24/11/2017

Hof van Beroep bevestigt prosumententarief

Terug naar artikeloverzicht

Het Hof van Beroep te Brussel sprak zich op 22 november uit in de rechtszaak tegen de VREG over de tariefmethodologie voor de periode 2017-2020. Het prosumententarief blijft bestaan. Met de invoering van dit tarief betalen alle netgebruikers, ongeacht of ze zonnepanelen met een terugdraaiende teller hebben of niet, een rechtvaardige bijdrage voor het gebruik van het distributienet. De VREG is tevreden dat er nu duidelijkheid is.

In zijn arrest van 22 november 2017 besliste het Hof van Beroep te Brussel om de tariefmethodologie van de VREG voor de periode 2017-2020 te bevestigen. Hiermee verwerpt het Hof de vraag van twee particulieren en Zonstraal VZW. De rechtszaak was ingesteld naar aanleiding van een betwisting over het prosumententarief. Dit distributienettarief geldt sinds juli 2015 voor netgebruikers met een kleine productie-installatie (bv. zonnepanelen) in combinatie met een terugdraaiende elektriciteitsmeter. Deze groep van netgebruikers vormt in de tariefmethodologie de klantengroep “prosumenten met een terugdraaiende teller”. De tegenpartij meende dat wij hiermee een ongeoorloofde discriminatie in het leven riepen tussen de netgebruikers met en zonder zonnepanelen. Dit zou volgens hen bovendien in strijd zijn met het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit. Het Hof volgt die redenering niet en verklaart het beroep van Zonstraal ongegrond.

Gevolgen

Concreet wijzigt er niets. De tariefmethodologie 2017-2020 en de bijhorende distributienettarieven, inclusief het prosumententarief, blijven bestaan.
Een soortgelijke rechtszaak over de tariefmethode 2015-2016 en de bijhorende tarieven loopt sinds het najaar van 2014 voor de Raad van State. Het is moeilijk te voorspellen wanneer een einduitspraak kan verwacht worden in die zaak.

Achtergrond van het dossier

In de rechtszaak werd een onderdeel van de tariefmethodologie voor de distributie van elektriciteit en aardgas voor de reguleringsperiode 2017-2020 in Vlaanderen betwist (bij beslissing van de VREG van 24 augustus 2016 vastgesteld).

Het gaat over het prosumententarief. Dit is een tariefonderdeel dat voor een rechtvaardigere bijdrage aan de netwerkkosten door de elektriciteitsnetgebruikers met een kleine decentrale productie-installatie en een terugdraaiende teller moet zorgen. Dergelijke tellers meten de afname van stroom van het net, maar draaien terug zodra er stroom in omgekeerde zin op het net wordt gezet. Ze geven op het display alleen een nettowaarde aan, d.i. de afgenomen hoeveelheid elektriciteit verminderd met de hoeveelheid die op het net werd gezet binnen één facturatieperiode. Wanneer nettarieven enkel o.b.v. deze nettowaarde worden bepaald, zijn zij niet meer evenredig met het werkelijke gebruik van het net en dekken ze de netkosten dus onvoldoende. Die kosten worden dan doorgeschoven naar andere netgebruikers zonder dergelijke installatie, die hun tarieven hierdoor zien stijgen. In 2017 zou een zonnepaneleneigenaar die voldoende panelen heeft om zijn teller volledig tot nul te laten terugdraaien, zonder prosumententarief jaarlijks slechts ca. 5 euro incl. BTW bijdragen aan de kosten voor het distributienet. Zij betalen niet of nauwelijks voor de werkelijke kosten die zij veroorzaken aan het net. Die kosten worden weldegelijk gemaakt maar worden dan betaald door andere netgebruikers.

Om deze situatie recht te trekken, hebben wij in de tariefmethodologie voor de overgangsperiode 2015-2016 voor de eerste keer het prosumententarief goedgekeurd. Het werd opnieuw opgenomen in de tariefmethodologie 2017-2020. Het tarief is een aanvullend distributienettarief dat functie is van het vermogen van de omvormer. De berekeningswijze vertrekt noodgedwongen van een raming van het niet-gemeten gedeelte van de afgenomen elektriciteit bij de prosumenten met een terugdraaiende teller. Het Hof volgt nu die redenering, en besluit dat het prosumententarief niet discrimineert en bovendien niet in strijd is met het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit.

 

Bron: vreg