Algemene maatregelen verkeer

Stofverspreiding ten gevolge van verkeer op en vanaf het opslagterrein kan worden beperkt door:

  • het aantal verkeersactiviteiten op het terrein zo gering mogelijk te houden;
  • transport op het terrein zo mogelijk continu mechanisch of pneumatisch plaats te laten vinden;
  • autoverkeer te beperken tot verharde wegen die regelmatig schoongemaakt worden;
  • het afschermen van wegen van het onverharde terrein;
  • de snelheid van voertuigen op het terrein te beperken;
  • de wegen van het terrein te besproeien. Het besproeien van de wegen heeft volgens TNO [van Harmelen et al., 2002] een stofreducerend effect van ongeveer 50% (tussen 30-90%). De kostprijs van deze maatregel wordt begroot op < € 5 per kg gereduceerde emissie.

Stofverspreiding door voertuigen buiten het opslagterrein kan worden voorkomen door voertuigen schoon te spuiten en de banden te reinigen alvorens deze het opslagterrein verlaten (zie Reinigen wielen voertuigen en Reinigen voertuigen) en door de laadruimte zodanig te benutten, in te delen of af te dekken, dat stofverspreiding door morsgoed op wegen onmogelijk wordt.