Gevolgen van de droge weersomstandigheden voor de Mestbankverplichtingen en beheerovereenkomsten

Gepubliceerd op 30/06/2017

Het Departement Landbouw en Visserij somt op haar website de gevolgen op van de droge weersomstandigheden voor diverse steunmaatregelen en voor de Mestbankverplichtingen.

Hieronder vindt u de passages uit dat artikel met betrekking tot het Mestdecreet en de beheerovereenkomsten.

Gevolgen in het kader van het Mestdecreet 

De landbouwer bekijkt het best voor zijn bedrijf of hij het teeltplan beter bijstuurt of niet, eveneens in functie van zijn rechten en plichten in het kader van het Mestdecreet. 

Bemestingsnormen en bedrijfsafzetruimte 

De bemesting is gebeurd vóór de extreme weersomstandigheden en in functie van de bedoelde hoofdteelt. Daarom zal het voor de vaststelling van de bemestingsrechten en voor de berekening van de bedrijfsafzetruimte (incl. derogatiebemesting) aangewezen zijn om de initiële hoofdteelt niet te wijzigen. Rechten én plichten in het kader van het Mestdecreet worden bepaald en opgelegd in functie van de uiteindelijk aangegeven voor-, hoofd- en nateelt. 

Derogatiebedrijven 

De droogte levert geen problemen op voor het naleven van de derogatievoorwaarden die betrekking hebben op de bemesting van derogatiepercelen (bijvoorbeeld 2/3 van de bemesting uitvoeren voor 31 mei). Derogatie kan dan ook niet worden ingetrokken, ook niet op perceelsniveau. Er kunnen ook geen nieuwe derogatiepercelen aangeduid worden. Het naleven van de voorwaarden inzake graslandbeheer met betrekking tot het scheuren van grasland (verboden na 31 mei), dat geldt op alle graslandpercelen van het derogatiebedrijf, kan wel in het gedrang komen als de droogte aanhoudt. Als vanwege de aanhoudende droogte het grasland zich niet meer zou herstellen waardoor de landbouwer noodgedwongen zijn grasland nog moet vernieuwen, dan mag dit uiterlijk tot 1 oktober. Vernieuwen van grasland in het najaar gebeurt bij voorkeur in september, zowel vanuit landbouwkundig als milieukundig oogpunt. De landbouwer moet hiervoor geen code BGG aangeven. 

Verplichte stikstofstalen voor groenten van groep I en groep II, sierteelt, boomkweek en aardbeien 

Om het verplicht aantal te nemen stikstofstalen met bemestingsadvies voor de teelten groenten groep I en II, boomkweek, sierteelt en aardbeien te bepalen, wordt gekeken naar de teeltencombinatie van de percelen zoals aangegeven in de verzamelaanvraag. Als deze teelten niet meer kunnen worden ingezaaid of als deze niet zijn opgekomen, dan moet het teeltplan in de verzamelaanvraag gewijzigd worden. Zo niet telt het perceel mee in de evaluatie van de verplichte stikstofstalen. 

Nitraatresiducampagne 2017 en drempelwaarden

 De Mestbank selecteert de percelen voor een nitraatresidubepaling en brengt de landbouwers hiervan op de hoogte rond 15 september. De landbouwers krijgen vervolgens tot 29 september de tijd om percelen met teeltschade of oogstmislukking als gevolg van de droogte, samen met de bewijsstukken, te melden aan de Mestbank. In dat geval kunnen een of meerdere vervangpercelen aangeduid. Vooral voor de bedrijfsevaluatie is het immers essentieel dat alle nitraatresidutypes vertegenwoordigd zijn in de selectie. Nadien kan een te hoog nitraatresidu niet meer geannuleerd worden vanwege teeltschade of oogstmislukking, ook al kan de landbouwer dan nog bewijsstukken voorleggen. De landbouwer heeft er dus alle belang bij om de percelen met teeltschade of oogstmislukking onmiddellijk bij de bekendmaking van de selectie kenbaar te maken, samen met de nodige bewijsstukken.

De nitraatresidudrempelwaarden worden bepaald overeenkomstig de hoofdteelt of de nateelt voor de specifieke teelten (groenten groep I, II en III, fruit, sierteelt, boomkweek, aardbeien, spruitkolen en graszoden) zoals uiteindelijk aangegeven in de verzamelaanvraag. 

Gevolgen voor de beheerovereenkomsten 

Uit de meldingen die de dienst Beheerovereenkomsten ontving, blijkt dat de inzaai van heel wat (gemengde) grasstroken en faunavoedselgewassen als gevolg van de aanhoudende droogte geheel of gedeeltelijk is mislukt. De problemen variëren daarbij van een verminderde opkomst, over een sterke veronkruiding, tot het volledig mislukken van de aanleg. De landbouwers die een beheerovereenkomst met inzaai hebben lopen, werden er al via e-mail op gewezen dat zij een slechte opkomst uiterlijk op 30 juni schriftelijk moeten melden aan hun bedrijfsplanner. VLM staat dit jaar uitzonderlijk ook een aantal afwijkingen op het voorgeschreven beheer toe. Ook dit werd via e-mail meegedeeld aan de betrokken landbouwers. VLM raadt landbouwers ten slotte aan om voor hun beheerovereenkomsten faunavoedselgewas teeltcode 98 (faunamengsel) te gebruiken in hun verzamelaanvraag.

Overige gevolgen

Lees het volledige artikel op de website van het Departement Landbouw en Visserij om ook een antwoord te krijgen op deze vragen:

  • Wat met de hoofd- en nateelt in het kader van de basisbetaling, vergroeningspremie en Mestbank?
  • Wat bij controle ter plaatse in het kader van de steunmaatregelen of het Mestdecreet?
  • Wat zijn de gevolgen voor de agromilieuklimaatmaatregelen vlinderbloemigen en mechanische onkruidbestrijding?

 

Bron: Vlaamse Landmaatschappij