03/01/2020

Afvalcijfers 2018 bevestigen positieve tendensen maar beklemtonen noodzaak aan meer en betere selectieve inzameling

Terug naar artikeloverzicht

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) publiceerde op 20 december 2019 de afvalcijfers 2018 van onze Vlaamse bedrijven en gezinnen. De recyclagegraad van het Vlaamse afval blijft uitzonderlijk hoog: 65% van het huishoudelijk afval , 68% van het productie-afval uit onze industrie en 79% van het totale bedrijfsafval krijgt vandaag een tweede leven. De gestage krimp van onze huishoudelijke afvalberg zet zich verder en de toename van het bedrijfsafval was beduidend lager dan onze economische groei. Toch liggen er nog heel wat mogelijkheden voor het grijpen. Verboden op wegwerpplastics en nieuwe selectieve inzamelmogelijkheden en verplichtingen voor burger en bedrijf moeten de volg ende  jaren de weg wijzen naar een lagere  materialen- en klimaatvoetafdruk.

Huishoudelijk afval 2018 

Vlaanderen produceerde in 2018 3.087.209 ton huishoudelijk afval, ofwel 468,5 kg per Vlaming.  De dalende trend in onze afvalproductie die sinds 2008 is ingezet, zet zich dus verder. In 2018 was er per Vlaming 0,8 kg afval minder dan in 2017. De hoeveelheid restafval bleef in 2018 identiek aan 2017, met 145,6 kg/inwoner. Ten opzichte van 2013 is dat nog altijd een mooie daling, maar het restafvalcijfer moet verder naar beneden. Het Vlaams streefcijfer is om de hoeveelheid te beperken tot 138 kg/inwoner in 2022.  

69% van dat huishoudelijk afval zamelen we selectief in. 65% gaat ook daadwerkelijk naar recyclage, compostering of hergebruik. De overige 4% zijn afvalstoffen die we om milieuhygiënische redenen selectief inzamelen maar niet kunnen recycleren  (denk bijvoorbeeld aan klein gevaarlijk afval of asbesthoudend afval) of de gekende verliezen die ontstaan bij de recyclage van pmd, banden, batterijen, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (aeea). Het betekent in de praktijk dat 93,7% van alle afvalstoffen die we selectief inzamelen ook effectief naar recyclage, hergebruik of compostering gaan. Een erg hoog percentage dat nogmaals het belang van een goede bronsortering van afval onderstreept.  

De totale hoeveelheid selectief ingezameld afval nam lichtjes af in 2018 (-0,7 kg/inwoner in t.o.v. 2017). Dat lag voornamelijk aan een daling van het gft-afval, papier en karton en bouw- en sloopafval. Aan de andere zijde stelden we een stijging vast van de selectief ingezamelde kunststoffen buiten de pmd-fractie (als gevolg van de verplichting om harde kunststoffen op recyclageparken selectief in te zamelen) en van houtafval. 

 


 
 De OVAM verwacht dat de hoeveelheid restafval de volgende jaren verder zal dalen en het selectief ingezamelde afval terug zal toenemen als gevolg van een aantal nieuwe maatregelen.
Op 1 januari 2019 gingen bijvoorbeeld de nieuwe sorteerregels inzake gft in, die bepalen dat dierlijk keukenafval niet langer in het restafval moet. En in het voorjaar van 2019 zagen de eerste projecten met de uitgebreide pmd-zak het levenslicht, waarin alle huishoudelijke plastic verpakkingen mogen. Ongeveer 1 op de 4 Vlamingen had in 2019 al toegang tot deze uitgebreide pmd-zak. Dat aandeel wordt in 2020 gevoelig opgedreven. In de loop van 2021 moeten alle Vlamingen toegang hebben tot de uitgebreide inzameling van kunststof verpakkingsafval. De maatregel heeft het potentieel meer dan 50.000 ton kunststofafval per jaar uit het restafval te halen. Vanaf 2020 zullen we ook de effecten zien van een aantal maatregelen uit het verpakkingenplan, zoals het verbod op het gebruik van gratis plastic draagtassen, wegwerpbekers en cateringmateriaal.

De volgende jaren zullen we nog meer aandacht moeten besteden aan het organisch afval dat nog in het restafval zit. Met dit materiaal kunnen we perfect biogas, compost en digestaat
(bodemverbeteraar) maken. Bovendien verplichten de Europese regels ons vanaf 2023 alle organisch-biologisch afval uit het restafval te halen.

 

 

Beleidsmatig is het echter interessanter te kijken naar de bedrijfsafvalcijfers zonder bouw- en sloopafval, slibafval en grond (de blauwe balken in de infografiek). Voor deze laatste afvalstromen mikt Vlaanderen immers niet op afvalvermindering, omdat verbouwingen nu eenmaal nodig zijn om tot een materiaal- en energie-efficiënter gebouwenpark te komen en omdat het Vlaamse milieubeleid een verhoogde aansluitingsgraad op het rioleringennet en een doorgedreven bodemsaneringsbeleid ambieert. Deze ambities verhogen uiteraard ook de totale hoeveelheid primair bedrijfsafval.

In de figuur zien we duidelijk de effecten van de economische crisis in de periode 2007/2011. Nadien zien we een gestage stijging van de hoeveelheid primair bedrijfsafval. Aangezien dit
vooral bestaat uit procesgebonden afvalstoffen stijgt de hoeveelheid bij een aantrekkende economie. Dat ‘reguliere’, procesgebonden bedrijfsafval (excl. grond, slib en bouw- en sloopafval) kent ook in 2018 een lichte toename met 171.000 ton t.o.v. 2016. Deze toename houdt grotendeels gelijke tred met de economische groei in de periode 2017-2018.

Meer zelfs, als we de trendlijn van het primair bedrijfsafval vergelijken met de evolutie van het BBP, stellen we een relatieve ontkoppeling vast van de afvalproductie t.o.v. de economische
groei. Hierin speelt de verhoging van het aandeel van de dienstverlening in het BBP zeker een rol.  Deze sector produceert immers relatief weinig afval ten opzichte van de industrie. Anderzijds maken ook product-dienst-combinaties (een klein) deel uit van de dienstensector en kunnen deze ook een effect hebben.

 

 

De recyclagegraad van ons Vlaams bedrijfsafval blijft zeer hoog. 79% van het primaire bedrijfsafval en bedrijfsgrondstoffen krijgen een tweede leven, 68% als we het bouw- en sloopafval buiten beschouwing laten.

 

De grootste uitdaging voor Vlaanderen bestaat erin de evolutie van het bedrijfsrestafval te kenteren. In 2018 produceerden onze bedrijven voor de tweede keer op rij terug meer bedrijfsrestafval. De hoeveelheid nam toe met 65.000 ton t.o.v. 2016 en zelfs met 191.000 ton t.o.v. 2014.

 

 

Vlaanderen heeft als doel om de hoeveelheid bedrijfsrestafval met 15% te doen afnemen t.o.v. 2013. Na toepassing van een tewerkstellingscorrectie blijkt dat het bedrijfsrestafval in 2018  met 1% gestegen was t.o.v. 2013. (Deze doelstelling wordt om redenen van nauwkeurigheid berekend op basis van data van de afvalinzamelaars en niet op basis van de IMJV data.) 

Vooral in de gezondheidszorg (84% restafval), de horeca (81%), basisonderwijs (89%) secundair (78%) en hoger (68%) onderwijs, administratieve activiteiten van de overheid (76%) en in de bouwsector (slechts 39% restafval maar wel een totale hoeveelheid van 89.000 ton) liggen er nog heel wat mogelijkheden.

Uit analyses van de inhoud van rolcontainers voor bedrijfsrestafval blijkt dat deze nog voor 52% recycleerbaar materiaal bevatten (waarvan 29% verplicht selectief ingezameld moet worden). Afzetcontainers voor bedrijfsrestafval bevatten zelfs nog 57% recycleerbaar materiaal (waarvan 44% selectief in te zamelen). 15% minder bedrijfsrestafval tegen 2022, zoals Vlaanderen vooropstelde, moet dus zeker haalbaar zijn.

Conclusies

Hoewel de globale evoluties zeer positief zijn, schuilen er in deze cijfers enkele uitdagingen die we de volgende jaren moeten aanpakken of een goede opvolging vergen. Vlaanderen heeft immers de ambitie een circulaire economie te worden waarbij materialen maximaal in gesloten kringlopen blijven. Het voorbije jaar zagen we bovendien dat inzetten op minder materialengebruik en maximale materiaalrecyclage ook significante klimaatwinsten kan opleveren, aangezien 60% van onze klimaatvoetafdruk materialen-gerelateerd is.

Inzetten op materialenbeheer en recyclage werd dan ook terecht mee opgenomen in het Vlaamse klimaatplan. De OVAM becijferde dat we 300.000 ton CO2 kunnen besparen tegen 2030
door 500.000 ton minder afval te verbranden. Dat kan alleen als we meer preventie, selectieve inzameling aan de bron en recyclage blijven stimuleren. 

Een aantal nieuwe maatregelen die in 2018 en 2019 ingevoerd werden, moeten in de loop van de volgende jaren hun effect nog aantonen. We denken daarbij aan de verplichte selectieve
inzameling van kunststoffen bij bedrijven, de nieuwe sorteerregels voor gft bij gezinnen, de maatregelen tegen wegwerpplastics of de invoering van de uitgebreide pmd-zak voor alle
huishoudelijke plastic verpakkingen.

Meer selectieve inzameling van recycleerbare fracties beklemtoont ook het belang van de creatie van extra sorteer- en recyclagecapaciteit in Vlaanderen. Vooral voor de recyclage van
kunststoffen is dat essentieel. De OVAM onderzoekt hoe de overheid dit degelijke investeringen kan ondersteunen en stimuleren.

Bijkomende maatregelen, zoals de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor matrassen en meubels en de gescheiden inzameling van organisch-biologisch afval bij bedrijven (vanaf 1 januari 2021), staan vandaag op stapel maar zijn nog niet ingevoerd. 

Het terugdringen van bedrijfsrestafval wordt een zeer belangrijke uitdaging voor de volgende jaren. De analyses wijzen duidelijk op een gemist recyclagepotentieel. Kunststoffen, organisch
biologisch afval, papier, hout en andere recycleerbare afvalstoffen komen nog te veel voor in het bedrijfsrestafval.

Daarnaast moeten we verder streven naar circulaire economie-initiatieven om procesgerelateerd afval van onze industrie te doen dalen. Een ontkoppeling van de afvalproductie van
de economische groei is een goede eerste stap, maar uiteindelijk moeten we komen tot minder materiaalgebruik en meer materiaalrecyclage.

 

Bron: De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, Vlaamse Overheid