Advies - Gedeeltelijke omzetting van EPBD in Vlaamse regelgeving

zonnepanelen-op-dak
Terug naar artikeloverzicht

De omzetting van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) via het Vlaams Energiedecreet mag volgens Minaraad en SERV niet beperkt blijven tot een minimale juridische aanpassingen tot 2030. In hun gezamenlijk advies vragen de Raden dat de Vlaamse Regering deze omzetting aangrijpt als het startpunt van een samenhangend implementatietraject richting een emissievrij gebouwenpark tegen 2050.
 
Daarvoor is volgens de Raden meer nodig dan nieuwe regels alleen. Ze vragen duidelijkheid over de verdere uitwerking van het Vlaams Gebouwenrenovatieplan 2050, de timing ervan en de manier waarop de voortgang van de renovatiegolf zal worden opgevolgd en bijgestuurd. Een bindende defossiliseringskalender moet vervolgens richting geven aan de uitfasering van fossiele verwarmingsketels tegen uiterlijk 2040 en aan de ontwikkeling van een emissievrij gebouwenpark tegen 2050.
 
De Raden pleiten ook voor een sterkere koppeling tussen renovatiebeleid, warmteplanning en infrastructuurontwikkeling. De voorgestelde defossiliseringskalender moet daarom niet alleen richting geven aan renovatieverplichtingen, maar ook aan uitdienstnameplannen voor het aardgasdistributienet, lokale warmte- en koelingsplannen en een coherent prijs- en fiscaal beleid. Zo kunnen investeringen van gezinnen, bedrijven, netbeheerders en overheden beter op elkaar worden afgestemd.
 
Daarnaast vragen Minaraad en SERV om de uitvoering van de EPBD sterker gebiedsgericht te organiseren. Renovatiekeuzes zouden niet uitsluitend op gebouwniveau mogen worden gemaakt, maar ook rekening moeten houden met de ruimtelijke context, beschikbare warmtebronnen, collectieve energiesystemen en wijkgerichte renovatiestrategieën. Instrumenten zoals het EPC, de Woningpas, het renovatiepaspoort en toekomstige gebouwpaspoorten kunnen daarbij helpen om individuele keuzes beter te verbinden met bredere energie-, mobiliteits- en omgevingsdoelstellingen.
 
Een succesvolle uitvoering vraagt volgens de Raden bovendien een hechte samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus. Zij pleiten voor een actiegericht samenwerkingskader tussen Vlaanderen, de federale overheid, provincies en lokale besturen, met duidelijke afspraken over taakverdeling, financiering, timing en opvolging. Alleen zo kan worden vermeden dat de implementatie van de EPBD versnipperd of onvoldoende gecoördineerd verloopt.
 
Ook de vereenvoudiging van het regelgevend kader verdient aandacht. De Raden verwelkomen de ambitie om de residentiële EPB- en EPC-kaders op termijn samen te brengen in één geïntegreerd instrument. Dat moet burgers en bouwheren niet alleen wegwijs maken in hun verplichtingen, maar ook inzicht geven in toekomstgerichte keuzes rond energie, materialen, waterbeheer en omgevingskwaliteit. Volgens de Raden moet dit instrument bovendien nauw aansluiten bij het verplichte renovatiepaspoort.
 
Verder vragen Minaraad en SERV dat financiering, begeleiding en communicatie expliciet worden afgestemd op het langetermijnpad van de EPBD. Steunmaatregelen moeten renovaties sturen naar toekomstbestendige oplossingen, lock-ins vermijden en oog hebben voor sociale rechtvaardigheid. Daarbij is bijzondere aandacht nodig voor kwetsbare huishoudens, huurders, mede-eigendommen en niet-residentiële doelgroepen. Ook éénloketsystemen moeten verder worden uitgebouwd zodat alle renovatiedoelgroepen de weg vinden naar begeleiding en ondersteuning.
 
Tot slot benadrukken de Raden het belang van tijdige en consistente communicatie. Burgers, eigenaars, huurders, kopers en bouwprofessionals moeten ruim vooraf duidelijkheid krijgen over de doelstellingen richting 2040 en 2050, de toekomstige labels en energiescores, de beschikbare steunmaatregelen en de verschillende renovatie- en defossiliseringspaden.


Klik hier voor het advies

 

 

Bron: Minaraad, Vlaamse overheid