Bijsturing van de erosiebestrijdende maatregelen

Gepubliceerd op 30/10/2015

Uit verschillende hoeken kwamen signalen over de problematische uitvoerbaarheid en contraproductieve neveneffecten van de verplichtingen op het vlak van de erosiebestrijding in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De landbouwsector, die als primaire sector rechtstreeks geconfronteerd wordt met de verplichtingen, haalde knelpunten aan. Daarnaast formuleerde de agrovoedingssector problemen waar zowel de suikerindustrie, de aardappel- en de diepvriesgroentenbedrijven mee te kampen hebben. Verschillende lokale besturen uitten hun bezorgdheid over de impact op de gemeentelijke erosiebestrijdingsplannen.

Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, besliste in februari om een grondige evaluatie van de erosiebestrijdende maatregelen uit te voeren met het oog op een eventuele bijsturing in 2016.

Hiervoor werd een expertengroep samengesteld met vertegenwoordigers van de leefmilieu- en landbouwadministratie, onderzoeksinstellingen en lokale erosiecoördinatoren. Er werd tevens een studie uitgevoerd over de wijze waarop de GLB-verplichtingen erosie ingevuld zijn in de ons omringende regio’s, met name Wallonië, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Uit de bevindingen van de experten en uit de vergelijking met onze buurregio’s, bleek dat een aanpassing van het Vlaams erosiebeleid wenselijk is.

Op voorstel van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, verleende de Vlaamse regering vandaag een principieel akkoord met een significante bijsturing van de erosieverplichtingen. Het inzetten van de expertise van de eigenaars, landbouwers, agro-experten van de verwerkende industrie en erosiespecialisteren, in combinatie met verplichte maatregelpakketten die flexibel kunnen worden ingezet naargelang de bodem-, weers- en teeltomstandigheden, vormen de rode draad doorheen het nieuwe beleid. Maatwerk aangepast aan de situatie te velde wordt voortaan mogelijk. Hiermee verhoogt de haalbaarheid in de praktijk en wordt erosie in de toekomst effectief en efficiënt aangepakt. De klemtoon van de nieuwe verplichtingen blijft evenwel nog steeds liggen op de brongerichte aanpak van erosie, maar er worden ook effectgerichte maatregelen mee opgenomen. Beide types van maatregelen zijn complementair, waarbij de erosie op de percelen zelf wordt aangepakt én tegelijk de afstroming van sediment en modder naar wegen, dorpen en waterlopen vermeden wordt.

Landbouwers moeten erosiebestrijdingsmaatregelen nemen op de percelen met zeer hoge erosiegevoeligheid (de zogenaamde ‘paarse percelen’) en op de percelen met hoge erosiegevoeligheid (de zogenaamde ‘rode percelen’).

Op percelen met medium (‘oranje’) of lage (‘geel’) erosiegevoeligheid komen er geen verplichte maatregelen maar de Vlaamse overheid raadt aan, via voorlichting en stimulerende maatregelen, om op deze percelen dezelfde technieken toe te passen.

Vanaf 2016 worden alle landbouwteelten opgedeeld in vier teeltcategorieën:

  • Teelten met jaarrond bedekking, bijvoorbeeld grasland
  • Teelten ingezaaid vóór 1 januari, bijvoorbeeld wintergranen
  • Teelten ingezaaid na 1 januari, bijvoorbeeld suikerbieten, maïs, groenten, ruggenteelten
  • Meerjarige teelten, bijvoorbeeld fruitteelt, boomkwekerij

In functie van de erosiegevoeligheid van de percelen wordt voor elk van de teeltcategorieën een pakket van maatregelen vooropgesteld waarbij de landbouwer de mogelijk heeft  om een maatregel naar keuze in te zetten. Dit principe zorgt voor een groter draagvlak bij de sector. De vakkennis van de teler wordt mee ingeschakeld om afhankelijk van de situatie en het tijdstip, de beste maatregelen tegen erosie in te zetten.

Hiermee wordt naast de effectiviteit van de diverse maatregelen ook de haalbaarheid van het systeem meegenomen. Deze koppeling zorgt voor een effectieve aanpak van erosie te velde, wat de uiteindelijke doelstelling is van het beleid.

Minister Schauvliege: “Uit mijn contacten met de verschillende plattelandsactoren is gebleken dat erosiebestrijding een negatieve connotatie had gekregen. Nochtans levert het bestrijden van erosie tegelijkertijd winsten op voor de grondbewerkers als voor de maatschappij. Het bijgestuurde erosiebeleid omvat maatregelen die inspanningen vergen van de sectoren, maar voor iedereen haalbaar en betaalbaar kunnen zijn.  Ik responsabiliseer alle plattelandsactoren om hun verantwoordelijkheid op te nemen en zo de toepassingsgraad van de erosiebestrijdingsmaatregelen te verbeteren. De doelmatigheid van het bijgestuurde beleid zal worden gemonitord en ik reken er op dat uit de evaluatieresultaten zal blijken dat we de komende jaren stappen vooruit zetten op dit vlak.”

Bron : Persbericht Joke Schauvliege, Vlaams minister van leefmilieu, natuur en cultuur