Advies over het Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval

Gepubliceerd op 05/02/2019

De Minaraad ontving een adviesvraag naar aanleiding van de wijziging van het Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval – met name over het ontwerpdecreet tot goedkeuring hiervan.

In het eerste inleidende gedeelte van zijn advies situeert de Raad de adviesvraag en geeft hij toelichting bij het gewijzigde beleidslandschap. Voor het advies zelf hanteert de Raad een getrapte aanpak, met enerzijds aanbevelingen met betrekking tot de voorliggende wijziging van het Samenwerkingsakkoord en anderzijds aanbevelingen met betrekking tot toekomstige verwante aanpassingen aan de regelgeving en het beleid.

Wat de voorliggende ontwerpwijzigingen aan het Samenwerkingsakkoord aangaat, verwelkomt de Raad de verduidelijking van het toepassingsgebied, met name dat ook de buitenlandse (e-commerce)bedrijven die verpakkingen op de Belgische markt brengen aan dezelfde voorwaarden zullen moeten voldoen als de Belgische verpakkingsverantwoordelijken. Evenwel lopen de standpunten in Raad uiteen over de concreet voorgestelde inzamel- en recyclagedoelstellingen voor drankverpakkingen alsook over de materiaalspecifieke recyclagedoelstellingen.

De Raad ondersteunt de wijze waarop de Europese Unie de berekeningsmethodiek voor de recyclage van verpakkingsafval uitwerkt, maar vraagt, in geval van een dergelijke herziening, om de in het Samenwerkingsakkoord opgenomen recyclagepercentages te herberekenen, zonder afbreuk te doen aan het ambitieniveau. Ook vraagt de Raad om vorm te geven aan een Belgische monitoringsmethode, waarbij ruimte wordt geboden aan verfijningen. Tenslotte vraagt de Raad om werk te maken van een actieve openbaarmaking van de beschikbare gegevens.

Wat nu de verwachtbare aanpassingen aan de regelgeving en aan het beleid betreft, vraagt de Raad in de eerste plaats om het besluitvormingsproces te verbeteren, om bij een volgende wijziging van het Samenwerkingsakkoord een beleidsevaluatie toe te voegen en om samen met de overige gewesten en de federale overheid een visie op een geïntegreerd verpakkingsbeleid uit te werken. In de Raad liepen de meningen wel uiteen over de wenselijkheid van het opnemen van een definitie van “circulaire economie”.

De Raad meent dat men met het tot dusverre ingezett instrumentarium er niet in slaagt om de hoeveelheid verpakkingsafval te doen afnemen. Daarom is het positief dat er in het nu ook explicieter wordt aangegeven dat men een verhoging van het aandeel van herbruikbare verpakkingen moet bekomen en hergebruiksystemen voor verpakkingen moet bevorderen. Om dit te concretiseren, vraagt de Raad om bijkomende maatregelen uit te werken. Over de aard van deze bijkomende maatregelen lopen de meningen evenwel uiteen.

De Raad ondersteunt het voornemen van de Vlaamse Regering om inzake ecodesign, wat onder de productnormwetgeving valt, in overleg te treden met de federale overheid en hierbij te overwegen die verpakkingen uit te faseren, die moeilijk gerecycleerd kunnen worden en waarvoor technisch en economisch haalbare alternatieven beschikbaar zijn. Bij voorkeur gebeurt dit in een Europees kader.

De Raad verwelkomt ook het principe om de bijdrage van de verpakkingsverantwoordelijken aan het beheerorganisme in verhouding te stellen tot “de duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen”. Ook ondersteunt de Raad de in het vooruitzicht gestelde hervormingsplannen m.b.t. de groene-punt-tarievenstructuur. Over de mogelijke invulling hiervan lopen de meningen evenwel uit elkaar.

De Raad vraagt om bij een volgende wijziging van het Samenwerkingsakkoord de informatieplicht zo uit te breiden dat er meer inzicht ontstaat in wat er vooraan de keten gebeurt. Hij vraagt om hierbij te waken over een goed evenwicht tussen de noodzakelijke gegevens en de administratieve lasten.

De Raad stelt vast dat het kwaliteitsaspect van recyclage (hoogwaardig vs. laagwaardig) nog niet vervat zit in de regelgeving. Over hoe men hiermee concreet zou moeten omgaan verschillen evenwel de meningen.

Tenslotte vraagt de Raad om in overleg met de betrokken actoren de reikwijdte van de producentenverantwoordelijkheid inzake verpakkingen/verpakkingsafval bij te stellen, conform de gewijzigde Europese regels, alsook de principes van het verpakkings- en zwerfvuilbeleid 2.0 van de Vlaamse regering.

Klik hier voor het advies

 

Bron: Minaraad, Vlaamse Overheid