Eerste driemaandelijkse rapportering intendant maatwerkgebieden

vengebied
Terug naar artikeloverzicht
Vooruitgang in het planningsproces en focus op dialoog

De Vlaamse Regering heeft kennis genomen van de eerste driemaandelijkse rapportering van de intendant voor de maatwerkgebieden stikstof. In die rapportering schetst intendant Frank Smeets de stand van zaken van het overleg, de lopende onderzoeken en de eerste concrete bouwstenen voor maatwerk in de vijf maatwerkgebieden: Turnhouts Vennengebied, Kalmthoutse Heide, Mechelse Heide, De Maten en de Voerstreek.

Maatwerkgebieden zijn zones waar de generieke Vlaamse stikstofmaatregelen niet volstaan om de natuurdoelstellingen te halen en waar daarom gebiedsgericht maatwerk nodig is. De rapportering bevestigt dat dit maatwerk enkel kan slagen via zorgvuldig overleg, wetenschappelijke onderbouwing en aandacht voor de socio-economische realiteit, in het bijzonder voor de landbouw.

Actualisatie doelafstand

Om te weten hoeveel stikstofreductie nodig is in een maatwerkgebied om de natuurdoelstellingen te bereiken tegen 2045, werd een doelafstand bepaald voor elk maatwerkgebied. De Programmatische Aanpak Stikstof bepaalt dat Vlaanderen tegen 2030 de eerste helft van die reductie moet halen in de maatwerkgebieden en tegen 2045 de tweede helft. De berekening van de doelafstand werd geactualiseerd door VITO.

Daaruit bleek dat de doelafstand richting 2030 voor verschillende maatwerkgebieden aanzienlijk is verkleind. Dat is voornamelijk het gevolg van een andere berekeningsmethode die VITO toepast, in navolging van Europees onderzoek. ​

Voor de Mechelse Heide, de Voerstreek en De Maten is de verwachting nu dat de doelstelling voor 2030 haalbaar wordt met de bestaande maatregelen. Voor de Kalmthoutse Heide en het Turnhouts Vennengebied blijft er wel nog een doelafstand voor 2030 bestaan.

De nieuwe berekeningen geven aan dat er binnen Vlaanderen nog een bijkomend gebied met een doelafstand voor 2030 naar voor komt, met name het natuurgebied Heesbossen, vallei van de Marke en Merkske. Het gaat om beperkte stukjes veen en vennen in Hoogstraten. ​

De intendant benadrukt daarbij dat deze cijfers een momentopname zijn en dat ook richting 2045 verdere inspanningen nodig blijven.

Tegelijk geven de nieuwe berekeningen meer duidelijkheid en perspectief voor het verdere proces.


​Turnhouts Vennengebied: landbouw en natuur samen aan tafel

In het Turnhouts Vennengebied, waar de stikstofopgave het grootst is, voerde de intendant tussen november 2025 en januari 2026 uitgebreide kennismakingsgesprekken met lokale besturen, landbouworganisaties, natuurverenigingen en grondeigenaars. Uit die gesprekken blijkt een brede gedeelde overtuiging dat landbouw en natuur samen moeten kunnen blijven bestaan in het gebied.

Minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns onderstreept dat uitgangspunt:

 “Landbouw en natuur zijn eeuwenoude bondgenoten. In onze maatwerkgebieden kiezen we resoluut voor een harmonieus samengaan van landbouw en natuur, met respect voor de mensen die hier ondernemen en leven.”

De rapportering maakt duidelijk dat het ontwikkelingsplan voor het Turnhouts Vennengebied zal inzetten op:

  • wetenschappelijk onderbouwde eco-hydrologische studie met focus op kwetsbare vennen;
  • een doordachte allocatie van instandhoudingsdoelstellingen, met aandacht voor grotere gehelen en beperking van de impact op landbouw;
  • ontwikkelingsperspectieven voor lokale landbouw, onder meer via begeleiding, aangepaste teeltsystemen en flankerend beleid;
  • concrete acties rond waterkwaliteit, riolering langs de N119 en de aanpak van zomerganzen, waar breed draagvlak voor bestaat.

Andere maatwerkgebieden: voortbouwen op bestaande processen

Ook in de andere maatwerkgebieden wordt voortgebouwd op lopende initiatieven:

  • In de Voerstreek ligt de focus op een geïntegreerde aanpak waarin ruimtelijke planning, landinrichting en maatwerk worden afgestemd, met bijzondere aandacht voor draagvlak en grondmobiliteit.
  • In De Maten ligt de nadruk op waterkwaliteit en hydrologisch herstel, waarbij de landbouwopgave beperkt is en de aandacht vooral uitgaat naar huishoudelijk afvalwater.
  • In de Mechelse Heide en de Kalmthoutse Heide wordt het maatwerk grotendeels gerealiseerd op gronden van de overheid, met aanvullende gesprekken met privé‑eigenaars en grensoverschrijdende samenwerking waar nodig.

Landbouwperspectief en rechtszekerheid centraal

Intendant Frank Smeets hecht groot belang aan rechtszekerheid voor landbouwers in en rond de maatwerkgebieden. De rapportering bevestigt dat flankerend landbouwbeleid, vrijwillige stopzettingsregelingen en begeleidingstrajecten een essentieel onderdeel blijven van de aanpak.

 “We vragen inspanningen van landbouwers, maar daar moet ook duidelijkheid, begeleiding en perspectief tegenover staan,”  aldus intendant Frank Smeets.

 “Maatwerk betekent dat we rekening houden met elke regio en elk bedrijf en dat we samen oplossingen uitwerken die haalbaar en duurzaam zijn.”

Vervolgtraject

De intendant werkt de komende maanden verder aan de onderzoeken, het overleg en de voorbereiding van inrichtingsnota’s en het ontwikkelingsplan voor het Turnhouts Vennengebied. De volgende rapportering zal bijkomende duidelijkheid geven over timing en vervolgstappen.

Meer info

Het voortgangsrapport is beschikbaar op de website van de VLM.

 

 

Bron: Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse overheid