Meer aandacht voor grondstoffen bij berekenen van milieu-effecten

Gepubliceerd op 17/06/2013

(17-06-2013) De klimaatverandering en de uitputting van fossiele brandstoffen gaven een nieuwe impuls aan de zogenaamde biogebaseerde economie, waarbij hoofdzakelijk geproduceerd wordt op basis van biomassa. Maar deze biobased producten zijn niet automatisch ecologisch duurzame producten. Een grondige evaluatie van de milieueffecten van producten, met analyse van de totale levenscyclus van een product, is nodig. Die evaluatie houdt niet enkel rekening met de uitstoot maar ook met de grondstoffen en het land dat nodig is om die grondstoffen te produceren.

Niet enkel oog voor uitstoot

In zijn doctoraatsonderzoek bestudeerde Rodrigo Freitas de Alvarenga van de vakgroep Duurzame Organische Chemie en Technologie (UGent) een aantal evaluatiemethodologieën. Levenscyclusanalyse (LCA), waarbij niet enkel de emissie bekeken wordt, maar ook wat zoal aan de natuur onttrokken wordt om iets te kunnen produceren, bleek de meest gehanteerde methode. Bij LCA ontbreekt echter nog een goede evaluatie van de effecten van het landgebruik. Ook andere methodes, zoals de zogenoemde resource accounting methodieken (RAM) die het totale hoeveelheid gebruikte en verbruikte middelen in rekening neemt, kennen nog specifieke wetenschappelijke tekortkomingen.

Nieuwe evaluatiemethode met bredere kijk op duurzaamheid

De doctorandus lanceerde in zijn onderzoek een nieuwe methode om in kaart te brengen wat tijdens de productie aan de natuur onttrokken wordt. Hij berekende de milieu-impact binnen drie hoofdcategorieën: de impact op de gezondheid van de mens, op lokale ecosystemen en op de totale grondstoffenvoorraad

Voor natuurlijke productie, waarbij de mens niet tussenkomt, is de nieuwe berekening gebaseerd op de hoeveelheid chemische exergie van de biomassa. Exergie is de energie die aan inputzijde gebruikt wordt. Een voorbeeld: bij de productie van braambessen die in het wild voorkomen is de mens niet tussengekomen. Hierbij wordt de exergie van de bessen berekend. 

Bij productie mét menselijke interventie is het uitgangspunt voor de berekening de exergiewaarde van de natuurlijke vegetatie die verloren gaat door het landgebruik door de mens. Een voorbeeld hiervan is de productie van bio-ethanol, dat wordt gemaakt uit suikerriet. Wanneer massale productie van suikerriet leidt tot het kappen van Amazonewoud om plaats te maken voor rietvelden, wordt ook de balans van dat verlies opgemaakt. Op de rietplantages worden landbouwmachines, mest en bestrijdingsmiddelen gebruikt, wat uiteraard ook een milieu-impact heeft. Bovendien kan dat land niet meer gebruikt worden om andere gewassen zoals voedsel op te telen. Ook die impact wordt berekend.
Bij omschakeling van fossiele grondstoffen naar bio-gebaseerde productie moet dus met veel meer factoren rekening gehouden worden dan momenteel het geval is. Nu heeft men enkel oog voor de emissiegerelateerde impact zoals carbon footprint.

Levenscyclusanalyse van specifieke biogebaseerde producten

In een ander luik van het onderzoek beoordeelde Rodrigo Freitas de Alvarenga de ecologische duurzaamheid van pvc op basis van bio-ethanol. Deze bio-ethanol scoort voor specifieke milieueffectcategorieën beter dan pvc op basis van fossiele bronnen, bijvoorbeeld op het vlak van klimaatverandering en niet-hernieuwbare hulpbronnen. Ook wanneer de indirecte veranderingen in landgebruik (indirect land use change of iLUC) mee in rekening genomen wordt, scoort pvc op basis van bio-ethanol beter, op voorwaarde dat de iLUC-waarde beperkt blijft.

Info

Rodrigo Freitas de Alvarenga (Engels) / Prof. Jo Dewulf (Nederlands)
Vakgroep Duurzame Organische Chemie en Technologie   
Tel. 09 264 59 50
Rodrigo.Alvarenga@UGent.be / Jo.Dewulf@UGent.be 

 

Bron : Persbericht Universiteit Gent