Nederland: Doelen Urgenda-zaak en Energieakkoord voor 2020 niet in zicht

Gepubliceerd op 25/01/2019
  

Drie Nederlandse klimaat- en energiedoelen voor 2020 zijn niet in zicht. In 2020 komt de reductie van de uitstoot van broeikasgassen naar verwachting uit op 21% ten opzichte van 1990, met een bandbreedte van 17 tot 24%. Het doel van 25% reductie, uit het vonnis in de Urgenda-rechtszaak, wordt daarmee niet gehaald. Het aandeel hernieuwbare energie in 2020 komt naar verwachting uit op 12,2% [bandbreedte 11-13%]. Daarmee is het EU-doel van 14% niet binnen bereik. De energiebesparing in 2020 komt uit op 81 petajoule [bandbreedte 52-108 PJ]. Het doel van 100 petajoule uit het Energieakkoord wordt daarmee waarschijnlijk niet gehaald.

Dit concludeert het PBL in de notitie ‘Kortetermijnraming voor emissies en energie in 2020’. Deze raming is opgesteld op verzoek van het Kabinet en de Borgingscommissie van het Energieakkoord. Deze raming spitst zich toe op de drie belangrijkste klimaat- en energiedoelen voor Nederland in 2020 en kan worden gezien als een gedeeltelijke actualisatie van de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017.

Het concrete klimaat- en energiebeleid tot 1 mei 2018 is onderdeel van deze raming. Het Ontwerp van het Klimaatakkoord (gericht op 2030) uit december 2018 is niet beschouwd.

De reductieopgave voor broeikasgassen uit het vonnis in de Urgenda-zaak is niet binnen bereik

De geraamde uitstoot van broeikasgassen in 2020 ligt naar verwachting 21% lager dan in 1990 [bandbreedte: 17-24%]. Die reductie valt lager uit dan het doel van 25% dat door de rechter aan de Nederlandse staat is opgelegd in de Urgenda-zaak.

De absolute uitstoot komt in 2020 uit op 175 [168-183] megaton CO2-equivalenten. Dit is 9 [2-17] megaton CO2-equivalenten boven het emissieplafond van 166 megaton in 2020 dat uit het vonnis in de Urgenda-zaak volgt.

Dalende uitstoot grotendeels door afname elektriciteitsproductie kolen- en gascentrales

De uitstoot van broeikasgassen bedroeg in 2017 circa 193 megaton CO2-equivalenten en daalt tot circa 175 megaton in 2020. Circa 70% van deze emissiedaling is toe te schrijven aan een afname in de Nederlandse elektriciteitsproductie door kolen- en gascentrales in Nederland. Deze verwachte daling in de elektriciteitsproductie kent echter wel een grote mate van onzekerheid. De overige 30% van de verwachte emissiedaling tussen 2017 en 2020 komt door reducties in de landbouw, de industrie, de gebouwde omgeving en verkeer en vervoer.

Aandeel hernieuwbare energie groeit tot 2020, maar niet voldoende voor EU-doel

Het aandeel hernieuwbare energie groeit naar verwachting van 6,6% in 2017 naar 12,2% in 2020, met een bandbreedte van 11 tot 13%. Het Europese doel voor Nederland van 14% in 2020 is daarmee niet binnen bereik.

Het grootste deel van de groei tot en met 2020 wordt veroorzaakt door een groei in de bijmenging van biobrandstoffen, het meestoken van biomassa in kolencentrales, zon-PV, en windenergie op land en zee.

Besparingsdoel Energieakkoord 100 petajoule in 2020 wordt waarschijnlijk niet gehaald

De finale energiebesparing als gevolg van de maatregelen uit het Energieakkoord komt in deze raming uit op 81 [52-108] petajoule in 2020. Hieruit volgt dat met het huidige beleidspakket het doel van 100 petajoule in 2020 waarschijnlijk niet wordt gehaald. Wel omvat de bovenkant van de bandbreedte (zie de toelichting onderaan) het doel van 100 petajoule.

Verschillen ten opzichte van de NEV 2017

Deze kortetermijnraming gaat uitgebreid in op nieuwe inzichten ten opzichte de NEV 2017. Zo komt  de verwachte uitstoot van broeikasgassen in 2020 nu uit op 175 megaton. Dat is 5 megaton hoger dan de raming uit de NEV 2017 (met 170 megaton). Van deze 5 megaton wordt circa 3 megaton verklaard door diverse nieuwe inzichten uit statistieken en een hogere economische groei. Zo valt de raming voor verkeer en vervoer nu met 1,6 megaton in 2020 fors hoger uit dan in de NEV 2017. Dit wordt verklaard door economische conjunctuur, de import van onzuinige auto’s en doordat we minder over de grens tanken. De raming valt ook hoger uit omdat het energieverbruik van de gebouwde omgeving en de industrie minder daalt (volgens recente statistieken) dan eerder verwacht in de NEV 2017.

Nog eens 2,4 megaton van de 5 megaton wordt verklaard door twee noodzakelijke correcties. Tegenover de hogere uitstoot staat dat beleidswijzigingen tussen mei 2017 en mei 2018 per saldo tot een extra emissiereductie van circa 0,3 megaton in 2020 hebben geleid.

Het verwachte aandeel hernieuwbare energie in het bruto finale eindverbruik van 12,2 procent in 2020 valt in deze kortetermijnraming 0,2 procentpunt lager uit dan in de NEV 2017 (met 12,4%). Deze afname is vooral toe te schrijven aan een toename van het bruto finale eindverbruik met 80 petajoule. De nieuwe raming bevat echter ook een extra verwachte groei in zon-PV ten opzichte van de NEV 2017.

De verwachte energiebesparing door het Energieakkoord van 81 petajoule in 2020 valt in deze kortetermijnraming 6 petajoule hoger uit dan in de NEV 2017 (met 75 petajoule). De lichte toename is het saldo van een aantal positieve en negatieve ontwikkelingen die in de kortermijnraming uitgebreid worden toegelicht. Een voorbeeld van een maatregel die in deze raming voor 2020 meer besparing oplevert is de informatieplicht voor bedrijven onder de Wet milieubeheer.

Toelichting op middenwaardes en bandbreedtes

Het PBL geeft in zijn ramingen een verwachte middenwaarde voor bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen of energiebesparing in 2020, met daaromheen een bandbreedte. De verwachte middenwaarde moet gezien worden als een meest plausibele waarde. De middenwaarde is echter gebaseerd op meerdere (plausibele) veronderstellingen. Er moeten bijvoorbeeld veronderstellingen worden gemaakt over de economische groei, de toekomstige energieprijzen, het areaal aan glastuinbouw en de ontwikkeling in de elektriciteitsvraag buiten Nederland. Deze veronderstellingen hebben vervolgens hun eigen onzekerheden die met de bandbreedte tot uitdrukking worden gebracht. Het betrekken van de bandbreedte in de beleidsvorming kan bijdragen aan effectiever beleid. In de notitie gaat het PBL uitvoerig in op de onzekerheden waarmee de ramingen voor de emissies en energie in 2020 zijn omgeven.

De ‘Kortetermijnraming voor emissies en energie in 2020’ is tot stand gekomen in samenwerking met ECN part of TNO en RIVM
 
Bron: © Planbureau voor de Leefomgeving