Advies - De omzetting Richtlijn Industriële Emissies 2.0

emissie
Terug naar artikeloverzicht

In hun gezamenlijke advies over de omzetting van de Richtlijn Industriële Emissies 2.0, waren de Minaraad, SALV en SERV in de eerste plaats positief over het participatietraject dat voorafging aan deze uitvoeringshandeling. Een dergelijke aanpak verhoogt niet alleen het draagvlak, maar draagt ook bij aan een hogere kwaliteit van de uiteindelijke regelgeving.

In het RIE2.0-kader wordt, naast ‘trillingen’ en ‘geluid’, nu ook ‘geur’ expliciet opgenomen als verontreinigingsfactor. Deze aanvulling is begrijpelijk, aangezien geur eveneens een invloed kan hebben op de gezondheid, de milieukwaliteit en de belevingswaarde. Sommige raadspartners pleiten ervoor deze bredere definitie van ‘verontreiniging’ enkel toe te passen op RIE-bedrijven, terwijl andere raadspartners vinden dat ook ‘lichthinder’ en ‘biologische vectoren’ daaronder moeten vallen.

Bij bijstellingen van vergunningen voor GPBV-installaties worden zowel de relevante BREF’s als de installatiespecifieke prestaties en de onderbouwingen van de exploitant meegewogen. Adviezen van technische en beleidsinstanties en de inhoudelijke dossiers van de exploitant kunnen de vergunningverlenende overheid hierbij ondersteunen. Het beoordelen van deze aangeleverde onderbouwingen zal volgens de Raden de nodige capaciteit vereisen binnen de Vlaamse administratie.

De (Vlaamse) decretale milieuaudit wordt opgeheven en vervangen door een milieubeheersysteem (MBS). Het blijft voor de Raden echter onduidelijk hoe groot de scope-uitbreiding precies is en of het een deregulering betreft ten opzichte van de huidige Vlaamse regelgeving. Zij wijzen op de voordelen van een MBS maar ook op mogelijke bijkomende lasten. Sommige raadspartners stellen daarom voor om bepaalde nieuwe MBS-verplichtingen pas in te voeren zodra de Europese regelgeving definitief is, om onnodige inspanningen en kosten te vermijden, terwijl andere raadspartners vinden dat uitstel voorbarig is: ze benadrukken dat tijdige voorbereiding belangrijk blijft voor de rechtszekerheid van ondernemingen.

De tijdelijke afwijkingen op emissie- en milieuprestatiegrenswaarden vereisen een zorgvuldige benadering. Het is belangrijk dat onderliggende analyses systematisch en transparant verlopen, en dat afwijkingen slechts tijdelijk worden toegekend, onderbouwd zijn en gepaard gaan met duidelijke monitoring- en rapportageverplichtingen, met oog voor het minimaliseren van administratieve lasten.

Daarnaast ondersteunen de Raden de openbaarheid van milieugegevens en de digitalisering van rapportage in lijn met de herziene RIE en de Europese verordening inzake het Industrial Emissions Portal. Zij vragen daarbij rekening te houden met het once-only-principe en pleiten voor een duidelijk afwegingskader voor vertrouwelijke informatie, zodat zowel transparantie als bescherming van commerciële gegevens gewaarborgd blijft.

Verschillende elementen zoals het landbouwluik zullen in een later traject verder worden uitgewerkt. De Raden vragen daarbij blijvende betrokkenheid en een duidelijke fasering om een werkbare en rechtszekere invoering van de nieuwe verplichtingen te garanderen.


Klik hier voor het advies

 

 

Bron: Minaraad, vlaamse overheid