22/06/2018

Stuurgroep leefmilieukwaliteit in Genk-Zuid

Terug naar artikeloverzicht

Op 21 juni ll. vond de stuurgroep leefmilieukwaliteit Genk-Zuid plaats waarin de betrokken gemeenten, provincie Limburg, Vlaamse overheidsdiensten en het lokale bedrijfsleven zetelen. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stelde de nieuwe meetresultaten lucht voor. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) maakte een inschatting van de betekenis van de meetresultaten voor de gezondheid van de omwonenden van het industriegebied.

Voorafgaand werd de recente brand bij Stelimet besproken. De stuurgroep Genk-Zuid wenst haar ongenoegen te uiten over het feit dat de afgesproken maatregelen slechts langzaam in uitvoering komen en dat de opgelegde bijkomende milieuvoorwaarden in beroep werden verworpen. De herhaaldelijke branden van de afgelopen 2 jaar zijn niet alleen vanuit veiligheidsstandpunt te betreuren maar hebben ook een milieu-impact op onder andere de waarden van PCB en dioxines. De stuurgroep heeft dan ook afgesproken om in overleg met de verschillende overheden te komen tot een dwingend kader voor schrootverwerkende bedrijven in Vlaanderen. Concreet zal er een vraag aan de minister van omgeving gesteld worden om de nodige initiatieven te nemen. Provincie, stad Genk en de afdeling Handhaving van de Vlaamse overheid zullen samen overleggen welke concrete maatregelen zij op korte termijn kunnen nemen naar het bedrijf Stelimet toe. We hopen dat met deze aanpak de milieu-impact van schrootverwerkende bedrijven in Genk-Zuid (Genk en Zutendaal) zal minderen.

Hoe zit het met de luchtkwaliteit in 2017?

Zware metalen

In 2017 respecteerde het jaargemiddelde van lood, arseen en cadmium de Europese grens- en streefwaarden. In 2017 stegen de nikkelconcentraties waardoor het jaargemiddelde op één meetplaats de Europese streefwaarde lichtjes overschreed. In deze periode stegen ook de productievolumes bij Aperam en was er 20% meer zuidwestenwind dan normaal. Daarnaast waren in 2017 de chroom- en mangaanconcentraties verhoogd in de regio Genk. Voor chroom en mangaan zijn er geen Europese streefwaarden. Uit de toetsing blijkt dat het gemiddelde van kwik (6,9 ng/m³) in 2017 ver onder de advieswaarde (1.000 ng/m³) gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) lag. 

Andere parameters

De VMM voert dioxine- en PCB-depositiemetingen uit in de Swinnenweyerweg (industriezone) en in de dichtstbijzijnde woonzone, met name in het meest zuidelijke deel van Langerlo in de Loskaaistraat. De gemeten deposities van dioxines en PCB in de woonzone zijn veel lager dan deze in de industriezone. In 2017 was één van de zes maandstalen hoger dan de maandgemiddelde drempelwaarde. Deze hoge waarde in juni-juli 2017 zorgde er mee voor dat de jaargemiddelde drempelwaarde overschreden werd in de woonzone in 2017. In 2018 lagen de maandgemiddelden van de eerste twee meetperioden onder deze drempelwaarde. Deze drempelwaarden zijn niet opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De VMM gebruikt de drempelwaarden om aan te geven/in te schatten welke regio’s opvolging verdienen. De verontreiniging is het hoogst in de industriezone zelf, vlak bij Stelimet. Aangezien er op deze locatie geen link met de voedselketen is, gebeurt er op deze locatie geen toetsing aan de drempelwaarden.

Vanaf 2009 meet de VMM de concentraties aan vluchtige organische stoffen zoals tolueen in de Mondeolaan. In 2017 was er twee maal een overschrijding van de WGO-geurdrempel voor tolueen. De WGOweekadvieswaarde werd gerespecteerd. Voor tolueen is er, sinds 2015 opnieuw een stijgende trend. Voor benzeen werden de Europese grenswaarde en VLAREM-grenswaarde niet overschreden.

De VMM meet fijn stof (PM10 en PM2,5) in Diepenbeek. Ook voor fijn stof voldeden alle gemeten concentraties aan de Europese grenswaarden. De WGO-advieswaarde voor de daggemiddelde PM10-concentratie werd voor het eerst gehaald in 2016, maar werd in 2017 opnieuw overschreden. De overige WGO-advieswaarden voor PM10 en PM2,5 werden ook overschreden. Dit was vergelijkbaar met de rest van Vlaanderen. Voor PM2,5 was er op alle meetplaatsen in Vlaanderen een overschrijding van de WGO-advieswaarden, voor PM10 op 31 van de 36 meetplaatsen voor de WGO-jaaradvieswaarde en op alle meetplaatsen voor de WGO-dagadvieswaarde.

De VMM meet polycyclische aromatische koolwaterstoffen in fijn stof (PM10) in de Bethaniëstraat. Op deze meetplaats ligt het jaargemiddelde van 2017 voor benzo(a)pyreen op 0,16 ng/m3 en dus ruim onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3 . Dit jaargemiddelde is vergelijkbaar met het jaargemiddelde van het volledige Vlaamse meetnet (0,16 ng/m3 ).

Hoe zit het met de impact op de gezondheid van de omwonenden?

Zware metalen

Er blijft een verhoogd risico op gezondheidseffecten bestaan door de aanwezigheid van zware metalen in de omgevingslucht. Dit risico is het hoogst in de nabijgelegen woonzones ten noordoosten van de industriezone Genk-Zuid. AZG beoordeelt dit extra risico niet als onaanvaardbaar hoog, maar vooral de concentraties (zeswaardig) chroom en in mindere mate nikkel zijn gezondheidskundig niet verwaarloosbaar. De longen zijn het meest gevoelig voor blootstelling aan deze zware metalen: levenslange blootstelling aan de gemeten concentraties houdt een extra risico op longkanker in. Verdere inspanningen om de emissies te doen dalen, zeker voor zeswaardig chroom, blijven vanuit gezondheidskundig standpunt wenselijk.

Andere parameters

De dioxine-achtige-PCB’s in het meest zuidelijke deel van de woonzone Langerlo blijven een aandachtspunt. De bewoners van deze woonzone kunnen blootstelling vermijden door geen eieren van eigen kippen te eten, zoals reeds in het verleden geadviseerd.

De gemeten concentraties fijn stof, benzeen en PAK’s in de omgeving van Genk-Zuid zijn gezondheidskundig relevant maar de concentraties zijn evenwel vergelijkbaar met de situatie in de rest van Vlaanderen.

Preventietips

Door het toepassen van enkele eenvoudige preventietips kunnen de risico’s aanzienlijk verlagen. Deze kan je terugvinden op www.genk.be/genkzuid. Natuurlijk blijft bronopsporing en bronaanpak de belangrijkste maatregel.

Verdere acties

Mede ingegeven door de bijzondere voorwaarden opgenomen in de milieuvergunning van Aperam onderzocht het bedrijf bijkomende technische maatregelen, naast de reeds vele inspanningen die in het verleden werden geleverd, om een daling van de chroom- en nikkelconcentraties te realiseren. Er werd een overzicht gegeven van de reeds uitgevoerde en geplande acties, inclusief de voorziene timing. Over de voortgang zal er jaarlijks gerapporteerd worden. Concreet werden bijkomende acties rond de reductie van nikkel en chroom aangehaald, waarbij deze acties voornamelijk focussen op de aanpak van diffuse emissies. We weten uit ervaring dat de aanpak van diffuse emissies moeilijker is maar het bedrijf voorziet hieromtrent toch bijkomende maatregelen met een verwachte impact. Ook de aanpak voor een verdere reductie van zeswaardig chroom werd in de studie onderzocht en hiervoor is eveneens een actieplan gestart, dat verder loopt tot 2020. In het verleden werden hieromtrent reeds de best beschikbare technieken geïmplementeerd. De verdere stappen vergen optimalisaties in het proces. De impact ervan zal in de volgende driejaarlijkse meetcampagne, eind 2019, duidelijk worden. De VMM voerde tot nu metingen van dioxines en PCB uit op 2 locaties in de regio Genk. In de industriezone meet de VMM op het terrein van Aquafarm. Gelet op de sluiting van de centrale van Langerlo, heeft de VMM nieuwe meetlocaties gezocht. Vanaf 18 juni wordt er tijdelijk op 4 locaties gemeten. Metingen in de omgeving van Stelimet blijven noodzakelijk, de VMM meet op deze locatie dioxine- en PCB-deposities die behoren tot de hoogste van het Vlaamse meetnet.

Vanuit het departement Omgeving lopen de campagnes “Gezond uit eigen grond” en “Stook slim”ook in 2018 verder.

De resultaten van de humane biomonitoringscampagne, die in opdracht van de stad Genk, de gemeente Diepenbeek, het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid en het departement Omgeving en met financiële steun van de provincie Limburg en de Vereniging Industriëlen Genk werd uitgevoerd, werden begin maart uitgebreid gecommuniceerd. De rapporten zijn nog steeds raadpleegbaar via de websites van de stad Genk en de gemeente Diepenbeek: www.genk.be/genk-zuid en www.diepenbeek.be/genk-zuid.

De stuurgroep Genk-Zuid blijft de situatie nauwgezet opvolgen en zorgt voor een verdere gecoördineerde aanpak. 

 

Bron: Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Overheid