Beroep tegen besluit gemeenteraad Antwerpen over aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeenteweg in kader omgevingsvergunningsaanvraag Scheldeboorden Noord
Op voorstel van Vlaams minister-president Matthias Diependaele
Op grond van het Omgevingsvergunningsdecreet wordt door derden beroep ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad van de stad Antwerpen van 30 september 2024 over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag Scheldeboorden Noord. De Vlaamse minister, bevoegd voor Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, heeft beslissingsbevoegdheid voor administratieve beroepen die worden ingesteld op grond van artikel 24 van het Gemeentewegendecreet. Annick De Ridder heeft het besluit echter mee goedgekeurd als lid van de gemeenteraad. Om elke schijn van belangenvermenging in dit dossier ter vermijden, wordt het dossier over het administratief beroep tegen het bestreden besluit van de stad Antwerpen, ter beslissing voorgelegd aan de Vlaamse Regering, waarbij Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken zich onthoudt van de beraadslaging en de beslissing. Het beroep is ontvankelijk en gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Deze beslissing wordt overgemaakt aan de indieners van het beroep, aan hun raadslieden, aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen en aan de deputatie van de provincie Antwerpen.
Vlaams beleidsplan Open Science 2026-2030: subsidies Vlaamse onderzoeksinstellingen 2026
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
In het kader van het Vlaams beleidsplan Open Science 2026-2030 kent de Vlaamse Regering 4,9 miljoen euro subsidie toe aan de Vlaamse onderzoeksinstellingen, waarvan 275.000 euro is voorzien voor de coördinatie van het netwerk door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO). De middelen zijn bedoeld voor het aanwerven en/of in dienst houden van Open Science-onderzoeksondersteuners (zoals datastewards) en specifiek IT-personeel voor Open Science-infrastructuur. De missie van het Vlaamse Open Science-beleid is om kwaliteitsvol, transparant en integer wetenschappelijk onderzoek – dat efficiënt bijdraagt aan een brede en solide kennisbasis – te versterken, om zo beter in te spelen op grote maatschappelijke uitdagingen, innovatie te versnellen, en bij te dragen aan het verhogen van de maatschappelijke en economische welvaart in Vlaanderen. De visie van het Vlaamse Open Science-beleid is om te evolueren naar Open Science-by-design tegen 2030. Het Vlaams beleidsplan Open Science 2026-2030 zet daartoe in op het structureel verankeren van Open Science en de FAIR-principes binnen het Vlaamse onderzoekslandschap. Het plan voorziet in professionele ondersteuning voor onderzoekers, stimuleert samenwerking en kennisdeling tussen instellingen, en heeft oog voor een gebruiksvriendelijke, gefedereerde infrastructuur. Er wordt ingezet op competentieontwikkeling via opleidingen, erkenning en waardering van Open Science-inspanningen, en een flexibel beleid dat inspeelt op technologische, maatschappelijke en internationale evoluties.
Toekenning strategische ecologiesteun aan Eurochem in Antwerpen
Op voorstel van Vlaams minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering kent 3 miljoen euro strategische ecologiesteun toe aan Eurochem in Antwerpen, producent van minerale meststoffen. De onderneming wil haar afgasbehandeling grondig uitbreiden door drie nieuwe scrubberinstallaties te plaatsen, aangevuld met de bestaande pilootinstallatie. Hierdoor zullen ammoniak- en stofemissies met circa 85–95% dalen, zodat wordt voldaan aan de strengste BAT-normen. Daarnaast wordt een intelligent water- en nutriëntenhergebruiksysteem ingevoerd, wat zowel waterverbruik als afvalwaterproductie aanzienlijk vermindert.
Herziening strategische ecologiesteun Bolder Industries Belgium bv in Antwerpen
Op voorstel van Vlaams minister-president Matthias Diependaele
De Vlaamse Regering kende eind 2023 één miljoen euro strategische ecologiesteun toe aan Bolder Industries Belgium bv. Bolder Industries Belgium bv focust zich op circulaire oplossingen voor de verwerking van eindelevensduur auto- en vrachtwagenbanden. Deze banden worden vandaag voornamelijk gestort, opgeslagen, verbrand of laagwaardig gerecycleerd (zonder terugwinning van koolstof). Bolder Industries zal bijna 70 miljoen euro investeren voor het jaarlijks verwerken van 30.310 ton banden tot 10.000 ton carbon black, 9.000 ton pyrolyseolie, 303 ton staal, 4.516 ton syngas en 2.456 ton restproducten. Het gebruik van een innovatief thermisch recyclageproces op basis van pyrolyse zal resulteren in een CO2-emissiereductie van 97% en een reductie van het elektriciteitsverbruik van 61% ten opzichte van de traditionele productie van virgin carbon black. Het vermijden van het verbranden van eindelevensduur banden komt overeen met een CO2-emissiereductie van 68.804 ton/jaar. Intussen werd in maart 2025 een overeenkomst ondertekend tussen het Europees Innovatiefonds (CINEA) en Bolder Industries Belgium bv en Bolder Industries Inc tot een positieve steunbeslissing en een maximaal steunbedrag van 32,3 miljoen euro. Volgend op deze positieve beslissing vanuit CINEA beslist de Vlaamse Regering, op voorstel van VLAIO, om de onderneming een bijkomend steunbedrag toe te kennen van 1 miljoen euro.
Vijfde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO5)
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele
Het decreet Duurzame Ontwikkeling bepaalt het kader voor het gecoördineerd Vlaams beleid duurzame ontwikkeling en verzekert de continuïteit ervan. Een van de bepalingen in het decreet is de opmaak van een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO). In dit kader keurt de Vlaamse Regering, na adviezen van de SERV, de Minaraad, de SALV, de SARC, de MORA, de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de VVSG, de VVP, de VLOR en de SARO, de nota 'Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling V' (VSDO5) goed. Met deze nota zet de regering verder in op een duurzame samenleving met de langetermijnvisie als kompas, de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen als rode draad en actiegerichte missies als concretisering van de strategie. De nota wordt meegedeeld aan het Vlaams Parlement.
Tweede algemene implementatie Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH): ontwerp van wijzigingsdecreet
Op voorstel van minister-president Matthias Diependaele, viceminister-president Hans Bonte, Vlaams minister Zuhal Demir, Vlaams minister Caroline Gennez en Vlaams minister Annick De Ridder
Het algemeen implementatiedecreet van 26 april 2024 maakte het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH) van toepassing op een eerste reeks decreten. Nu keurt de Vlaamse Regering, na advies van de Raad van State, de wijzigingen aan diverse decreten definitief goed, met als doel de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving. Het ontwerp van wijzigingsdecreet zet een nieuwe stap in de verdere uitrol van het KVH en maakt het KVH van toepassing op een tweede reeks decreten, met name de Vlaamse Codex Wonen, het Scheepvaartdecreet, het KLIP-decreet en het Topstukkendecreet. Daarnaast krijgt ook het KVH een eerste update, om het in sync te houden met de juridische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen in het werkveld. Met dit ontwerpdecreet worden tenslotte ook de noodzakelijke wijzigingen doorgevoerd in ieder decreet om in te stappen in het nieuwe Strafwetboek. Concreet worden de klassieke straffen ‘omgezet’ naar de nieuwe strafniveaus. Dit ontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.
Verzamelbesluit II energie en klimaat
Op voorstel van viceminister-president Hans Bonte
Na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens en van de Vlaamse Nutsregulator, hecht de Vlaamse Regering opnieuw haar principiële goedkeuring aan het verzamelbesluit II met diverse bepalingen rond energie en klimaat. Het omvat een hele reeks wijzigingsbespalingen rond energie en klimaat. Het besluit harmoniseert de beoordeling van biomassa, voert een overgangsregeling in voor bedrijven die nieuw aan de RED‑verplichtingen (Richtlijn Hernieuwbare Energie - Renewable Energy Directive) moeten voldoen, en verduidelijkt de regels rond het Noodkoopfonds. De uitbetaling van de compensatie voor het verlies aan terugleveringvergoeding bij uitvallende omvormers wordt vereenvoudigd door deze bij Fluvius te leggen. Er komen bijkomende mogelijkheden voor digitale meters en het sociaal energiebeleid wordt uitgebreid, onder meer via minimale levering voor warmtepompen, extra energiescans en een QR‑code naar de V‑test (de onafhankelijke en volledige prijsvergelijker voor energiecontracten van de Vlaamse Nutsregulator) voor schuldenvrije klanten. Verder worden de onrendabele top voor zonne- en windenergieprojecten, de premiestructuur, de call groene warmte, en de EPB/EPC‑regelgeving geactualiseerd. Het besluit bevat ook technische aanpassingen voor warmtenetten, ventilatie‑eisen, renovatieverplichtingen en de erkenning van energiedeskundigen en opleidingsinstellingen. Het besluit wordt voor nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.
Wijziging Onroerenderfgoeddecreet: subsidies en erfgoedlening
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
Het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid voorziet diverse financieringsinstrumenten om de erfgoedsector te ondersteunen. Zo speelt de Erfgoedlening in op de investeringen die nodig zijn voor totaalrenovatie, gebruik, restauratie en herbestemming van erfgoed. De lening heeft als doel om een alternatief te bieden voor de erfgoedpremies, die vaak met langere procedures en wachtlijsten gepaard gaan. De Vlaamse Regering hecht nu, na adviezen van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend Erfgoed (SARO) en van de Raad van State, haar definitieve goedkeuring aan het ontwerpdecreet dat het Onroerenderfgoeddecreet (2013) wijzigt voor subsidies aan actoren en de Erfgoedlening. Daarmee wil ze de duurzaamheid en rechtszekerheid van de erfgoedlening waarborgen, het regelgevend kader van de lening uitdiepen, en de erfgoedlening positioneren als onderdeel van de ruimere financieringsinstrumenten binnen het beleidsdomein Onroerend Erfgoed. Daarnaast wordt een artikel aangevuld zodat ook andere actoren, die bijdragen aan het onroerenderfgoedbeleid, subsidies kunnen krijgen. Het ontwerpdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.
Verruiming projectsubsidies onroerend erfgoed: wijziging Onroerenderfgoedbesluit, Varenderfgoedbesluit en besluit Vlaamse erfgoednetwerken
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
De projectsubsidies voor archeologisch syntheseonderzoek, educatie en publiekswerking zijn een succes omdat ze kennis omzetten in inspiratie en erfgoed vertalen naar verhalen. Ze capteren de resultaten van het onroerenderfgoedbeleid en maken deze toegankelijk voor een breder publiek. Deze instrumenten kunnen echter nog breder ingezet worden. Daarom wijzigt de Vlaamse Regering, na adviezen van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend Erfgoed (SARO) en van de Raad van State, definitief het Onroerenderfgoedbesluit (2014), het Varenderfgoedbesluit (2015) en het besluit over Vlaamse erfgoednetwerken (2023), wat betreft de project- en beheerssubsidies en de onderhouds- en beheerspremies. Deze wijziging verruimt de projectsubsidies en schept zo de nodige flexibiliteit om meer actoren en doelgroepen te bereiken en in te spelen op beleidsprioriteiten. De twee vaste modules (archeologisch syntheseonderzoek en educatie en publiekswerking) waarbinnen projectsubsidies aangevraagd kunnen worden, verdwijnen; oproepen kunnen voortaan extra thema’s volgen op basis van beleidsprioriteiten; de lanceringsmomenten en procedures worden soepeler; er komen ook projectsubsidies voor uitzonderlijke, onvoorziene of urgente situaties; en de beoordelingscriteria leggen de klemtoon op intrinsieke kwaliteit. Daarnaast wordt de oproep Vlaamse Erfgoednetwerken facultatief en komt er een optie voor bijzondere opdrachten. Verder wordt voor varend erfgoed één vast premiepercentage van 40% ingevoerd.
Stichting Kempens Landschap en Erfgoedstichting Vlaams-Brabant: subsidie werkjaar 2026
Op voorstel van viceminister-president Ben Weyts
De Vlaamse Regering kent voor het werkjaar 2026 steun toe aan de Stichting Kempens Landschap (500.000 euro) en Erfgoedstichting Vlaams-Brabant (250.000 euro), die als regionale erfgoedportfoliobeherende organisaties een zichtbare bijdrage leveren aan de uitvoering van de beleidsnota Onroerend Erfgoed 2024-2029.
Bepaling eigenaarswaarde gronden verduidelijking: wijziging besluit aspecten planbatenheffing en besluit realisatiegericht instrumentarium
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief haar besluit over de planbatenheffing en haar besluit over het realisatiegericht instrumentarium, om de bepaling van de eigenaarswaarde van gronden te verduidelijken en te standaardiseren. Het besluit speelt in op implementatieproblemen bij de huidige waarderingsmethode, voorziet in een gestandaardiseerde waarderingsaanpak, en zorgt voor een correcte verwerking van de verwervingswaarde, het verwervingstijdstip en de bestemming op het ogenblik van verwerving. Daarnaast worden verwijzingen naar de Vlaamse Codex Fiscaliteit aangepast om overtollige en privacygevoelige gegevens te vermijden.
Herverdeling vanuit provisioneel krediet Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) naar Agentschap Landbouw en Zeevisserij
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering herschikt middelen vanuit de provisie bij Financiën & Begroting, voor het inzetten van algemene middelen door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij voor het financieren van uitgaven gerelateerd aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Het gaat om 506.000 euro vastleggingskrediet en 2,38 miljoen euro vereffeningskrediet. De middelen gaan onder meer naar de tijdelijke versterking van 'Boeren op een Kruispunt vzw', naar verschillende projecten en onderzoeken (Rammonia en SMILE), naar monitoring en IT en naar personeel.
Voorlopige vaststelling ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Lus van Henegouwen’ in Avelgem en Kluisbergen
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering beslist tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Lus van Henegouwen’ in Avelgem en Kluisbergen. De doelstelling van het GRUP is om de vereiste planologische basis te creëren voor de realisatie van het gedeelte in het Vlaams Gewest tussen het hoogspanningsstation van Avelgem en de grens met Wallonië van het project 'Boucle du Hainaut'. De vooropgestelde nieuwe verbinding (Lus van Henegouwen) maakt deel uit van het Belgische primaire elektriciteitstransportnetwerk (380 kV) en wordt dus beschouwd als een hoofdtransportleiding die wordt vastgelegd op Vlaams niveau. Deze verbinding van ruim 85km lang situeert zich vooral op Waals grondgebied. In het Vlaams Gewest beperken de toekomstige werken zich tot de gemeenten Avelgem en Kluisbergen. Na de voorlopige vaststelling wordt een openbaar onderzoek georganiseerd over het ontwerp-GRUP. Hierbij zal naast een infomoment in de betrokken gemeenten ook worden ingezet op het organiseren van gesprekken met eigenaars en bewoners die rechtstreeks betrokken zijn.
Opheffing subsidie sanering leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten en verplichte medewerking architect bij aantal vrijgestelde handelingen met stabiliteitswerken: wijzigingsbesluit
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
De Vlaamse Regering wijzigt principieel haar uitvoeringsbesluit bij het decreet met maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit en het besluit met stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, voor wat de opheffing van de subsidie voor de sanering van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten en de verplichte medewerking van een architect bij een aantal vrijgestelde handelingen met stabiliteitswerken betreft. Sinds de invoering van de steunmaatregel overstijgt de vraag de jaarlijks beschikbare middelen, waardoor de huidige globale impact van de financiële ondersteuning van saneringswerkzaamheden op het halen van de beleidsdoelstellingen eerder beperkt is. Daarom wordt de subsidie voor de sanering van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsgebouwen stopgezet. Met een wijzigingsdecreet werd ook het begrip ‘beveiligde zending’ ingevoerd om digitale gegevensuitwisseling mogelijk te maken en werd de mogelijkheid ingevoerd om beroep te doen op externe deskundigen die de nodige vaststellingen kunnen doen voor een eventuele registratie in de ‘Inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten’. Daarnaast is er ongerustheid ontstaan over de al dan niet verplichte medewerking van een architect bij een aantal vrijgestelde handelingen met stabiliteitswerken. In afwachting van een aanpassing van de federale architectenwet van 20 februari 1939 wordt nu verduidelijkt dat men een architect moet inschakelen, als men van de vrijstelling van vergunning wil genieten. Met het voorliggende besluit worden de toepasselijke uitvoeringsbesluiten hierop aangepast. Dit wijzigingsbesluit wordt nog voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC), en daarna aan de Raad van State.
Elektronische monitoring luchtzuiveringssystemen in kader van ammoniakemissiereducerende maatregelen: wijzigingsbesluit
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Ammoniakemissiereducerende maatregelen vormen voor veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties een manier om te voldoen aan de reductiedoelstellingen die hun opgelegd worden in het kader van het stikstofdecreet van 24 januari 2024. Eén van de meest performante types maatregelen zijn de luchtzuiveringssystemen die de stallucht zuiveren van ammoniak. De Vlaamse Regering past nu principieel de regels voor luchtzuiveringssystemen aan, waarbij ook oudere, reeds geïnstalleerde luchtzuiveringssystemen, moeten voldoen aan bepalingen die een degelijke elektronische monitoring toestaan. Daarnaast worden ook de rollen en de verantwoordelijkheden van andere hierbij betrokken partijen, zijnde de dataleverancier en de onderhoudspartij, verder verduidelijkt. Tevens wordt ook een aanpassing doorgevoerd aan de regeling van de werking van het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt, meer bepaald wat betreft de vergoedingen voor de leden hiervan. Dit wijzigingsbesluit wordt voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens en daarna aan de Raad van State. Het wordt ook meegedeeld aan de Europese Commissie.
Verzamelbesluit landbouw
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Na advies van de Raad van State wijzigt de Vlaamse Regering definitief diverse besluiten van de sectorale landbouwregelgeving. Het besluit voert meerdere inhoudelijke aanpassingen door binnen het landbouwbeleid. Een belangrijk deel van de wijzigingen focust op administratieve vereenvoudiging. Daarnaast worden in verschillende subsidieregelingen uniforme bepalingen opgenomen over het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten. Verder verduidelijkt het besluit voorwaarden, procedures en definities in uiteenlopende besluiten, onder meer over subsidies, steunmaatregelen, bezwaarprocedures en uitvoeringsmodaliteiten. In meerdere regelgevingen worden administratieve lasten verminderd en procedures beter afgestemd op de praktijk, bijvoorbeeld door elektronische indiening toe te laten of bewijsstukken te vereenvoudigen.
Uitrijden kunstmeststoffen: wijziging VLAREME, het uitvoeringsbesluit bij het Mestdecreet
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Het Mestdecreet van 22 december 2006 bepaalt dat bij het uitrijden van kunstmeststoffen op de buitenste werkgang van percelen, een kantenstrooier gebruikt wordt voor wat betreft het opbrengen van vaste kunstmest, en een toestel dat uitgerust is met een driftreducerende techniek voor wat betreft het opbrengen van vloeibare kunstmest. Aan de Vlaamse Regering wordt de bevoegdheid gedelegeerd om te kunnen omschrijven waaraan deze kantenstrooier of driftreducerende techniek moet voldoen, evenals om even performante alternatieven voor de opbrenging te bepalen. De Vlaamse Regering wijzigt daarom nu, na advies van de Raad van State, definitief VLAREME, het uitvoeringsbesluit bij het Mestdecreet, om uitvoering te geven aan deze delegatie. De wijzigingen regelen de voorwaarden waaraan de kunstmeststrooiers en de driftreducerende technieken moeten voldoen.
Wijziging Decreet Integraal Waterbeleid: uitzondering op het achteruitgangsverbod voor de verplaatsing van verontreinigd water of sediment
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Bij de aanleg van riolering, wegen en woningen of bij bodemsaneringen en de uitvoering van bepaalde natuurherstelmaatregelen is tijdelijke bemaling vaak nodig om droog en veilig te kunnen werken. Wanneer dit bemalingswater verontreiniging zoals PFAS bevat, kan dit leiden tot problemen bij de vergunningverlening voor de lozing van het bemalingswater. Dit kan zelfs gelden als er geen netto toename van verontreiniging optreedt, maar enkel een verplaatsing van de verontreiniging binnen een natuurlijk verbonden watersysteem, omdat op het nieuwe lozingspunt een achteruitgang van de toestand kan optreden. Bij de verplaatsing van sediment speelt een gelijkaardige problematiek. Tijdens de Europese onderhandelingen over de herziening van de kaderrichtlijn Water werden deze knelpunten breed erkend. Op 23 september 2025 keurden de Europese Raad, Commissie en Parlement de herziening van de kaderrichtlijn Water goed waarin onder andere een bepaling is voorzien die de achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam als gevolg van de verplaatsing van reeds aanwezige vervuiling in water en sediment onder bepaalde voorwaarden toestaat zolang er geen netto-toename van de vervuiling is. De Vlaamse Regering wijzigt nu, na advies van de Minaraad en van de SERV, opnieuw principieel haar Decreet Integraal Waterbeleid om deze Europese bepaling om te zetten in intern recht. Het voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt voor advies ingediend bij de Raad van State.
Bekrachtiging en afkondiging decreet omzetting emissiehandelssysteem (ETS2) voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en de aanvullende sectoren
De herziening van de Europese richtlijn die het systeem vaststelt voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (de ETS-richtlijn) is onderdeel van het Europese Fit for 55 pakket. Dit pakket geeft invulling aan de Europese klimaatdoelen die streven naar tenminste 55% netto broeikasgasemissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990 en netto klimaatneutraliteit tegen 2050. Om de aangescherpte reductiedoelstelling tegen 2030 en klimaatneutraliteit tegen 2050 te bereiken, werd het EU-ETS aangepast via een herziening van de ETS-richtlijn. De gewijzigde ETS-richtlijn introduceert een afzonderlijk nieuw ETS voor emissies van het energetische gebruik van brandstoffen in de sectoren gebouwen, wegvervoer en aanvullende sectoren (ETS2). Voor het ETS2 worden aparte emissieplafonds vastgesteld en aparte emissierechten geveild, waardoor ook de prijsvorming van ETS2 verschillend zal verlopen. De Vlaamse Regering beslist nu tot bekrachtiging en afkondiging van het decreet dat zorgt voor de omzetting van deze ETS2-regelgeving naar Vlaamse regelgeving. Het decreet werd op 1 april 2026 aangenomen door het Vlaams Parlement.
Bekrachtiging en afkondiging decreet met omzetting nieuwe Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie
De Vlaamse Regering beslist tot bekrachtiging en afkondiging van het decreet dat het Energiedecreet en het decreet over de operationalisering van een Vlaamse Nutsregulator wijzigt. Het gaat om de gedeeltelijke omzetting van de nieuwe Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie (EED) in Vlaamse regelgeving. De Richtlijn vertrekt vanuit de fundamentele premisse dat strategische investeringen in energie-efficiëntie de energievraag op kosteneffectieve wijze kan verminderen. Dit overkoepelende principe, het energie-efficiëntie eerst-principe (EE1st), moet worden toegepast in alle sectoren en door alle actoren, zowel privaat als publiek. Met dit wijzigingsdecreet wordt dan ook een algemene rechtsgrond ingevoerd voor de Vlaamse Regering om de verplichting op te leggen om energie-efficiëntieoplossingen te beoordelen in het kader van belangrijke investeringsbeslissingen. De Vlaamse Regering wordt ook gemachtigd om uitzonderingen op de verplichting vast te stellen en om te bepalen welke maatregelen gelijk worden gesteld met het uitvoeren van de beoordeling. Daarnaast wordt een rechtsgrond gecreëerd voor de Vlaamse Regering om verplichtingen op te leggen aan de Vlaamse overheid, de provincies en gemeenten met betrekking tot de toepassing van het EE1st-principe. Het decreet omvat onder meer bepalingen rond energiebesparingsverplichting in de publieke sector, energie-audits en -managementsystemen, monitoring van het energieverbruik van datacenters, warmteplanning, en energie-efficiëntie op het distributienet. Het decreet werd op 1 april 2026 aangenomen door het Vlaams Parlement.
Bekrachtiging en afkondiging van decreet dat instemt met overeenkomst met Frankrijk over de waterbeheersing in de zone Duinkerke-Veurne-De Moeren bij ernstige hoogwaterstand
De Vlaamse Regering beslist tot bekrachtiging en afkondiging van het decreet dat instemt met de overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en de Franse Regering over de waterbeheersing in de zone Duinkerke‑Veurne‑De Moeren bij ernstige hoogwaterstand, ondertekend te Rijsel op 2 juni 2025. De overeenkomst heeft tot doel een tijdelijk gedeelde afwatering te organiseren om wateroverlast in de Moeren te beperken door een extra afvoercapaciteit via het Canal de Furnes (Veurnevaart) in Duinkerke, en legt de verantwoordelijkheden vast voor de bouw van een noodpompstation in het Vlaamse Gewest en een schuifconstructie in Frankrijk. Het instemmingsdecreet werd op 1 april 2026 aangenomen door het Vlaams Parlement.
Voortgangsrapport PAS 2025 en Evaluatie drempelwaarden beoordelingskaders Stikstofdecreet
Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns
Bron: Vlaanderen.be - Beslissingen Ministerraad van 03 april 2026