Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020 definitief goedgekeurd

Gepubliceerd op 28/06/2013

Op voorstel van Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege keurde de Vlaamse Regering vandaag het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020 definitief goed. Het bestaat uit een Vlaams Mitigatieplan, om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en een Vlaams Adaptatieplan, om de effecten van de klimaatverandering in Vlaanderen op te vangen.

Het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020 is het resultaat van het werk van een Taskforce Mitigatie en een Taskforce Adaptatie waar naast het Departement Leefmilieu (LNE) ook andere beleidsdomeinen bij betrokken waren (o.a. Energie, Wonen, Economie, Landbouw en Mobiliteit), van de Vlaamse Klimaatconferenties op initiatief van minister Schauvliege en van de rondetafels die de departementen per sector hebben georganiseerd. De voorstellen werden ook gemeten aan andere initiatieven van de Vlaamse Regering zoals het Pact 2020 en Vlaanderen in Actie.

Het voorontwerp van dit plan werd op 1 februari 2013 principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering met de vraag advies in te winnen van de strategische adviesraden en om een selectie te maken van prioritaire maatregelen die gefinancierd zullen worden door het Vlaams Klimaatfonds. Dit is intussen gebeurd.

De Vlaamse Regering kreeg adviezen van de Vlaamse Woonraad, de Mobiliteitsraad, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend erfgoed, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (gezamenlijk advies) en de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie. De Vlaamse Jeugdraad bracht uit eigen beweging een advies aan.

Een terugkerende vraag was de kostenefficiënte onderbouwing van het Vlaams klimaatbeleid. Een logische vraag, want de doelstellingen zijn ambitieus en de beschikbare middelen beperkt. Daarom is kostenefficiëntie als belangrijkste criterium gehanteerd voor de prioritering van bijkomende mitigatiemaatregelen voor financiering vanuit het Klimaatfonds.

Vlaams Mitigatieplan (VMP)

Het nieuwe Vlaamse Mitigatieplan (VMP) focust op de Europese niet-ETS broeikasgasdoelstelling van -15% in 2020 tegenover 2005 voor België. Het gaat om de sectoren die niet onder het Europees emissiehandelssysteem voor bedrijven vallen m.n. mobiliteit, gebouwen, landbouw en de (beperkte) niet-ETS onderdelen voor industrie en energie.

Het pakket VMP-maatregelen bestaat uit:

1. Bestaande maatregelen die hun doeltreffendheid bewijzen, zoals het energieprestatiecertificaat, de steun aan energiezuinige (ver)nieuwbouw, renovatiepremies, certificeringsverplichtingen voor koelinstallaties, energierecuperatie in afvalverbrandingsinstallaties enz.

2. Nieuwe maatregelen die de Vlaamse Regering al beslist heeft zoals strengere E-peileisen voor nieuwbouwwoningen, -kantoren en -scholen, de beperking van de lekverliezen van F-gassen uit koelinstallaties in de industrie enz.

Deze al geplande en al goedgekeurde nieuwe interne beleidsmaatregelen worden gefinancierd door de betrokken beleidsdomeinen en dringen de overschrijding van de Europese doelstelling terug tot ongeveer 10 Mton CO2-eq over de periode 2013-2020. Voor dit geplande en besliste interne klimaatbeleid wordt ongeveer 1,2 miljard euro voorzien.

3. Prioritaire maatregelen met klimaatfondsfinanciering op korte termijn.

Het Vlaams klimaatfonds is een nieuw financieringsmechanisme (2012). Het wordt gespijsd door de opbrengsten uit de veiling van emissierechten in het kader van de Europese emissiehandel. De timing en omvang van de inkomsten voor Vlaanderen uit de veilinginkomsten in de handelsperiode 2013-2020 hangt af van de intra-Belgische inspanningsverdeling. Aangezien de uitkomst hiervan nog onzeker is, worden enkel de nu al beschikbare middelen in het Vlaams Klimaatfonds in rekening gebracht. Dit zijn de opbrengsten van de verkoop van de restant van de nieuwkomersreserve uit de handelsperiode 2008-2012, goed voor 36,5 miljoen euro. Een deel hiervan (ca. 16,5 miljoen) wordt gebruikt om emissierechten te kopen voor het dichten van de reductiekloof tijdens de eerste Kyoto-periode (2008-2012) en een buffer aan te leggen voor de tweede Kyoto-periode (2013-2020). De resterende 20 miljoen euro is integraal beschikbaar voor de financiering van een eerste set prioritaire en kosteneffectieve maatregelen voor korte termijn (2013-2014) broeikasgasreducties in Vlaanderen.

De betrokken beleidsdomeinen hebben 33 extra interne mitigatie- maatregelen voorgesteld voor mogelijke cofinanciering vanuit het Vlaams Klimaatfonds de komende twee jaar. Ze worden getoetst aan vier hoofdcriteria: additionaliteit (toegevoegde waarde t.o.v. bestaand beleid), duurzaamheid (neveneffecten op milieu, economie en inkomensverdeling), implementatietraject (hoe snel levert het reducties op) en kostenefficiëntie (verhouding kost maatregel/impact op emissiereductie of euro’s per ton CO2-reductie). De Vlaamse Regering voorziet klimaatfondsfinanciering voor de best scorende voorstellen. Door het aandeel klimaatfondsfinanciering te beperken worden er in al de niet-ETS sectoren maatregelen ondersteund en wordt zo een brede aanzet geven tot emissiereducties.

In de eerste plaats wordt het grote kostenefficiënte reductiepotentieel in de Vlaamse gebouwen aangesproken. Via financiële instrumenten worden energiebesparingen in residentiële en tertiaire gebouwen nog sterker gestimuleerd. Zo wordt bijna 8 miljoen euro geïnvesteerd in grondige energierenovatie van sociale woningen. Daarnaast zal het Klimaatfonds de premies voor energierenovaties in woningen en gebouwen versterken, en een subsidie geven voor telemetriesystemen in scholengroepen om sluimerverbruik tegen te gaan en afwijkingen in verbruikspatronen sneller op te sporen.

In de tweede plaats mikt de Vlaamse Regering op professioneel advies en bewustmaking. Met het Klimaatfonds wordt de uitbouw van consulenten of energie-adviseurs mogelijk gemaakt in een ruime waaier van sectoren: landbouw, KMO’s, onroerend erfgoed, logistiek en toerisme.

Ten derde zal het Klimaatfonds in de landbouwsector een pilootproject om laagwaardige restwarmte te gebruiken in een glastuinbouwcluster ondersteunen en middelen verschaffen voor het stimuleren van kleinschalige vergisters op landbouwbedrijven.

Tenslotte, zal in de sector mobiliteit cofinanciering voorzien worden voor een proefproject biogasrijden voor minibussen van De Lijn, zal de uitbouw van extra walstroominfrastructuur voor de binnenvaart gestimuleerd worden en zal geïnvesteerd worden in meer elektrische laadpalen op carpoolparkings. Met al deze extra maatregelen erbij wordt de reductiekloof tot ongeveer 9 Mton CO2-eq teruggebracht.

Voor de langere termijn (na 2015) komt er een nieuw financieringsmechanisme om met het Vlaams Klimaatfonds projecten of maatregelen te ondersteunen in functie van hun bereikte broeikasgasreducties en kostenefficiëntie.

Vlaams Adaptatieplan (VAP)

Ook Vlaanderen moet rekening houden met een temperatuurstijging, drogere zomers (met enkele hevige buien), nattere winters en een stijging van de zeespiegel. Vlaanderen daarop voorbereiden en weerbaar maken, is de opdracht.

De adaptatiemaatregelen bouwen in grote mate voort op bestaande maatregelen. Ook zal dit VAP door andere beleids- en beheersplannen snijden, zoals het beleidsplan Ruimte en de stroomgebiedbeheersplannen. De concrete maatregelen gaan o.m. om het evenwicht tussen de aanvulling en onttrekking van grondwater, het beperken van het risico op wateroverlast, een verbetering van de structuur van de waterloop, erosiemaatregelen, een betere locatie- en materiaalkeuze bij nieuwe bouwplannen enz. Omdat watertekort of overstromingen ook hun gevolgen zullen hebben voor de industrie en de diensten, komt er een overleg met de verzekeringssector en wordt binnen het Nieuw Industrieel Beleid een klimaatstrategie ontwikkeld. Voorlopig zijn al 74 maatregelen opgelijst.

Belangrijk is dat adaptatie structureel verweven wordt in het beleid en in de werking van de beleidsdomeinen. Zij blijven daarmee zelf verantwoordelijk voor de maatregelen (nieuwe initiatieven, opvoeren van bestaande acties, …), net als voor de beleidsmatige en financiële sturing en bekostiging ervan. Meer algemeen moet adaptatie per definitie kosteneffectief zijn, m.a.w. de kosten van adaptatie moeten lager zijn dan de voorkomen schade.

Opvolging

Over de doeltreffendheid van de maatregelen voor het mitigatiebeleid brengt de Vlaamse minister van Leefmilieu d.m.v. een voortgangsrapport aan de Vlaamse Regering elk jaar verslag uit. De jaarlijkse rapportering gebeurt op basis van informatie die de diverse beleidsvelden aandragen. Daaruit moet ook blijken of bijkomende maatregelen nodig zijn om de doelstellingen te halen.

Voor het adaptatiebeleid wordt een systeem geïntroduceerd waarbij de beleidssectoren via een centrale persoon (piloot) jaarlijks terugkoppelen naar de Vlaamse Taskforce Adaptatie over de status van de door hem uit te voeren maatregelen. Daarnaast komt een systeem dat zal nagaan in welke mate klimaatadaptatie al dan niet ingeburgerd is in de beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid.

Iedereen kan bijdragen

Tot slot toont een recente Europese studie het enorme reductiepotentieel van gedragsverandering. Europese consumenten kunnen kiezen voor klimaatvriendelijker gedrag: gezonder en evenwichtiger eten, kleinere of elektrische wagens gebruiken, meer telewerken, de verwarming lager zetten… Al deze gedragsveranderingen samen kunnen de broeikasgasuitstoot in Europa met 600 miljoen ton CO2-eq/jaar doen dalen in 2020, d.w.z. een kwart van de jaarlijkse emissies in de Europese niet-ETS sector.

Vlaams minister Joke Schauvliege: "De maatregelen van het Vlaams Klimaatbeleidsplan zijn stuk voor stuk investeringen in de Vlaamse groene economie die moeten leiden tot meer groeikansen en jobs. Dit mag ons niet ontslaan van ons eigen engagement. Ook ons gedrag en onze keuzes van elke dag bepalen voor een groot stuk de broeikasuitstoot. Op de website www.klimaattips.be vindt u suggesties van wat elke Vlaming kan doen om mee te werken aan een gezonder klimaat. Want de oplossing begint ook bij elk van ons.”

 

Bron : Persbericht Joke Schauvliege, Vlaams minister van leefmilieu, natuur en cultuur

________________________

 

Extra info :