Lay-out van opslaghopen aanpassen

De impact van de wind op een opslaghoop is het minst als de lengterichting van de opslaghoop parallel ligt met de meest courante windrichting. In Vlaanderen is de meest courante windrichting ZW.

Naast de windrichting spelen ook de vorm van de opslaghoop een rol. Hoe kleiner de vrije oppervlakte van de opslaghoop hoe minder de impact van de wind. De vrije oppervlakte kan men onder andere beperken door:

  • slechts één hoop te vormen in plaats van verschillende opslaghopen (in de mate van het mogelijke). Twee hopen die samen dezelfde capaciteit hebben als één opslaghoop hebben 26% meer vrij oppervlak.
  • voor de optimale hellingshoek te kiezen (niet haalbaar met elk goed). Voor kegelvormige hopen is deze 55°.

Toepassingsgebied

Mogelijke beperkingen voor de aanleg van langwerpige opslaghopen parallel aan meest courante windrichting kunnen de volgende zijn:

  • geografische beperkingen (bv. rivierloop);
  • opdeling van het terrein: wegen, spoorwegen en transportbanden die over het terrein lopen ;
  • grootte en vorm van het opslagterrein;
  • grote diversiteit in de opgeslagen goederen;

In een Vlaamse context zijn nagenoeg steeds één of meer van deze beperkingen aanwezig waardoor de maatregel in praktijk zelden of nooit toepasbaar is.

Het is niet altijd haalbaar om de ideale vorm van een opslaghoop te verkrijgen:

  • het bulkgoed mag niet beginnen schuiven door een te steile hellingsgraad;
  • goederen moeten apart gehouden worden op vraag van de klanten;
  • het aanmaken van een perfect kegelvormige hoop is niet mogelijk met enkel stortbanden of een grijper.

Stofemissies

De stofemissies worden beperkt omdat de impact van de wind op de opslaghoop wordt geminimaliseerd.

Andere milieu-impact

Geen

Economische informatie

Er kunnen extra kosten verbonden zijn aan deze maatregel als de natuurlijke hoopaanmaak niet leidt tot de gewenste helling. Het respecteren van de opslagrichting in functie van de wind kan tot een lagere bezettingsgraad van het terrein leiden.