Activiteiten laten doorgaan in functie van het weer

Grote stofemissies kunnen vermeden worden door op- en overslagactiviteiten niet te laten doorgaan onder erg ongunstige weersomstandigheden.

In de Nederlandse emissierichtlijn lucht [Infomil, 2006] staat aangegeven dat stofhinder tengevolge van laden en lossen in de open lucht moet worden voorkomen door, afhankelijk van de lokale situatie en de windrichting, overslagactiviteiten te staken indien de windsnelheid de onderstaande waarden overschrijdt:

  • voor klasse S1 en S2 goederen:        8 m/s; windkracht 4/ matige wind
  • voor klasse S3 goederen:                  14 m/s, windkracht 6/ krachtige wind
  • voor klasse S4 en S5 goederen:        20 m/s, windkracht 8/ stormachtige wind

Deze voorwaarde is opgenomen in de milieuvergunningen van alle Nederlandse vergunningspichtige op- en overslagbedrijven. Wel is het zo dat bij de handhaving de regel soepel wordt geïnterpreteerd. De activiteiten dienen in de praktijk enkel gestaakt te worden als de inspectiediensten (rivierpolitie) bij deze windsnelheden visuele stofemissies vaststellen in de vorm van stofwolken. [DCMR, 2008]

Volgens de gegevens van het meteostation in Vlissingen (Nederland) zijn de gemeten windsnelheden in 90% van de tijd lager dan 8 m/s, in 99% van de tijd lager dan 14 m/s en in meer dan 99% van de tijd lager dan 20 m/s. [Scheffen, 2002]

In de Vlaamse havens worden overslag activiteiten om veiligheidsredenen stilgelegd bij windsnelheden hoger dan 18 m/s (voor containers) en 22 m/s voor grijper/kraan activiteiten.

Toepassingsgebied

De voorgestelde maximale windsnelheden zijn afhankelijk van de stuifgevoeligheid van het product. Andere factoren die mee spelen zijn de windrichting en het gebruikte grijpertype.

Stofemissies

De stofemissies op momenten met een verhoogd risico tot stofvorming worden vermeden.

Andere milieu-impact

Geen

Economische informatie

Het stilleggen van overslagactiviteiten brengt extra kosten met zich mee: langere aanligtijden voor schepen, doorbetalen van havenarbeiders die noodgedwongen niet kunnen doorwerken, … Het is zeer moeilijk deze economische schade in te schatten omdat ze afhangt van de duur van de periode.

Wel kan gesteld dat de omstandigheden voor het stilleggen van de activiteiten bij S3, S4 en S5 goederen zeer uitzonderlijk zijn: minder dan 1% van de tijd. Voor de S1 en S2 goederen betekent dit wel dat gedurende 10% van de tijd, de activiteiten best zouden stilgelegd worden.