13/02/2020

Gezondheidsproblemen door luchtvervuiling vaak veroorzaakt door emissie op afstand

Terug naar artikeloverzicht

Luchtvervuiling, en de vroegtijdige sterfte die daarmee samenhangt, worden sterk beïnvloed door emissiebronnen op afstand. Ongeveer de helft van de vroegtijdige sterfte in de VS vindt plaats buiten de staat waarin de emissie wordt geproduceerd. Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) doen op donderdag 13 februari verslag van deze bevindingen in Nature. De hoofdauteur van het onderzoek, dr. Irene Dedoussi, is momenteel als universitair docent verbonden aan de TU Delft, waar zij haar expertise gebruikt om de impact van verbrandingsemissies van vliegtuigen op de atmosfeer te berekenen. Dit is een essentiële stap voor het verduurzamen van de luchtvaart.

Sterfte

Naar schatting is luchtvervuiling de oorzaak van 5 tot 10 procent van de totale jaarlijkse vroegtijdige sterfte in de Verenigde Staten. Verbrandingsemissies afkomstig uit verschillende bronnen, zoals elektriciteitsopwekking of wegverkeer, leveren een grote bijdrage aan schadelijke luchtvervuiling, bijvoorbeeld in de vorm van ozon en fijnstof (PM2.5). Het onderzoeksteam heeft de uitwisseling van luchtvervuiling tussen naburige staten in de VS gekwantificeerd en de impact daarvan beoordeeld op vroegtijdige sterfte die verband houdt met toegenomen blootstelling van mensen aan PM2.5 en ozon die tussen 2005 en 2018 zijn uitgestoten door zeven sectoren die verbrandingsemissies produceren.

Emissie op afstand

“We zien dat gemiddeld 41 tot 53 procent van de luchtkwaliteitgerelateerde vroegtijdige sterfte plaatsvindt buiten de staat die de emissie produceert”, aldus dr. Irene Dedoussi. “De uitwisseling verschilt per sector en varieert in de tijd. Zo had bijvoorbeeld elektriciteitsopwekking in 2005 de grootste fractionele staatsgrensoverschrijdende impact, maar als gevolg van de vermindering van emissie veroorzaakt door elektriciteitsopwekking was de staatsgrensoverschrijdende vroegtijdige sterfte die samenhangt met de commerciële sector en de woonsector in 2018 twee keer zo hoog als de sterfte die samenhangt met elektriciteitsopwekking.”

Beleidsrelevantie

“Bij het verminderen van luchtvervuiling heeft de nadruk traditioneel altijd gelegen op het verband tussen lokale emissiebronnen en de lokale luchtkwaliteit”, legt Dedoussi uit. “Maar de luchtkwaliteit kan ook worden beïnvloed door emissiebronnen op afstand, bijvoorbeeld emissie in aangrenzende federale staten in de VS. Voor de eerste keer is het mogelijk geweest om deze gevolgen van luchtvervuiling gedurende een lange periode en veroorzaakt door verschillende sectoren te kwantificeren. Dat vergroot de beleidsrelevantie van onze bevindingen, omdat wij op staatsniveau die sectoren (zoals wegvervoer of elektriciteitsopwekking) en stoffen (zoals NOx of SO2) kunnen identificeren die het grootste potentieel bieden voor het bestrijden van luchtvervuiling.” 


VS versus Europa

Dedoussi heeft het grootste deel van haar werk voor de publicatie in Nature aan MIT verricht, maar verhuisde ongeveer een jaar geleden naar de TU Delft. “Het zou erg interessant zijn om een vergelijkbaar onderzoek te doen naar de gevolgen van luchtvervuiling in Europa. Wij verwachten dat de uitwisseling van vervuiling tussen EU-landen grofweg van gelijke omvang zal zijn. Bepaalde factoren zijn in Europa echter anders, zoals de hogere bevolkingsdichtheid en grotere atmosferische gevoeligheid voor emissies, waardoor de situatie slechter zou kunnen uitpakken.” 

Luchtvaart

Momenteel concentreert zij zich op onderzoek naar de gevolgen voor de atmosfeer van de luchtvaart, de snelst groeiende emissieproducerende sector. Informatie over de gevolgen voor de atmosfeer van verschillende emissies op verschillende hoogtes is van grote waarde voor de besluitvorming rondom duurzame luchtvaart.

Meer informatie
Dedoussi, I.C., Eastham, S.D., Monier, E., Barrett S.R.H. (2020) “Premature mortality related to United States cross-state air pollution”, Nature 578 (7794) DOI: 10.1038/s41586-020-1983-8, https://doi.org/10.1038/s41586-020-1983-8   

 

 

Bron: TU Delft