Uitstoot luchtverontreiniging en broeikasgassen in Vlaanderen daalt

Gepubliceerd op 25/04/2014

Vlaanderen stoot aanzienlijk minder verontreinigende stoffen en broeikasgassen uit dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit het jongste emissierapport Lucht voor 2012 van de Vlaamse Milieumaatschappij (zie: www.vmm.be/pub).

Naast factoren als de economische crisis en meteorologische omstandigheden is de daling gerealiseerd door ingrepen zoals:

  • de invoering van strengere emissiegrenswaarden voor de industrie in de Vlaamse milieuwetgeving (VLAREM), zowel algemeen als sectoraal;
  • het sluiten van milieubeleidsovereenkomsten met de chemiesector, glasproducenten en elektriciteitsproducenten die de efficiëntie van hun energieverbruik, procesvoering en afgasreiniging verbeterde;
  • en het gebruik van fossiele brandstoffen met een lager zwavelgehalte, de overschakeling op aardgas en de afname van het steenkoolverbruik.

 

De daling sedert 2000 zet zich ook in 2012 door. Zo is de uitstoot van dioxines, polychloorbifenyl (PCB’s) en hexachloorbenzeen (HCB) met respectievelijk 37%, 97% en 49% gezakt ten opzichte van 2000. De emissies van zware metalen daalden in de periode 2000-2012 van 12% voor koper tot 96% voor vanadium.

De emissies van totaal stof, PM10 en PM2.5 verminderden in 2012 met respec­tievelijk 6%, 7% en 7% ten opzichte van 2000. De emissie van elementair koolstof (EC) nam zelfs af met 30%. Deze reducties zijn onder meer toe te schrijven aan de aangescherpte euronormen voor nieuwe voertuigen. De niet-uitlaatemissies (door slijtage van het wegdek, de banden en de remvoering) stijgen evenwel door het toenemende aantal voertuigen.

De verzurende emissie, verantwoordelijk voor de ‘zure regen’, is sinds 2000 met 44% afgenomen. Dit is onder meer te danken aan de dalende uitstoot van SO2 (-72%). De uitstoot van ozonvormende stoffen, voornamelijk stik­stofoxiden en vluchtige organische stoffen - vooral van het verkeer en de industrie - is in diezelfde periode met meer dan een derde verminderd. De ozonafbrekende emissies, verantwoordelijk voor het ‘gat in de ozonlaag’, zijn sinds 2000 met liefst 82% afgenomen ten ge­volge van een verscherpte reglementering.

 

Huishoudens en verkeer

Het segment van de huishoudens en het verkeer in de totale emissie wordt belangrijker. Zo tonen recent onderzoek en nieuwe inzichten aan dat het gebruik van kachels en open haarden het aandeel van de huishoudens in de emissies doet stijgen. Volgens de laatste inschattingen van de VMM nemen sinds 2000 de emissies van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) vooral door gebouwenverwarming zelfs toe.

Vandaar dat het naast sensibilisering (http://www.stookslim.be/) en een strengere productnormering (federale bevoegdheid) belangrijk is om ook de uitstoot te beperken door bijvoorbeeld gebouwen beter te isoleren. De combipremie hogerendementsglas/muurisolatie, een maatregel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 29 november 2013, past in deze context.

Ook het wegverkeer heeft zijn invloed. Waar bijvoorbeeld voor elementair koolstof de strengere euronormen effectief de uitstoot hebben doen dalen, ligt de emissie van stikstofoxiden veel hoger dan waar Europa vanuit ging. Het Vlaams Luchtkwaliteitsplan, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 30 maart 2012, is onder meer gericht op het terugdringen van verkeersemissies met maatregelen zoals de vergroening van de Belasting op Inverkeerstelling (ingevoerd maart 2012), dynamisch verkeersmanagement, de uitbouw van een milieuvriendelijk bussenpark, de introductie van aardgas als brandstof,… (www.lne.be/themas/luchtverontreiniging).

Het volledige rapport met alle cijfermateriaal vindt u op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij: http://www.vmm.be/pub

Bron : Persbericht Joke Schauvliege, Vlaams minister van leefmilieu, natuur en cultuur