Publieke consultatie VLAREM-wijziging: wijziging van titel II van het VLAREM: bewijzen van duurzaamheid van biomassa
Overgangsbepaling bewijs van duurzaamheid voor emissies 2026
Als gevolg van de herziening van de Richtlijn Hernieuwbare Energie (REDIII), zullen tussen 2026 en 2029 meer BKG-installaties moeten voldoen aan de criteria inzake duurzaamheid en broeikasgasemissiereducties om hun biogene emissies te kunnen vrijstellen (‘zero-raten’) van de verplichting om emissierechten in te leveren. Conform artikel 4.10.1.5 van Titel II van het VLAREM moet de naleving van de RED-criteria aangetoond worden met bewijzen van duurzaamheid, uitgereikt op basis van een Europees erkend vrijwillig schema. Omdat er een beperkte capaciteit aan auditoren is en omdat verschillende BKG-installaties hier laattijdig mee gestart zijn, zullen niet alle BKG-installaties tijdig gecertificeerd geraken.
Het ontwerpbesluit voorziet in artikel 2 daarom een uitzonderlijke overgangsbepaling voor de emissiejaarrapporten over de emissies van 2026, die ook andere bewijsstukken dan bewijzen van duurzaamheid toelaat. De uitzondering geldt alleen voor bedrijven die als gevolg van REDIII nu voor het eerst het bewijs van duurzaamheid moeten leveren.
De exploitant kan volgens de overgangsbepaling cumulatief aantonen
- dat hij alles wat redelijkerwijze mogelijk is, gedaan heeft om alsnog een bewijs van duurzaamheid te bekomen,
- dat hij geen redelijke alternatieven kon ontwikkelen om biomassabronnen te gebruiken waarvoor een bewijs van duurzaamheid beschikbaar was én
- dat voldaan is aan de biomassacriteria, vermeld in artikel 38, lid 5, van de Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen.
Harmonisering beoordeling biomassa door doortrekken van de bestaande aanpak voor ETS-installaties inzake biomassa naar installaties die niet onder EU ETS vallen omwille van het gebruik van biomassa
Opdat het nultarief geldt voor emissies uit biomassa, moeten exploitanten zoals hierboven vermeld beschikken over een bewijs van duurzaamheid om aan te tonen dat biogene emissies voldoen aan de RED-criteria, zoals bepaald in artikel 4.10.1.5, §2bis van Titel II van het VLAREM. Deze bepaling is echter niet van toepassing op installaties die niet onder EU ETS vallen omwille van het gebruik van biomassa. Dit is volgens Bijlage 1 van Titel II van het VLAREM het geval voor installaties waarvan in de vijfjarige periode vanaf 1 januari 2021, gemiddeld meer dan 95% van de totale gemiddelde broeikasgasemissies bestaat uit biogene emissies en die emissies voldoen aan de criteria van artikel 14 van de ETS-Richtlijn. Zij zijn niet ingedeeld met een Y-rubriek en vallen niet onder het EU ETS.
Gezien het gaat om vergelijkbare installaties, is het logisch om een gelijk speelveld te creëren en te vereisen dat ook deze installaties over bewijzen van duurzaamheid dienen te beschikken. Daarom wordt in de inleidende tekst van Bijlage 1 onder de hoofding “Verklaring van de symbolen die gebruikt worden in de kolom 4 tot en met 8”, een zin toegevoegd in het derde lid die stelt dat deze installaties eveneens over een bewijs van duurzaamheid dienen te beschikken of over een ander bewijs zoals vastgesteld in de nieuwe overgangsbepaling hierboven.
Bron: Departement Omgeving, Vlaamse overheid