Implementatie van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten Goedkeuring Addendum aan brownfieldconvenant 120. Mechelen – Ragheno III
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het Brownfielddecreet van 30 maart 2007 wil investeerders en projectontwikkelaars aanzetten tot de herontwikkeling van braakliggende of onderbenutte terreinen (brownfields). Het decreet voorziet dat actoren met de Vlaamse Regering een brownfieldconvenant sluiten dat recht geeft op incentives en faciliterende maatregelen. De Vlaamse Regering keurt Addendum 1 goed aan het Brownfieldconvenant 120 “Mechelen – Ragheno III” met het oog op de ondertekening ervan. Het projectgebied ligt ten zuiden van de stationsbuurt van Mechelen en heeft een oppervlakte van ongeveer 6 hectare. De herontwikkeling omvat onder meer het deelproject “Marcelis Garden” en vereist het bouw- en ontwikkelingsrijp maken van de gronden, met bodemsanering als essentieel onderdeel. Het addendum is nodig omdat de saneringswerken vertraging oplopen door de complexiteit van de ondergrond. De uitvoeringstermijn is met meer dan één jaar overschreden. Daarnaast is verder overleg nodig over de aanpak van grondwaterverontreiniging. De verdere ontwikkeling verloopt gefaseerd. De aanvragen voor omgevingsvergunningen worden verwacht medio 2026. De volledige realisatie van het project zal naar verwachting duren tot minstens 2033.
Implementatie van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten Goedkeuring Addendum 1 aan Brownfieldconvenant 190. Drongen – site Bostoen
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het Brownfielddecreet van 30 maart 2007 wil investeerders en projectontwikkelaars aanzetten tot de herontwikkeling van braakliggende of onderbenutte terreinen (brownfields). Het decreet voorziet dat actoren met de Vlaamse Regering een brownfieldconvenant sluiten dat recht geeft op incentives en faciliterende maatregelen. De Vlaamse Regering keurt Addendum 1 goed aan het Brownfieldconvenant 190 “Drongen – Bostoen” met het oog op de ondertekening ervan. Het project betreft de herontwikkeling van een onderbenutte site van ongeveer 10 hectare in Drongen (Gent) tot een toekomstgericht bedrijventerrein. De ontwikkeling omvat onder meer maakeconomie, opslag, een logistiek depot, een recyclagepark en parkeervoorzieningen, en verloopt gefaseerd. Voor de verdere realisatie werd een projectvennootschap (Futurn Bost nv) opgericht. Met dit addendum wordt de toetreding van deze nieuwe actor en de uittreding van Bostoen Group en IFB geformaliseerd. De nieuwe actor neemt alle resterende verplichtingen over binnen het convenant. Het project omvat onder meer bodemsanering, sloop van bestaande gebouwen, bouwrijp maken en ontwikkeling van de site conform het masterplan.
Implementatie van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het Brownfielddecreet van 30 maart 2007 wil investeerders en projectontwikkelaars aanzetten tot de herontwikkeling van braakliggende of onderbenutte terreinen (brownfields). Het decreet voorziet dat actoren met de Vlaamse Regering een brownfieldconvenant sluiten dat recht geeft op incentives en faciliterende maatregelen. De Vlaamse Regering hecht haar definitieve goedkeuring aan het Brownfieldconvenant 195 “Vilvoorde – Oostelijke Stationsomgeving” met het oog op de ondertekening ervan. Het project betreft de herontwikkeling van een site van bijna 4 hectare achter het station van Vilvoorde tot een aantrekkelijk en gemengd stadsdeel met voorzieningen en groenzones. Het project zet in op een multimodaal vervoersnetwerk en een modal shift van 70/30. De ontwikkeling gebeurt in samenhang met het masterplan en omvat onder meer bodemsanering, herinrichting van de site en nieuwe functies. Er is samenwerking voorzien met onder meer NMBS voor infrastructuur zoals fietsenstallingen, parkeervoorzieningen en een nieuw stationsplein. Tijdens de publieke consultatie werden opmerkingen en bezwaren ingediend, wat heeft geleid tot aanpassingen aan het ontwerpconvenant, onder meer aan het plan van het projectgebied en de bereikbaarheid tijdens en na de werken. Het project heeft een initiële looptijd van 10 jaar.
Implementatie van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het Brownfielddecreet van 30 maart 2007 wil investeerders en projectontwikkelaars aanzetten tot de herontwikkeling van braakliggende of onderbenutte terreinen (brownfields). Het decreet voorziet dat actoren met de Vlaamse Regering een brownfieldconvenant sluiten dat recht geeft op incentives en faciliterende maatregelen. De Vlaamse Regering hecht haar definitieve goedkeuring aan het Brownfieldconvenant 254 “Boom – Lauwers” met het oog op de ondertekening ervan. Het project betreft de herontwikkeling van de voormalige steenbakkerijsite Lauwers in Boom, waar in 2006 de laatste steen werd geproduceerd. De site wordt herontwikkeld met een combinatie van sloop en sanering, renovatie en restauratie, behoud van open ruimte en nieuwe ontwikkelingen. De herontwikkeling voorziet een mix van functies, waaronder ambachtelijke activiteiten, toerisme en horeca en wonen, met aandacht voor de draagkracht van de omgeving en een kwalitatieve afwerking van de randen van het projectgebied. Er wordt ook ingezet op publieke doorwaadbaarheid en het opvangen van de parkeerbehoefte op het eigen terrein. Door het historisch en erfgoedkundig karakter van de site, wordt extra aandacht besteed aan een duurzame ontwikkeling, met consultatie en participatie van stakeholders en afstemming op het erfgoedbeheersplan. Tijdens de publieke consultatie werden opmerkingen en bezwaren geformuleerd, wat heeft geleid tot aanpassingen aan het ontwerpconvenant, onder meer met betrekking tot het masterplan en de parkeerregeling. Het project heeft een initiële looptijd van 10 jaar.
Implementatie van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het Brownfielddecreet van 30 maart 2007 wil investeerders en projectontwikkelaars aanzetten tot de herontwikkeling van braakliggende of onderbenutte terreinen (brownfields). Het decreet voorziet dat actoren met de Vlaamse Regering een brownfieldconvenant sluiten dat recht geeft op incentives en faciliterende maatregelen. De Vlaamse Regering hecht haar definitieve goedkeuring aan het Brownfieldconvenant 270 “Gent – Koopvaardijlaan” met het oog op de ondertekening ervan. Het project betreft de herontwikkeling van een site van ongeveer 12.000 m² in het noorden van Gent, met onder meer de voormalige Mazda-garage en een aanpalende site. De herontwikkeling voorziet een gemengd stedelijk project met hoofdzakelijk kantoorfuncties, aangevuld met mogelijke studentenhuisvesting of een onderwijsfunctie. De ontwikkeling gebeurt conform het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan en houdt rekening met infrastructuurprojecten in de omgeving, zoals de uitbreiding van spoorweginfrastructuur en de aanleg van bovenlokale wegen. Een deel van de gronden wordt daarbij overgedragen aan de Vlaamse overheid voor opname in het openbaar domein. Tijdens de publieke consultatie werden geen bezwaren ingediend, maar het convenant werd wel aangepast met de toevoeging van twee nieuwe actoren die instaan voor de verdere ontwikkeling van het project. Het project zet in op duurzaamheid, onder meer via certificeringstrajecten voor gebouwen en aandacht voor waterbeheer en overstromingsgevoeligheid. Het project heeft een initiële looptijd van 10 jaar.
Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO): subsidiëring programma bilaterale onderzoekssamenwerking
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Na advies van de Raad van State keurt de Vlaamse Regering definitief een wijziging goed aan het besluit van 10 november 2011 over de subsidiëring via het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO), voor het programma voor bilaterale onderzoekssamenwerking. De wijziging betreft een verduidelijking in artikel 16, waarbij de zinsnede “Pijler I van het Europees Kaderprogramma” wordt toegevoegd. Deze aanpassing zorgt ervoor dat het huidige beleid correct kan worden verdergezet en voorkomt onbedoelde uitsluitingen.
Beroep tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 30 september 2024 betreffende de wijziging van het gemeentelijk rooilijnplan ‘LINKEROEVER – OPENEN VAN STRATEN OP DE GRONDEN VAN IMALSO’ zoals goedgekeurd bij Koninklijk Besluit op 2 juli 1937 naar aanleiding van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2023133255. Scheldeboorden Noord (2024_GR_00525)
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering verklaart het beroep onontvankelijk tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 30 september 2024 over de wijziging van het gemeentelijk rooilijnplan ‘Linkeroever – openen van straten op de gronden van IMALSO’. Het beroep werd ingediend in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag voor de Scheldeboorden Noord. De Vlaamse Regering oordeelt dat het bestreden besluit niet valt onder de beslissingen waartegen administratief beroep mogelijk is, omdat het geen beslissing betreft over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg. Daardoor is de Vlaamse Regering niet bevoegd om zich uit te spreken over de inhoud van dit besluit en wordt het beroep onontvankelijk verklaard. Om elke schijn van belangenvermenging te vermijden, werd het dossier behandeld door de Vlaamse Regering en niet door de bevoegde minister, die zich heeft onthouden van de beslissing.
Wijzigingen regelgeving werking beslissingscomité Fonds voor Innoveren en Ondernemen en steunregelgeving TETRA, Strategische Transformatiesteun en Ecologiesteun
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van besluit dat een reeks beperkte en technische wijzigingen doorvoert in de regelgeving rond TETRA, strategische transformatiesteun (STS), het Fonds voor Innoveren en Ondernemen (FIO) en ecologiesteun. De aanpassingen hebben als doel de regelgeving flexibeler en eenvoudiger toepasbaar te maken. Zo wordt onder meer voorzien dat de uitvoeringstermijn van TETRA-projecten kan worden verlengd en dat het gebruik van externe deskundigen niet langer verplicht is. Daarnaast wordt bij strategische transformatiesteun en ecologiesteun de maximale termijn om projecten op te starten verlengd tot 12 maanden en krijgt het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) de mogelijkheid om beperkte termijnverlengingen zelf toe te kennen. Ook worden technische fouten rechtgezet en administratieve procedures vereenvoudigd. De wijzigingen aan het FIO-besluit maken onder meer digitale ondertekening eenvoudiger toepasbaar. Het ontwerp van besluit wordt voorgelegd voor advies aan de Raad van State.
Vlaams Handhavingsplatform (VHP)
Op voorstel van Vlaams minister-president Matthias Diependaele, Vlaams viceminister-president Hans Bonte, Vlaams viceminister-president Ben Weyts, Vlaams minister Zuhal Demir, Vlaams minister Caroline Gennez, Vlaams minister Jo Brouns en Vlaams minister Annick De Ridder
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van besluit dat de digitalisering van handhaving verder uitbouwt via het Vlaams Handhavingsplatform (VHP). Het besluit geeft uitvoering aan de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving en breidt het gebruik van het VHP uit naar nieuwe decreten en regelgeving, waaronder delen van de Vlaamse Codex Wonen, het Topstukkendecreet, het decreet terugkommoment en het PRO-decreet. Daarnaast worden bestaande regels aangepast om de werking van het platform te verbeteren. Zo wordt de digitaliseringsverplichting uitgebreid, worden gegevensuitwisseling en registers verder uitgebouwd en worden technische en juridische verduidelijkingen doorgevoerd, onder meer via een betere afstemming van terminologie en het structureren van gegevensstromen. Het ontwerp van besluit wordt voorgelegd voor advies aan de Vlaamse Toezichtscommissie en vervolgens aan de Raad van State.
Samenwerkingsakkoord CBAM
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
De Vlaamse Regering keurt het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest goed over het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) en machtigt de minister-president en de bevoegde minister om het akkoord te ondertekenen. Het akkoord regelt de organisatie en uitvoering van CBAM in België, in uitvoering van Europese regelgeving (EU 2023/956). De federale staat wordt aangeduid als nationale CBAM-autoriteit, die onder meer instaat voor de verkoop van CBAM-certificaten en de vertegenwoordiging van België op Europees niveau. Daarnaast worden afspraken gemaakt over de uitwisseling van informatie tussen de betrokken overheden. CBAM is een instrument van de Europese Unie dat een prijs koppelt aan de CO₂-uitstoot van ingevoerde goederen, zodat Europese en buitenlandse producenten onder gelijke voorwaarden concurreren. Het mechanisme draagt bij aan de klimaatdoelstellingen van de Europese Green Deal en de aanpak van koolstoflekkage. Daarnaast hecht de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet dat instemt met dit samenwerkingsakkoord. Het voorontwerp van decreet wordt voorgelegd voor advies aan de SERV, de Minaraad en de Raad van State.
Wijziging besluit vaststelling erkennings-, uitvoerings- en subsidiëringsvoorwaarden LEADER-gebieden: technische wijzigingen en verduidelijkingen
Op voorstel van viceminister-president Hilde Crevits
Na advies van de Raad van State, keurt de Vlaamse Regering definitief een wijziging goed van het besluit van 14 juli 2023 over de erkennings-, uitvoerings- en subsidiëringsvoorwaarden voor LEADER-gebieden. Op Europees niveau ontstond LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Economie Rurale) begin jaren ‘90 als een innovatieve methode om aan plattelandsbeleid te doen. LEADER is een subsidieprogramma voor plattelandsontwikkeling, waarbij lokale gemeenschappen zelf aan zet zijn om de lokale noden, relevante ontwikkeldoelstellingen en gewenste acties te formuleren. Via een bottom-up aanpak worden er, in daartoe afgebakende plattelandsgebieden, gebiedsgerichte visies op lange termijn, de zogenaamde Lokale Ontwikkelingsstrategieën (LOS), opgesteld en uitgevoerd. Plaatselijke publiek-private samenwerkingsverbanden, de zogenaamde Lokale Actiegroepen (LAG), creëren en realiseren deze lokale ontwikkelingsstrategieën. Met het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 werden de erkennings-, uitvoerings- en subsidiëringsvoorwaarden voor LEADER-gebieden vastgelegd. Bij de uitvoering van het besluit blijkt dat een aantal bepalingen nog verduidelijking of technische aanpassing nodig hebben. Zo wordt onder meer verduidelijkt hoe een Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) kan worden aangepast om technische fouten of onduidelijkheden te corrigeren zonder de inhoud te wijzigen. Daarnaast worden procedures verduidelijkt voor projectaanvragen door Lokale Actiegroepen (LAG), de identificatie van feitelijke verenigingen als projectpromotor, de subsidiabiliteit van voorbereidingskosten, en de bezwaarprocedure tegen beslissingen van de LAG of de beheersdienst.
Wijziging steun erkende dierenasielen
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van besluit dat de subsidievoorwaarden en vergoedingen voor erkende dierenasielen wijzigt. Erkende dierenasielen vormen een belangrijke bondgenoot in het dierenwelzijnsbeleid. Sinds 2021 kunnen erkende dierenasielen aanspraak maken op jaarlijkse werkingssubsidies, binnen de perken van de begrotingskredieten. De wijziging van het besluit volgt op een evaluatie van het bestaande systeem en wil zorgen voor een billijkere verdeling van middelen en minder administratieve lasten, met het oog op een verdere professionalisering van de sector. Daarnaast wordt het subsidiesysteem hervormd naar één forfaitaire basissubsidie op basis van algemene kwaliteitsvoorwaarden. De huidige aanvullende subsidies op basis van opvangplaatsen en geadopteerde dieren worden afgeschaft omdat ze niet altijd een correcte weergave geven van de werking. Verder worden de vergoedingen voor de opvang van in beslag genomen dieren verhoogd en wordt de regeling aangepast zodat kosten zoals vaccinaties en sterilisatie beter worden vergoed. Ook worden voorwaarden aangescherpt, onder meer rond kwaliteit, samenwerking en beschikbaarheid van de asielen. Er wordt een overgangsregeling voorzien voor asielen die door de hervorming minder subsidies krijgen. Zij ontvangen een gedeeltelijke compensatie in 2026 en 2027. Het ontwerp van besluit wordt nu voorgelegd voor advies aan de Raad van State.
Aanpassingen Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) en Decreet duurzaam beheer materiaalkringlopen en afvalstoffen: omzetting Europese regelgeving en versterking asbestafbouwbeleid
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na adviezen van de SERV, de Minaraad, de VTC en de Vlaamse Jeugdraad, hecht de Vlaamse Regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan een voorontwerp van decreet dat het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) en het Materialendecreet wijzigt. Het decreet zet in op drie grote doelstellingen. Eerst wordt de Europese regelgeving geïmplementeerd, onder meer voor batterijen en afvaltransporten en wordt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) aangeduid als bevoegde autoriteit voor bijkomende taken. Ook wordt voorzien in een programma voor de preventie van levensmiddelenafval en worden de taken rond zwerfvuilbeleid en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid juridisch verankerd. Daarnaast wordt het asbestafbouwbeleid versterkt. Zo wordt de mogelijkheid ingevoerd om een verwijderplicht op te leggen voor bepaalde asbesttoepassingen, worden termijnen voor asbestinventarisattesten vervroegd voor risicogebouwen, en wordt een aangepast asbestattest ingevoerd voor specifieke constructies. Ook worden bijkomende maatregelen genomen om de kwaliteit en opvolging van asbestinventarisatie te verbeteren. Tot slot bevat het decreet verschillende maatregelen voor vereenvoudiging en kwaliteitsborging. Zo wordt het toepassingsgebied van het Materialendecreet aangepast voor bemalingswater, wordt de definitie van bedrijfsafval verduidelijkt en worden procedures voor uitvoeringsplannen en preventieprogramma’s vereenvoudigd. Ook wordt een nieuw systeem van registratie en kwaliteitscontrole voor bepaalde actoren in de afvalketen ingevoerd en wordt de digitale gegevensuitwisseling tussen systemen verbeterd. Nu wordt het ontwerp voorgelegd voor advies aan de Raad van State.
Stopzetting subsidie opmaak gemeentelijk RUP's en Register Onbebouwde Percelen (ROP): wijzigingsbesluit
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na advies van de Raad van State, keurt de Vlaamse Regering definitief een besluit goed dat de subsidies voor gemeenten stopzet voor de opmaak en actualisatie van het gemeentelijk register van onbebouwde percelen (ROP) en voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). De maatregel geeft uitvoering aan de begrotingsopmaak 2026.
Verlenging van de beslissingstermijn voor definitieve vaststelling gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Herkenrodebossen en Wijerbos’
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering beslist de beslissingstermijn te verlengen met 60 dagen voor de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Herkenrodebossen en Wijerbos’. Het plangebied ligt op het grondgebied van Hasselt, Herk-de-Stad en Nieuwerkerken en is ongeveer 1.424 hectare groot. Het GRUP heeft als doel het versterken van de bosstructuur, het vrijwaren van landbouwruimte, het versterken van de natuurlijke structuur en het behouden van landschappelijke en erfgoedwaarden. De verlenging is nodig omdat tijdens het openbaar onderzoek verschillende adviezen, bezwaren en opmerkingen zijn ingediend. De verwerking daarvan vraagt bijkomend onderzoek, overleg met betrokken partners en aanpassingen aan onderbouwende documenten, waaronder het plan-milieueffectrapport (plan-MER). Daarnaast loopt nog overleg over het landschapsherstel in de omgeving van het Woutershof. Met de verlenging beschikt de Vlaamse Regering over een nieuwe uiterste beslistermijn tot 12 juli 2026.
Wijziging diverse besluiten sectorale regelgeving landbouw
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Sinds 1 januari 2023 is het nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van toepassing. Het nieuwe Europese rechtskader bestaat uit een reeks basisverordeningen en de gedelegeerde en uitvoeringsverordeningen daarvan. Daarnaast voorziet het Europese rechtskader de verplichting om ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen op te nemen in de sectorale regelgeving landbouw. In dit kader wijzigt de Vlaamse Regering definitief diverse besluiten van de sectorale regelgeving landbouw die onder meer betrekking hebben op rechtstreekse betalingen, op de gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, en op agromilieuklimaatmaatregelen en ecoregelingen.
Verlenging van de beslissingstermijn voor definitieve vaststelling gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Mondingsgebied Grote Nete’
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering beslist de beslissingstermijn te verlengen met 60 dagen voor de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Mondingsgebied Grote Nete’. Het plan heeft betrekking op het mondingsgebied van de Grote Nete op het grondgebied van Lier, Nijlen en Berlaar en wil onder meer de landbouwruimte vrijwaren, de waterbergingscapaciteit versterken, de natuur- en landschapswaarden verbeteren en ruimte creëren voor natuurontwikkeling en waterveiligheid. De verlenging is nodig omdat tijdens het openbaar onderzoek verschillende adviezen, bezwaren en opmerkingen zijn ingediend. De verwerking daarvan vraagt bijkomend onderzoek, overleg met partners en aanpassingen van onderbouwende documenten, waaronder het plan-milieueffectrapport (plan-MER). Met de verlenging krijgt de Vlaamse Regering extra tijd tot 12 juli 2026 om tot een goed onderbouwde definitieve beslissing te komen.
Wijziging Interregionaal Samenwerkingsakkoord preventie en beheer verpakkingsafval: voorontwerp van instemmingsdecreet
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Europese Verordening over verpakkingen en verpakkingsafval beoogt een geharmoniseerd regelgevend kader voor de hele Europese markt, met als centrale doelstellingen het beperken van de milieueffecten van verpakkingen en het bevorderen van een circulaire economie. Na advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) en de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC) wijzigt de Vlaamse Regering opnieuw principieel het Interregionaal Samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over preventie en beheer van verpakkingsafval, met als doel de bepalingen juridisch en inhoudelijk af te stemmen op deze Europese Verordening. Het nieuwe akkoord voorziet onder meer in een procedure voor producentenregistratie en goedkeuring. De Interregionale Commissie voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) krijgt hiervoor een uitgebreid takenpakket en eigen personeel. De goede elementen van het bestaande UPV-systeem voor verpakkingen blijven dankzij de wijziging van het bestaande samenwerkingsakkoord behouden. Het gewijzigde samenwerkingsakkoord voorziet ook in een minimaal juridisch kader voor statiegeldsystemen, zonder voorafname op de invoering van statiegeld. Verder worden bestaande regels rond financiële bijdragen, toezicht en sancties vereenvoudigd en geactualiseerd. Bij het niet-behalen van de doelstellingen worden sanctieheffingen ingevoerd. Handhaving gebeurt via administratieve geldboetes. De Vlaamse Regering keurt meteen ook principieel het voorontwerp van decreet goed dat met dit gewijzigd samenwerkingsakkoord instemt. Daarnaast vraagt de Vlaamse Regering aan de bevoegde minister om op Europees niveau te pleiten voor een aangepaste berekeningsmethode voor de inzamelgraad van blik, zodat alle relevante inzamelstromen correct worden meegenomen. Het ontwerp van decreet wordt voorgelegd voor advies aan de Raad van State.
Overdracht personeelsleden Departement Omgeving naar Agentschap Natuur en Bos
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering keurt definitief de overdracht goed van het centrum De Vroente in Kalmthout van het Departement Omgeving naar het Agentschap Natuur en Bos (ANB), met ingang van 1 juli 2026. Het ANB neemt het centrum over als onthaalpoort voor de Kalmthoutse Heide. De onthaalfunctie blijft behouden, terwijl de natuur- en milieu-educatieve werking wordt afgebouwd. De overdracht gaat gepaard met de overgang van drie vast benoemde personeelsleden, inclusief personeelsbudget, die momenteel in het centrum werken. Zij worden overgedragen met behoud van hun administratieve en geldelijke rechten volgens het Vlaams personeelsstatuut. Daarnaast worden ook de gebouwen en het budget voor gebouwbeheer overgedragen.
Vervoer met langere en zwaardere slepen (LZV's/eco-combi's): wijzigingsbesluit verlenging tweede proefproject
Op voorstel van Vlaams minister Annick De Ridder
Het inzetten van langere en zwaardere vrachtwagens (LZV's/eco-combi's) kan een economisch rendabele, ecologische en verkeersveilige oplossing betekenen voor een gedeelte van het vrachtvervoer over de weg. Om dit na te gaan, liep een proefproject in Vlaanderen waarbij de impact van die voertuigen op de Vlaamse wegen kon worden getest. Na een positieve evaluatie werd beslist het proefproject te verlengen en uit te breiden. Het tweede proefproject loopt tot 30 juni 2026. De Vlaamse Regering keurt definitief de verlenging goed van het proefproject met langere en zwaardere slepen (LZV) met één jaar, tot uiterlijk 30 juni 2027. Tegelijk loopt nog een breder wetgevend traject om het gebruik van LZV’s structureel te verankeren. Dit traject zal niet afgerond zijn vóór het einde van de huidige looptijd. Zonder verlenging zou er vanaf eind juni 2026 geen wettelijk kader meer bestaan voor het gebruik van LZV’s in Vlaanderen. De verlenging voorkomt dit juridisch vacuüm en biedt rechtszekerheid voor de transportsector. De extra tijd laat toe om een nieuwe en definitieve regelgeving zorgvuldig uit te werken.
Bekrachtiging en afkondiging van het decreet tot wijziging van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest, wat het versneld operationaliseren en marktklaar maken van pijpleidingeninfrastructuur betreft, aangenomen door het Vlaams Parlement op 22 april 2026
De Vlaamse regering beslist tot bekrachtiging en afkondiging van het decreet tot wijziging van het decreet van 29 maart 2024 over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest, wat het versneld operationaliseren en marktklaar maken van pijpleidingeninfrastructuur betreft. Het decreet werd aangenomen door het Vlaams Parlement op 22 april 2026
Oprichting Vlaams fonds voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en zwerfvuil
De Vlaamse Regering beslist tot bekrachtiging en afkondiging van het decreet tot oprichting van een Vlaams fonds voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Dit fonds beheert de financiële stromen uit het interregionale samenwerkingsakkoord over zwerfvuil en afvalstromen. Producenten van bepaalde zwerfvuilgevoelige producten betalen jaarlijks een bijdrage voor het zwerfvuilbeleid. De ontvangsten worden via het fonds verdeeld over gemeenten, intercommunales, provincies en overheidsinstanties. Het decreet voert ook heffingen in om het beleid rond de uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid te financieren en voorziet sancties bij het niet halen van inzamel- en verwerkingsdoelstellingen of bij te hoge reserves. Voor Vlaanderen is de OVAM aangewezen als de instelling die de verdeling van de ontvangsten van het Vlaamse aandeel in de zwerfvuilheffing over de diverse overheidsinstellingen organiseert. Het decreet werd aangenomen door het Vlaams Parlement op 22 april 2026.
Beroep tegen besluit gemeenteraad Antwerpen over aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeenteweg in kader omgevingsvergunningsaanvraag Scheldeboorden Noord
Op voorstel van Vlaams minister-president Matthias Diependaele
Op grond van het Omgevingsvergunningsdecreet wordt door derden beroep ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 30 september 2024 over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag Scheldeboorden Noord. De Vlaamse minister, bevoegd voor Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, heeft beslissingsbevoegdheid voor administratieve beroepen die worden ingesteld op grond van artikel 24 van het Gemeentewegendecreet. Annick De Ridder heeft het besluit echter mee goedgekeurd als lid van de gemeenteraad. Om elke schijn van belangenvermenging in dit dossier ter vermijden, wordt het dossier over het administratief beroep tegen het bestreden besluit van de stad Antwerpen, ter beslissing voorgelegd aan de Vlaamse Regering, waarbij Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken zich onthoudt van de beraadslaging en de beslissing. Het beroep is ontvankelijk en gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Deze beslissing wordt overgemaakt aan de indieners van het beroep, aan hun raadslieden, aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen en aan de deputatie van de provincie Antwerpen.
Bron: Vlaanderen.be - Beslissingen Ministerraad van 24 april 2026