De beheerovereenkomsten 2017 in cijfers

Gepubliceerd op 10/02/2017

In 2017 leveren 3085 landbouwers via vrijwillige beheerovereenkomsten met de VLM extra inspanningen voor natuur, landschap en milieu in Vlaanderen. In totaal zullen zij daarvoor meer dan €11.000.000 aan vergoedingen ontvangen.

Verdeling vergoedingen per doelstelling

Het grootste deel van dat bedrag (42%) wordt besteed aan de bescherming van akker- en weidefauna (‘soortenbescherming’). Een aanzienlijk deel van de vergoedingen (24%) gaat naar het beheer van perceelsranden. De verbetering van de waterkwaliteit, het beheer van kleine landschapselementen en erosiebestrijding slorpen elk ongeveer een tiende van het totale bedrag op. Aan het botanisch beheer van graslanden en akkers wordt het minste geld besteed (3% van het totale bedrag).

Verdeling vergoedingen per provincie

Het grootste deel van de vergoedingen voor beheerovereenkomsten gaat naar landbouwers uit de provincie Vlaams-Brabant (32%). West-Vlaamse en Limburgse boeren ontvangen respectievelijk 29% en 26% van de middelen. Het kleinste deel van de beheervergoedingen wordt betaald aan landbouwers uit Oost-Vlaanderen en Antwerpen (respectievelijk 8% en 5%).

Oppervlakte beheerovereenkomsten per doelstelling

In 2017 voeren landbouwers beheerovereenkomsten met de VLM uit op een totale oppervlakte van 10.384 ha. Maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit beslaan het grootste aantal hectaren (36% van het totaal). Op de tweede plaats komen maatregelen voor soortenbescherming met 30% van het totale areaal. Overeenkomsten voor perceelsrandenbeheer en erosiebestrijding zijn elk goed voor ongeveer 14% van de totale oppervlakte. Het botanisch beheer van graslanden en akkers en het beheer van kleine landschapselementen bengelen onderaan met respectievelijk 4% en 1% van de totale oppervlakte.

Oppervlakte beheerovereenkomsten per provincie

Landbouwers uit Vlaams-Brabant beheren de grootste oppervlakte in het kader van beheer-overeenkomsten (34% van het totaal). Ze worden op de voet gevolgd door hun Limburgse collega’s met 31% van het totale areaal. West-Vlaamse boeren staan in voor 23% van de totale oppervlakte aan beheermaatregelen. Landbouwers uit de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen nemen respectievelijk 8% en 4% van de totale oppervlakte voor hun rekening. 

 

Bron: Vlaamse Landmaatschappij