Wijziging regelgeving over dierenwelzijn: afstemming op Vlaamse Codex Dierenwelzijn
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
De Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 vervangt sinds 1 januari 2025 de wet van 14 augustus 1986 over de bescherming en het welzijn der dieren. In dit kader wijzigt de Vlaamse Regering principieel haar regelgeving over dierenwelzijn. Om de leesbaarheid en consistentie van de regelgeving te bewaren, wordt de formulering van de bestaande uitvoeringsbesluiten in lijn gebracht met de Vlaamse Codex Dierenwelzijn. Dit wijzigingsbesluit wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Lokaal hefboomproject Natte Natuur in het kader van gebiedsontwikkeling: bijkomende verlenging uitvoeringstermijn 'Landschapspark Burchtdam Ninove'
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Een lokaal hefboomproject 'Natte Natuur' is een project dat leidt tot extra/bijkomende oppervlakte aan natte natuur in bovenlokale gebiedsontwikkelingsprocessen; hetzij door hydrologische ingrepen op verdroogde natuurterreinen, hetzij door inrichting/herstel/sanering/ontharding van terreinen die nu geen ‘groene’ functie hebben, waardoor infiltratie bevorderd wordt en waterconservering gestimuleerd wordt. De Vlaamse Regering kende op 18 december 2020 een subsidie toe aan het lokaal hefboomproject Natte Natuur in het kader van gebiedsontwikkeling 'Landschapspark Burchtdam Ninove'. Voor dit project keurde ze eerder al twee verlengingen van de voorziene uitvoeringstermijn goed, tot 1 maart 2026. De uitvoering van het project heeft door een samenloop van procedurele, technische en beleidsmatige redenen opnieuw uitstel nodig. Daarom beslist de Vlaamse Regering tot een bijkomende verlenging van de voorziene uitvoeringstermijn tot 31 december 2027.
Wijziging VLAREM III: omzetting van de BBT-conclusies voor smederijen en gieterijen
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Om de mens en het milieu tegen risico’s en hinder te beschermen bepaalt de Vlaamse Regering algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Ze kan ook milieuvoorwaarden bepalen voor niet-ingedeelde inrichtingen of activiteiten. De Vlaamse Regering wijzigt nu principieel titel III van het VLAREM van 16 mei 2014, voor de omzetting van de BBT-conclusies (best beschikbare technieken) voor smederijen en gieterijen. Beste beschikbare technieken zijn technieken die, in vergelijking met alle gelijkaardige technieken, het best scoren op milieugebied én betaalbaar zijn én technisch uitvoerbaar zijn. Titel III bevat aanvullende voorwaarden voor GPBV-installaties (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging). De aanpassingen geven uitvoering aan de Europese richtlijn Industriële Emissies (RIE). Deze richtlijn bevat algemene regels om de impact op mens en milieu van GPBV-installaties beperkt te houden. In de RIE wordt uitdrukkelijk bepaald dat de BBT-conclusies de referentie vormen voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden voor GPBV-installaties. De economische en financiële gevolgen van de te nemen maatregelen en technieken uit het besluit zijn, voor Vlaamse bedrijven die onder de toepassing ervan vallen, globaal genomen beperkt. Het wijzigingsbesluit wordt nu voor advies aan de Raad van State voorgelegd.
Omgevingsvergunningen: hervorming bevoegdheidsverdeling Vlaamse en provinciale projecten
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De vergunningverlenende overheid voor aanvragen van omgevingsvergunning wordt in grote mate geregeld via het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten. De Vlaamse Regering wijzigt nu principieel dit besluit met het oog op een meer duidelijke en logische bevoegdheidsverdeling. Het wijzigingsbesluit wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Wijziging decreet over duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet): verwerking persoonsgegevens
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering opnieuw principieel haar decreet van 23 december 2011 over het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, voor wat de verwerking van persoonsgegevens betreft. Het voorontwerp van decreet voorziet in een regeling voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het Materialendecreet en haar uitvoeringsbesluiten. Deze regeling behelst zowel de verwerking van persoonsgegevens door OVAM als verwerkingsverantwoordelijke, als de verwerking door bepaalde andere actoren die in het kader van het afval- en materialenbeleid optreden als verwerkingsverantwoordelijke: lokale besturen, inzamelaars, handelaars en makelaars van afvalstoffen en materialen, deskundigen in het kader van afvalstoffen en materialen, beheersorganismen in het kader van Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV), en organisaties die instaan voor de kwaliteitsborging van het beleid. Het betreft een eerder technische wijziging waarbij aan het Materialendecreet een nieuw hoofdstuk wordt toegevoegd, dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het Materialendecreet en haar uitvoeringsbesluiten regelt. Over dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt nog het advies ingewonnen van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Het wordt ook opnieuw voor advies voorgelegd aan de VTC en aan de Raad van State.
Controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg
Op voorstel van Vlaams minister Annick De Ridder
Na adviezen van de gewestregeringen, de Vlaamse raadgevende commissie administratie-nijverheid, de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens en de Raad van State, hecht de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan het besluit over de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. De aanleiding is de omzetting van Europese richtlijnen (EU) 2022/1999 en 2025/1801, die uniforme procedures vastleggen en de bijlagen aanpassen aan wetenschappelijke en technische vooruitgang. Het besluit regelt hoe controles gebeuren, wie bevoegd is en welke verplichtingen gelden bij inbreuken. Het bepaalt dat controles niet langer dan redelijk mogen duren en dat een controlelijst wordt gebruikt en overhandigd aan de bestuurder. Bij inbreuken moet het vervoer eerst in orde worden gebracht. Er kunnen monsters worden genomen door erkende laboratoria, op kosten van de overtreder. Bij ernstige inbreuken kan een doorrijverbod worden opgelegd, eveneens op kosten van de overtreder. Het koninklijk besluit van 19 oktober 1998 wordt opgeheven voor wat de Vlaamse bevoegdheden betreft.
Bron: Vlaanderen.be - Beslissingen Ministerraad van 12 juni 2026