Stemming wetgevingspakket REACH

Gepubliceerd op 17/11/2005

Ten aanzien van het wetgevingspakket REACH (registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen) zijn meer dan 1000 amendementen ingediend. De stemming neemt tweenhalf uur in beslag. Uiteindelijk neemt het Europees Parlement het Commissievoorstel aan met 407 stemmen voor, 155 tegen, bij 41 onthoudingen. De wetgevende resolutie wordt met 398 stemmen voor, 148 stemmen tegen, bij 36 onthoudingen aangenomen.

Eerst worden de amendementen van de milieucommissie in stemming gebracht. De meeste van deze amendementen worden aangenomen.
 
Het toepassingsgebied van de verordening
 
Het EP volgt het standpunt van de milieucommissie. Daaronder amendement 322, dat een aantal stoffen van de verplichting tot registratie uitzondert (onder andere staal en de gassen stikstof, argon en kooldioxide). Ook onbewerkte ertsen worden uitgezonderd (amendementen 323 en 324). Het EP neemt ook een blok amendementen (462-479) aan van Giles CHICHESTER (EVP-ED, UK) en anderen. Deze amendementen voorzien in meer uitzonderingen van de registratieplicht, zoals voor mineralen, ertsen, cokes en procesgassen als hoogovengassen.
 
Stoffen in artikelen
 
Amendementen van PES, ALDE, de GROENEN/EVA en EVL/NGL worden aangenomen die fabrikanten van artikelen een registratieverplichting opleggen indien aan onder meer de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de stof is in totale hoeveelheden van meer dan 1 ton per jaar per producent of importeur in die voorwerpen aanwezig en;
  • de stof is aanwezig in een hogere concentratie dan de limiet van de concentratie van 0,1% voor persistente, zich in organismen ophopende stoffen of stoffen die een schadelijk effect op de hormoonhuishouding hebben, en;
  • de producent of importeur kan blootstelling van mens of het milieu aan de stof gedurende de levenscyclus van het voorwerp niet uitsluiten.

Registratie
 
De compromisamendementen van PES, EVP-ED en ALDE (nummers 367-413) worden met grote steun (438 stemmen voor, 144 tegen, bij 15 onthoudingen) aangenomen. Deze amendementen bepalen dat binnen drie jaar die stoffen moeten zijn geregistreerd die:

  • in hoeveelheden van meer dan 1000 ton per jaar worden geproduceerd of ingevoerd;
  • in hoeveelheden van meer dan n ton per jaar worden geproduceerd of ingevoerd en kankerverwekkend of mutageen zijn of de vruchtbaarheid aantasten;
  • in hoeveelheden van meer dan 100 ton per jaar worden geproduceerd of ingevoerd en als buitengewoon giftig voor waterorganismen zijn geclassificeerd en langdurige nadelige gevolgen voor het aquatisch milieu kunnen hebben.

Voor de stoffen die giftig zijn voor waterorganismen en die in hoeveelheden van minder dan 100 ton (maar meer dan n ton) worden geproduceerd of gemporteerd, geldt een registratieverplichting binnen zes jaar (amendementen 373 en 374).
 
Het meest controversile aspect van de registratie en van REACH in het algemeen ligt op het vlak van de hoeveelheden en de kosten van de gegevens die moeten worden aangeleverd vooraleer een stof geregistreerd kan worden. Het compromis zwakt de vereisten terzake af.
 
Voor stoffen in hoeveelheden tussen n en 10 ton (amendementen 394 en 396) worden twee verplichte testen toegevoegd: naar acute toxiciteit en gemakkelijke bioafbreekbaarheid. De volledige te volgen procedure (beschreven in bijlage 5 bij de verordening) wordt echter alleen van toepassing voor chemicalin die aan bepaalde voorwaarden voldoen: de stoffen die kankerverwekkend of mutageen zijn, de vruchtbaarheid aantasten, zeer persistent zijn of zich ophopen in het lichaam. Voor overige stoffen wordt de procedure verlicht.
 
De test inzake de effecten van een substantie op de menselijke ontwikkeling wordt van bijlage VI naar bijlage VII verplaatst. Dit betekent dat deze test niet verplicht is voor stoffen die in meer dan tien ton per jaar worden vervaardigd of ingevoerd, maar slechts voor stoffen die in meer dan 100 ton per jaar worden geproduceerd of ingevoerd.
 
Verdere uitzonderingen van testverplichtingen kunnen worden verleend op basis van criteria met betrekking tot de blootstelling aan stoffen. De Europese Commissie dient dergelijke criteria binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van de verordening via de comitologieprocedure op te stellen (amendement 389). Bovendien dienen de in Richtlijn 87/18/EEG vastgestelde beginselen van goede laboratoriumpraktijken nog slechts te worden nageleefd bij de uitvoering van nieuwe laboratoriumproeven waarbij gewervelde dieren zijn betrokken (375).
 
Het compromis handhaaft het principe n stof, n registratie. Bedrijven zullen testgegevens dus met andere bedrijven moeten delen. Dit principe wordt zelfs uitgebreid tot alle tests (niet alleen dierproeven). Er worden wel nieuwe opt-out criteria gentroduceerd (379, 382). Opt-outs moeten gerechtvaardigd zijn en door andere partijen kunnen worden aangevochten. Het Europees Chemicalinagentschap (ECA) krijgt het laatste woord. Wat de kosten van registratie betreft, bepaalt het EP dat iedere registrant die tot een consortium behoort, een aandeel in de registratievergoeding betaalt dat evenredig is aan zijn productie-/invoervolume. De bescherming van de testgegevens wordt verlengd van tien tot vijftien jaar (383-385).
 
En stof, n registratie
 
Met betrekking tot het principe n stof, n registratie (OSOR: one substance, one registration), neemt het Parlement het compromis van de PES, ALDE, Groenen/EVA, EVL/NGL en de milieucommissie aan (amendementen 358, 125, 148-150, 154-155, 327).
 
Volgens dat compromis betaalt iedere registrant de registratiekosten naar rato van zijn productie- of importvolume (358, 150) en wordt het verplicht delen van informatie uitgebreid tot gegevens afkomstig uit dierproeven op niet-gewervelde dieren (125, 148).
 
Beoordeling
 
Op het gebied van de beoordeling van stoffen volgt het Parlement de milieucommissie. Bepaald wordt dat het ECA de lijst van de met voorrang te beoordelen stoffen op zijn website publiceert (193). Een lidstaat kan het ECA op elk ogenblik van een nieuwe stof op de hoogte brengen, waanneer hij in het bezit is van informatie die erop wijst dat er een gevaar bestaat voor het milieu of de menselijke gezondheid (201).
 
Autorisatie (vergunningverlening)
 
Ten aanzien van de autorisaties opteert het EP voor het compromispakket van de PES, ALDE, GROENEN/EVA en EVL/NGL-fracties en de milieucommissie (met 324 stemmen voor, 263 tegen, bij 13 onthoudingen).
 
Dat houdt in dat als belangrijk doel wordt opgenomen te waarborgen dat gevaarlijke stoffen door minder gevaarlijke stoffen of technieken worden vervangen wanneer geschikte alternatieven voorhanden zijn (amendement 8). Volgens de vergunningsbepalingen verleent de Commissie vergunningen van beperkte duur voor het in de handel brengen en gebruiken van zeer zorgwekkende stoffen als:

  • er geen bruikbare alternatieve stoffen of technieken bestaan en;
  • het gebruik van dergelijke stoffen om sociaal- economische redenen kan worden gerechtvaardigd en;
  • de risico's van het gebruik ervan afdoende beheerst zijn (15, 41).

Bron : Europees Parlement