim 100.000 chemische stoffen die in onze productieprocessen gebruikt worden, worden momenteel op de markt gebracht zonder voorafgaandelijk voldoende getest te zijn op gezondheidseffecten. Tegelijk stellen we een stijging vast van het aantal mensen die lijden aan kanker, onvruchtbaarheid, hormoonverstoring, allergie en astma. Allemaal aandoeningen die ook veroorzaakt worden door chemische verontreiniging. Met REACH kunnen we deze problematiek preventief aanpakken. De invoering van REACH kent momenteel nog veel weerstand vanuit de chemische industrie en sommige politieke kringen. In Boedapest willen we er mee voor zorgen dat de lidstaten een vuist maken voor REACH."

In eigen land heeft de overheid niet stilgezeten op het vlak van milieu en gezondheid.

In Vlaanderen is er sinds een aantal jaren een verhoogde aandacht voor milieu en gezondheid. Eind 2002 werd binnen AMINAL de cel Milieu & Gezondheid opgericht (www.mina.be/milieugezondheid.html), die in nauwe samenwerking met de Vlaamse administratie Gezondheidszorg opereert. De cel Milieu & Gezondheid werkt aan:

  • uitwerken en uitvoeren van een onderzoeksprogramma;
  • opvolgen van het beleidsrelevant onderzoek dat uitgevoerd wordt door het Steunpunt Milieu en Gezondheid;
  • samenwerking milieu en gezondheid op nationaal vlak, europees en internationaal vlak.

De samenwerking op gebied van onderzoek werd gestimuleerd door de oprichting van het Steunpunt Milieu en Gezondheid in 2001. Dit behelst een samenwerkingsverband tussen 5 Vlaamse universiteiten, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), het Provinciaal Instituut voor Hygine (PIH), de Universiteit van Maastricht en het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel.

En van de grootste projecten die het Steunpunt Milieu & Gezondheid uitvoert is het biomonitoringsprogramma. Vlaanderen is een voortrekker in de Europese werkgroep "Biomonitoring bij kinderen", die een actieplan 2004-2010 voorbereidde. Een eerste Vlaamse meting onderzoekt onder andere de gevolgen van vervuiling op de ontwikkeling van astma en allergien bij pasgeboren kindjes. Via een tweede monitoring wordt momenteel bij 1600 15-jarigen gepeild naar de klachten aan de luchtwegen in relatie tot de blootstelling aan o.a. benzeen en poly-aromatische koolwaterstoffen. Bij hen worden bloed- en urinestalen genomen, die dan door wetenschappers onderzocht worden op "biomerkers", die een beeld geven van de vervuiling in het lichaam van de onderzochte adolescent. Het biomonitoringsprogramma richt zich op 3 leeftijdsgroepen: in september 2002 werd gestart met de monitoring van 200 pasgeborenen per aandachtsgebied, een jaar later startte de monitoring van adolescenten (14-15jarigen) en in het najaar van 2004 komt de leeftijdsgroep van 50-65jarigen aan bod. De eerste resultaten worden verwacht in 2005.

Minister Tavernier: "De Vlaamse biomonitoringsprojecten kunnen mee model staan voor een geharmoniseerde Europese aanpak. Biomonitoring laat toe om chemische verstoring te meten en in te grijpen wanneer er drempels overschreden worden. Daarmee reageren we op een probleem wanneer het
zich stelt. Om problemen te voorkomen hebben we een Europese aanpak nodig. In Boedapest zullen we daarom ijveren voor een sterk REACH programma dat moet voorkomen dat er toxische stoffen in ons voedsel, onze goederen en ons milieu terecht komen."

Op nationaal vlak startte enkele jaren geleden de samenwerking rond milieu en gezondheid met de opmaak van een Nationaal Actieplan Milieu en Gezondheid (National Environmental Health Action Plan - NEHAP). Dit is een gezamenlijk plan van gewesten, gemeenschappen en de federale overheid dat alle acties op gebied van milieu en gezondheid bundelt en afspraken maakt voor een meer constructieve en efficinte samenwerking. Gezien de bevoegdheden omtrent milieu en gezondheid zo versnipperd zijn, was dit plan en bijhorend samenwerkingsakkoord echt noodzakelijk.

info : Ron Hermans, woordvoerder van minister Tavernier
tel. : (02) 553 27 12
e-mail : persdienst.tavernier@vlaanderen.be 

Bron : persdienst Vlaamse regering