Vlaanderen werkt momenteel een kader uit voor de uitdienstname van delen van het gasdistributienet. Dat roept belangrijke vragen op: hoe vervangen we aardgas op een betaalbare manier, welke alternatieven zijn beschikbaar, wie neemt de beslissingen en hoe vermijden we dat de kosten voor een krimpend gasnet bij een steeds kleinere groep gebruikers terechtkomen?
In hun gezamenlijk advies over de omzetting van het Europese gaspakket vragen de Minaraad en de SERV om de uitdienstname van het aardgasnet niet als een louter technische netoefening te bekijken, maar als onderdeel van een bredere Vlaamse defossiliseringsstrategie. Volgens beide Raden zijn uitdienstnameplannen pas geloofwaardig als ze gekoppeld worden aan duidelijke keuzes over de toekomstige warmtevoorziening en de tijdige uitbouw van betrouwbare alternatieven.
De Raden pleiten voor een transparante gebiedsgerichte aanpak, met heldere rollen voor de Vlaamse overheid, de netbeheerder, de regulator en de lokale besturen. Objectieve criteria en een duidelijke planning moeten ervoor zorgen dat burgers, bedrijven en lokale overheden weten waar ze aan toe zijn.
Daarnaast vragen de Raden aandacht voor kostenbeheersing en sociale rechtvaardigheid. Een planmatige uitdienstname kan voorkomen dat investeringen verloren gaan en dat de nettarieven voor achterblijvende aardgasklanten sterk stijgen. Huishoudens en ondernemingen moeten daarbij voldoende tijd, ondersteuning en rechtszekerheid krijgen om de overstap naar een alternatief te maken.
Tot slot vragen de Raden een regelgevend kader dat niet langer vertrekt vanuit de verdere exploitatie van aardgasinfrastructuur, maar vanuit een gecontroleerde en maatschappelijk kostenefficiënte afbouw ervan. Alleen zo kan de uitdienstname van het gasnet bijdragen aan een betrouwbare, betaalbare en klimaatneutrale energievoorziening.
Bron: Minaraad, Vlaamse overheid