Bevochtigen van opslaghopen

Het bevochtigen van opslaghopen zorgt ervoor dat de zeer fijne deeltjes samenklonteren tot grotere, minder verstuifbare partikels.

Om  opslaghopen te bevochtigen, worden ze  besproeid. Dit kan gebeuren door vaste sproeiers die opgesteld staan rondom de opslaghopen of door mobiele sproei-installaties die op het terrein rondrijden.

Vaste sproeiinstallaties zijn sproeipalen van het type pyloon (12 m hoog), mast (6 m hoog) of kanon (3 m hoog). De frequentie en de duur van het sproeien wordt ingesteld afhankelijk van meteorologische omstandigheden en het type goederen. Mobiele sproeiwagens worden ingezet voor het besproeien van wegen en vrije oppervlakken of voor het bijsproeien van ‘kritische’ stocks. [VITO, 2008]

    

Figuur 3: Vaste en mobiele sproeiinstallatie [VITO, 2008]

Toepassingsgebied

Het bevochtigen van opslaghopen is enkel toepasbaar wanneer vocht geen invloed heeft op de kwaliteit of de samenstelling van het product. Bij de indeling van bulkgoederen volgens stuifgevoeligheid baseert de NeR zich ook op het al dan niet bevochtigbaar zijn van het goed. Enkel voor goederen die ingedeeld worden in de stuifklassen S2 en S4 (en eventueel S5) is het besproeien van de opslaghopen toepasbaar. In praktijk komt dit ook overeen met de goederen die in open opslaghopen opgeslagen worden zoals kolen, ertsen, slakken, bouwafval, zand, e.a…

Voor sommige activiteiten is het niet gewenst om de producten te bevochtigen omdat zij droog dienen verwerkt te worden.

Opslaghopen worden best extra bevochtigd bij eendroge en/of winderige weersverwachting.

Stofemissies

De reductie van de totale stofemissies wordt geschat tussen 80-98% [EIPPCB, 2006]. Bij de TNO emissiefactoren [Mulder, 1987] wordt rekening gehouden met een reductie van 90% van de totale stofemissies na het bevochtigen van de opslaghopen.

Bij sommige materialen, zoals gips, zorgt het besproeien met water ervoor dat een korst gevormd wordt aan de oppervlakte van de hoop. Hier is de bescherming tegen stofemissies dus vergelijkbaar aan deze van het besproeien met korstvormers (zie Besproeien met bindmiddel).

Andere milieu-impact

Water

Sproeiinstallaties verbruiken zeer veel water. Door hemelwater op te vangen en in te zetten bij het besproeien, kan aan een groot deel van de behoefte voldaan worden. Echter het bevochtigen van opslaghopen is vooral noodzakelijk bij droog weer. Bij lange droge periodes zal het opgeslagen hemelwater niet meer voldoen en moet er bijkomend (indien mogelijk laagwaardig) water gebruikt worden. De exacte hoeveelheden zijn afhankelijk van de meteorologische omstandigheden en het type product.

Bij hergebruik van (gezuiverd) afstromend hemelwater en overtollig sproeiwater is de milieu-impact op het compartiment water beperkt tot afwezig.

Economische informatie

De aanleg van een bufferbekken voor de opvang van hemelwater en eventueel overtollig sproeiwater van 10.000 m³ kost ongeveer € 1.000.000 (inclusief pompinstallaties en leidingen).

Sproeipalen van 12-14 m kosten tussen de € 10.000 en € 15.000.

[VITO, 2008]