Huishoudelijk afval blijft afnemen

Gepubliceerd op 10/12/2018

Inventarisatierapport huishoudelijk afval 2017 bevestigt positieve trend

Vlaanderen blijft de hoeveelheid huishoudelijk afval verder terug dringen. De Vlaming produceerde in 2017 maar liefst 18,6 kg minder afval dan in het jaar voordien (469,4 kg pp.). Bijna een kwart van die daling, is toe te schrijven aan een daling van de hoeveelheid restafval. De OVAM verwacht dat deze positieve trend zich de volgende jaren nog verder zal zetten, zo blijkt uit het inventarisatierapport “Huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2017”. Verschillende nieuwe maatregelen uit het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval, zoals meer selectieve inzameling van organisch afval, textiel en kunststoffen, zullen die trend de volgende jaren waarschijnlijk nog versterken. Ook de hoeveelheid zwerfvuil is in 2017 licht gedaald met 2,5% ten opzichte van de vorige meting van 2015. Een hoopvol resultaat, maar voorlopig onvoldoende om de totale hoeveelheid met 20% te doen dalen tegen 2022 zoals het plan voorziet. De inspanningen tegen zwerfvuil zullen de volgende jaren verder opgevoerd worden.

Dalende trend bevestigd

De totale hoeveelheid huishoudelijk afval bedroeg 3.076.027 ton in 2017 en is gedaald met 18,6 kg per inwoner ten opzichte van 2016. In de periode 2013-2017 stellen we een continue, licht dalende trend vast voor het selectief ingezamelde afval en het restafval. De daling van de hoeveelheid selectief ingezameld afval is voornamelijk toe te schrijven aan een daling van de ingezamelde hoeveelheden bouw & sloopafval (-6 kg), papier & karton (-3 kg), groenafval (-3,5 kg) en gft (-1 kg).

Ook de hoeveelheid restafval daalt met -4,34 kg ten opzichte van 2016. Deze daling is toe te schrijven aan diverse factoren. De voorbije jaren werden grote inspanningen gedaan op het vlak van tarifering (invoering minimumtarieven) en diftar. In bijna de helft van de Vlaamse gemeenten zijn inmiddels gewichtsdiftar-systemen ingevoerd, zowel via de huis-aan-huis inzameling als op de recyclageparken. In 2017 zagen in 14 gemeenten ook mobiele (mini-)recyclageparken het levenslicht, waardoor we doelgroepen kunnen aanspreken die vroeger minder bereikt werden voor de selectieve inzameling van afvalstoffen. Tot slot heeft ook de toegenomen selectieve inzameling van kunststoffen (via systemen als de roze zak) en van textiel bijgedragen aan het dalend restafvalcijfer.

Recyclage & eindverwerking

69% van ons huishoudelijk afval wordt selectief ingezameld. 65,6 % gaat rechtstreeks naar hergebruik of een inrichting voor recyclage of compostering. Het overige selectief ingezameld afval (3,4%) gaat naar verbranding of stortplaatsen omdat recyclage niet mogelijk of wenselijk is (bijvoorbeeld kga, asbesthoudend afval, behandeld hout, recyclagrésidus, …).

Het restafval (31%) gaat in hoofdzaak naar verbrandingsinstallaties. Een klein deel gaat naar een mechanisch-biologische scheidingsinstallatie, naar compostering (groenafval in het veegvuil van steden en gemeenten), naar recyclage (metalen uit het restafval) of naar stortplaatsen.

Samen met het inventarisatierapport, publiceert de OVAM vandaag ook het overzicht van de verbrandingscapaciteit in Vlaanderen. Waar in 2017 een na te streven evenwicht werd bereikt tussen de verbrandingscapaciteit en het aanbod aan te verbanden afval, ontstonden tijdens de zomer van 2018 tijdelijke tekorten aan afvalverbrandingscapaciteit. Deze tekorten waren echter niet toe te schrijven aan een toename van huishoudelijk restafval maar aan omstandigheden (meerdere installaties in onderhoud) en een toename van het gelijkaardig bedrijfsafval voor verbranding (onder meer door toegenomen economische activiteit). De OVAM volgt dit van nabij op en ziet toe op het behoud van een afvalverbrandingscapaciteit in Vlaanderen die afgestemd is op het aanbod.

Lichte daling in hoeveelheid zwerfvuil

Het rapport huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2017 bevat voor het eerst ook de zwerfvuilcijfers van Vlaanderen. (Eerdere metingen van 2013 en 2015 werden apart gepubliceerd.) In 2017 bedroeg de hoeveelheid zwerfvuil 19.916 ton, een lichte daling van 2,5% t.o.v. 2015 (20.400 ton). De geschatte beleidskosten daalden naar 135 miljoen euro in 2017, t.o.v. 164 miljoen euro in 2015. Hoewel hoopvol, is de daling van de hoeveelheid zwerfvuil niet sterk genoeg om de doelstelling uit het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen (-20% tegen 2022) te behalen. Ook de score van de netheidsindex voor de 3 slechtste meetplaatsen blijft stabiel, hoewel deze tegen 2022 met 10% moet stijgen. De inspanningen tegen zwerfvuil zullen de volgende jaren verder opgevoerd worden.

Toekomst

2017 was het eerste ‘volledige kalenderjaar’ waarin het Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2016- 2022 van kracht was. Deze rapportage laat dan ook toe om de eerste effecten van het nieuwe plan te meten. Voor de doelstellingen inzake afvalpreventie en de reductie van de hoeveelheid restafval zit Vlaanderen duidelijk voor of op schema. Vandaag realiseren we reeds een daling van 5 kg/inwoner bij het restafval t.o.v. het begin van de planperiode. Als alle lokale besturen tegen 2022 hun streefcijfer halen, loopt dit op tot 16 kg/inwoner. Voor de volgende maanden en jaren staan bijkomende maatregelen op stapel om restafval en zwerfvuil terug te dringen en het sluiten van materiaalkringlopen te bevorderen.

 

  •  Vanaf 1 januari 2019 veranderen de sorteerregels voor gft. Etensresten, vlees- en visresten, eieren, kaas, … mogen vanaf dan ook bij het gft-afval.
  • De selectieve inzameling van kunststoffen wordt verder veralgemeend. Uiterlijk 31 december 2019 moet elke Vlaming de mogelijkheid hebben om restplastics (folies, botervlootjes, yoghurtpotjes, …) selectief in te zamelen. Hetzij via een uitgebreide p+md-zak, hetzij via het systeem van de roze zakken, of een andere mengvorm. Parallel wordt gewerkt aan de invoering van een uniform systeem waarbij alle verpakkingsafval in één p+md-zak gestopt mag worden, tegen uiterlijk 2021. Die timing moet de operatoren de tijd en ruimte geven om hun installaties op de nieuwe toevloed aan plastics aan te passen.
  • De inspanningen om meer textiel selectief in te zamelen, met onder meer de campagne dat textielafval niet bij het restafval hoort, worden verder gezet.
  • Visitaties van gemeenten en intercommunales en de lancering van een benchmarktool zullen de lokale besturen nog meer middelen geven om een beleid op maat voor hun stad of gemeente uit te tekenen.
  • De inspanningen van Vlaanderen Mooi en Mooimakers worden verder opgevoerd om de zwerfvuildoelstellingen te halen. In 2017 werden al 57 gemeenten bereikt met een coachingtraject. Tot 15 februari 2019 kan een nieuwe groep lokale besturen intekenen voor een coachingtraject.

 

Bron: De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, Vlaamse Overheid