10/03/2020

Duurzaam telen in de kas: hogere productie, lagere footprint

bijen
Terug naar artikeloverzicht

Het is bijna te mooi om waar te zijn: een hogere productie realiseren, en tegelijk een lagere footprint. Maar het blijkt wel degelijk mogelijk, zo blijkt tijdens het project 'KAS2030: Duurzaam telen met toekomst' van Business Unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research. Bij dat project wordt onderzocht of emissieloos telen in aardbei, freesia, gerbera en potanthurium haalbaar is.

Onderzoekers kijken naar drie thema's: de emissies van CO2, water & nutriënten en gewasbescherming. Om met CO2 te beginnen. De vier gewassen staan sinds voorjaar 2019 in de KAS2030 in Bleiswijk. Die kas gebruikt geen gas voor de verwarming: het is een zogenoemde all electric-kas, met onder meer Full LED-belichting. De ontvochtiging vind plaats door condensatie op een koud oppervlak waardoor latente warmte wordt teruggewonnen. Hierdoor blijft de kas in de winter en voorjaar meer gesloten.

De CO2-emissie van de teelt is minimaal door het gebruik van een Full LED-belichting en hoge isolatie van de kas door drie schermen. De gekozen strategie van intensivering van de teelt blijkt bovendien positieve effecten te hebben op de productie. Allereerst kunnen bijvoorbeeld meer aardbeiplanten per vierkante meter geteeld worden door de rijafstand te verkleinen. En door de goten hijsbaar te maken is er toch ruimte om te kunnen oogsten. Hierdoor staan in de KAS2030 20% meer planten dan gebruikelijk. De productie steeg veel meer dan die 20%. In de praktijk is een oogst van 15 kilogram haalbaar, in het project werd ruim 22 kilogram per vierkante meter gerealiseerd. De smaak van de aardbeien van het geteelde ras (een doordrager) was erg goed.

Gerbera en potanthurium

Ook bij gerbera steeg de productie fors. Dit gold bij zowel de kleinbloemige gerbera's als bij de grootbloemige gerbera's. Per vierkante meter kon in de herfst en wintermaanden 2 bloemen per week meer geoogst worden (op een jaartotaal van 530 kleinbloemige en 390 grootbloemige gerbera's), terwijl minder warmte nodig was. Ook bij potanthurium steeg de productie: meer bloemen en een hoger gewicht. Die toename zat 'm vooral in het tweede deel van de teelt. Bij de start moest het jonge gewas namelijk nog wennen aan de hoge hoeveelheid licht, wat ze bij de opkweek op andere bedrijven niet gewend was.

Dan de emissie van water & nutriënten en gewasbescherming. De gewassen stonden op een goot, tafel of 'bak' waardoor volledig kon worden gerecirculeerd. Iets wat bij een tot nu toe grondgebonden teelt als freesia nog een zeldzaamheid is. Op het gebied van gewasbescherming zijn nog diverse uitdagingen te gaan. Zo zijn er nog veel vragen naar het voorkomen en bestrijden van meeldauw in gerbera en aardbei. Er is ook veel aandacht voor het creëren van een goede leefomgeving voor biologische bestrijders vanaf het begin van een teelt.

Sluipwespen bestuiven bloemen

Op het gebied van biologische bestrijders ontdekten de onderzoekers iets opmerkelijks. Sluipwespen blijken namelijk óók bloemen te bestuiven. Daarmee kunnen de natuurlijke bestrijders misschien bijen een handje helpen in de winter. In die periode zijn bijen namelijk niet heel erg actief, terwijl in de aardbei dan ook bestuiving moet plaatsvinden.

 

 

De 'KAS2030: Duurzaam telen met toekomst' wordt gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in samenwerking met het programma Kas als Energiebron.

 

Lees meer:

 

Bron: Wageningen University & Research