Studie internationale vergelijking van de elektriciteits- en aardgasdistributienettarieven

Gepubliceerd op 01/02/2019

De voorbije maanden voerde PwC in opdracht van de VREG een studie uit met als doel een internationale vergelijking van de elektriciteits- en aardgasdistributienettarieven en de totale energiefactuur in de jaren 2014-2018.


De studie vergelijkt de distributienettarieven voor 13 verschillende types netgebruikers – 9 voor elektriciteit en 4 voor aardgas – tussen de verschillende distributienetbeheerders in Vlaanderen onderling, maar ook tussen Vlaanderen en de ons omringende gewesten en landen: Brussel, Wallonië, Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Ze vergelijkt ook de totale energiefactuur tussen deze regio’s.


Uit het onderzoek blijkt:

  • Vlaamse gezinnen en bedrijven, aangesloten op laagspanning, betalen een hogeelektriciteitsfactuur in vergelijking met de andere landsdelen en de buurlanden.
  • De elektriciteitsfactuur van bedrijven met een groter verbruik, aangesloten op een hogerspanningsniveau, ligt meer in lijn met de ons omringende regio’s.
  • Vlaamse gezinnen en bedrijven betalen een lage aardgasfactuur in verhouding tot de anderelandsdelen en buurlanden.
  • Voor de injectie van elektriciteit betalen bedrijven in Vlaanderen meer dan in de buurlanden.

Uit de analyse van de distributienettarieven en de verschillende componenten waaruit deze zijn opgebouwd leiden we af dat de nettarieven voor een groot deel bijdragen tot deze vaststellingen. Vooral de doorrekening van de openbaredienstverplichtingen via de nettarieven en de toeslagen verklaart de hoge factuur voor elektriciteit enerzijds en de lage factuur voor aardgas anderzijds.

Ook binnen Vlaanderen stellen we belangrijke verschillen vast tussen de nettarieven van de distributienetbeheerders.

“We stellen vast dat er sterke verschillen zijn in de lasten die door de overheid aan de verschillende energiedragers worden opgelegd. De kosten voor de openbaredienstverplichtingen bedragen 1,2 miljard euro per jaar en worden momenteel bijna uitsluitend doorgerekend via de elektriciteitsfactuur. Gelet op elektrificatie (warmtepompen, elektrische voertuigen) en groei van decentrale hernieuwbare productie is elektriciteit nochtans de energiedrager van de toekomst. Om te evolueren naar een koolstofarm energiesysteem geeft dit dus een verkeerd signaal. Wij pleiten dan ook voor een andere financieringsvorm van deze verplichtingen.” zegt Pieterjan Renier, Algemeen directeur van de VREG.

Welke types netgebruikers worden beschouwd in de studie?

De vergelijkingen in de studie werden uitgevoerd op basis van gebruiksprofielen voor 4 residentiële en 3 professionele elektriciteitsverbruikers, 2 elektriciteitsproducenten, 1 residentiële en 3 professionele aardgasverbruikers, allen aangesloten op het distributienet. De grootste professionele elektriciteitsverbruiker in de studie heeft een afname van 2 GWh; de grootste professionele aardgasverbruiker een afname van 15 GWh.

Vergelijking van de distributienettarieven in Vlaanderen

De studie identificeert belangrijke verschillen tussen de nettarieven van de verschillende distributienetbeheerders in Vlaanderen.

In 2018 bedroeg het verschil in distributienettarief tussen de goedkoopste en duurste distributienetbeheerder voor een gezin met een tweevoudige meter en een elektriciteitsverbruik van 3.500 kWh/jaar 45%. Dit verschil liep op tot 70% voor de grootste professionele netgebruiker opgenomen in de studie. Voor aardgas bleken de verschillen tussen de goedkoopste en duurste distributienetbeheerder nog groter. Deze liepen in 2018 op van ruim 75% voor een gezin met een aardgasverbruik van 23.260 kWh/jaar tot meer dan een viervoudig verschil voor de grootste professionele netgebruiker opgenomen in de studie.

De opbouw van de distributienettarieven blijkt ook heel verschillend voor elektriciteit versus aardgas.

Vooral bij gezinnen en bedrijven aangesloten op laagspanning is het aandeel van de openbaredienstverplichtingen aanzienlijk. Het gaat o.a. om de opkoopverplichting van steuncertificaten, premies rationeel energieverbruik, kosten voor sociale openbare dienstverplichtingen en openbare verlichting. Voor een gemiddeld gezin vertegenwoordigde deze component in 2018 bijna de helft van de totale elektriciteitsdistributienetfactuur. Voor een gemiddeld gezin dat verwarmt met aardgas – en bij uitbreiding voor alle in de studie opgenomen bedrijven met aardgasverbruik – maakten de openbaredienstverplichtingen daarentegen slechts een beperkt deel van de totale distributienetfactuur uit.

Distributienettarieven in Vlaanderen voor een gemiddeld gezin
(elektriciteit: jaarverbruik 3.500 kWh; aardgas: jaarverbruik 23.260 kWh)
 
 

Vergelijking van de distributienettarieven voor de afname van elektriciteit met de omringende regio’s

De internationale vergelijking van de distributienettarieven is een heel complexe oefening omdat de specifieke opbouw van de nettarieven verschilt tussen regio’s en omdat in een aantal buurlanden geïntegreerde nettarieven van toepassing zijn die niet enkel de kosten voor distributie, maar ook de kosten voor transmissie/transport omvatten. De resultaten in de studie moeten daarom met de nodige voorzichtigheid benaderd worden.

PwC concludeert dat Vlaanderen voor een gemiddeld gezin – en bij uitbreiding voor alle in de studie opgenomen netgebruikers aangesloten op laagspanning – in 2018 de hoogste distributienettarieven voor elektriciteit had. Zoals al vermeld, vormt de aanzienlijke doorrekening van openbaredienstverplichtingen via de nettarieven hier de belangrijkste verklaring voor. Ook in de andere Belgische gewesten was dit, hetzij in beperktere mate, het geval. Wanneer enkel de aan het netgebruik gerelateerde kosten in de elektriciteitstarieven worden beschouwd, waren de Belgische regio’s wél vergelijkbaar met de buurlanden. Voor bedrijven aangesloten op middenspanning blijken de Vlaamse distributienettarieven competitiever. Voor een bedrijf met een elektriciteitsverbruik van 160 MWh/jaar en een jaarpiek van 100 kW situeerde Vlaanderen zich in 2018 in de middenmoot. Voor de grootste professionele netgebruiker opgenomen in de studie (verbruik van 2 GWh/jaar en jaarpiek van 500 kW) was Vlaanderen zelfs de op één na goedkoopste, na Nederland. Het aandeel van de component openbaredienstverplichtingen in de netfactuur is voor deze klanten duidelijk beperkter.

Distributienettarieven afname elektriciteit voor een gemiddeld gezin en gemiddeld bedrijf
(gezin: jaarverbruik 3.500 kWh; bedrijf: jaarverbruik 160 MWh)
 

 

Vergelijking van de distributienettarieven voor de injectie van elektriciteit met de omringende regio’s

De distributienettarieven voor de injectie van elektriciteit blijken hoog in vergelijking met de buurlanden. Voor beide bedrijven met productie-installatie opgenomen in de studie was enkel Wallonië in 2018 duurder. In vergelijking met de nettarieven aangerekend voor de afname van elektriciteit, betalen Vlaamse netgebruikers voor hun injectie echter relatief weinig.

Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk tonen zich consistent goedkoper voor zowel de afname als de injectie van elektriciteit.

Vergelijking van de distributienettarieven voor aardgas met de omringende regio’s

PwC concludeert dat de aardgasdistributienetfactuur in Vlaanderen laag is in vergelijking met de omringende regio’s. Voor een gemiddeld gezin waren enkel het Verenigd Koninkrijk en Nederland in 2018 goedkoper. Voor bedrijven met aardgasverbruik zijn de distributienettarieven nog competitiever. Vlaanderen was in 2018 zelfs het goedkoopst voor de grootste professionele netgebruiker opgenomen in de studie (verbruik van 15 GWh/jaar). Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hadden voor dergelijke bedrijven een netfactuur die de Vlaamse 3 tot 5 keer oversteeg.

Distributienettarieven aardgas voor een gemiddeld gezin en gemiddeld bedrijf
(gezin: jaarverbruik 23.2600 kWh; bedrijf: jaarverbruik 15 GWh)

 

Vergelijking van de totale energiefactuur voor een gemiddeld gezin

Voor de internationale vergelijking van de totale energiefactuur werden in de studie de verschillende factuuronderdelen gecategoriseerd in 4 verschillende componenten:

  • zuivere energiekosten;
  • zuivere netwerkkosten (incl. alle netgebonden componenten vervat in de transmissie/transport- endistributienettarieven);
  • andere kosten (incl. de door de leverancier aangerekende bijdrage groene stroom en WKK inVlaanderen, alle niet-netgebonden componenten vervat in de nettarieven, taksen en heffingen);
  • btw (enkel van toepassing op de gezinnen).

Uit de studie blijkt dat een gemiddeld gezin in Vlaanderen in 2018 de op één na hoogste elektriciteitsfactuur betaalde van alle onderzochte regio’s. Bij de vergelijking van de distributienettarieven bleek Vlaanderen de duurste regio, maar op niveau van de totale elektriciteitsfactuur steekt Duitsland Vlaanderen voorbij. De koppositie voor Duitsland is hoofdzakelijk te wijten aan de aanrekening van de ‘EEG Umlage’, een toeslag voor de financiering van hernieuwbare energiebronnen.

De aardgasfactuur voor een gemiddeld gezin in Vlaanderen was in 2018 het op één na laagst van alle regio’s; enkel het Verenigd Koninkrijk bleek goedkoper. Het Verenigd Koninkrijk kende – zowel voor elektriciteit als aardgas – voor gezinnen de hoogste zuivere energiekost, maar door de relatief lage netwerkkosten, andere kosten en btw waren ze toch telkens het goedkoopst. Nederland tenslotte had in 2018 de hoogste aardgasfactuur voor een gemiddeld gezin, ondanks de laagste netwerkkosten van alle regio’s.

Total energiefactuur voor een gemiddeld gezin
(elektriciteit: jaarverbruik 3.500 kWh; aardgas: jaarverbruik 23.260 kWh)

 


Vergelijking van de totale energiefactuur voor een gemiddeld bedrijf

Wat betreft de elektriciteitsfactuur blijkt de relatieve positie van Vlaanderen voor bedrijven aangesloten op middenspanning in 2018 iets beter dan deze van de gezinnen. Een bedrijf met een elektriciteitsverbruik van 160 MWh/jaar en een jaarpiek van 100 kW betaalde de op twee na hoogste elektriciteitsfactuur van alle bekeken regio’s. Voor de grootste professionele netgebruiker opgenomen in de studie (verbruik van 2 GWh/jaar en jaarpiek van 500 kW) was Vlaanderen – net als bij de vergelijking van de distributienettarieven – zelfs de op één na goedkoopste, na Nederland. Ook voor de bedrijven kende Duitsland de hoogste factuur van alle regio’s.

De factuur van de Vlaamse bedrijven met aardgasverbruik bleek in 2018 telkens de laagste te zijn van alle regio’s. Ook hier werd voor Nederland de hoogste aardgasfactuur vastgesteld, ondanks de laagste netwerkkosten.

Totale energiefactuur voor een gemiddeld bedrijf
(elektriciteit: jaarverbruik 160 MWh; aardgas: jaarverbruik 116.280 kWh)

 

Meer informatie vindt u in de studie.
 

Bron: © 2019 VREG