Koelinstallaties: wat veranderde recent en wat moet je doen?

Recent zijn er een aantal wijzigingen gepubliceerd in de wetgeving die een impact hebben op koelinstallaties. Hier volgt een overzicht van de wijzigingen en van de verplichtingen waaraan je moet voldoen.

Lekdichtheidscontrole

Sinds 1 januari 2015 wordt voor installaties met gefluoreerde broeikasgassen de frequentie van de lekdichtheidscontroles anders bepaald (Verordening 517/2014): tot 1 januari 2015 werd gekeken naar de nominale koelinhoud (zoals voor installaties met ozonafbrekende stoffen), maar nu wordt de frequentie bepaald aan de hand van het aantal ton CO2-equivalenten.

Verbod HCFK’s

Sinds 1 januari 2015 is het gebruik van HCFK’s (chloorfluorkoolwaterstoffen[1]) in koel-, vries-, airconditioninginstallaties of warmtepompen bovendien verboden. Koel-, vries- en airconditioninginstallaties die na 1 januari 2015 nog niet omgebouwd zijn, moeten niet afgebroken worden, maar mogen wel niet meer met R22 of andere HCFK’s worden bijgevuld. Als er zich een lek voordoet na 31 december 2014 is het dus verboden om de installatie met (nieuw geproduceerde, gerecycleerde of geregeneerde) HCFK’s aan te vullen.

Neem best een koeltechnisch bedrijf onder de arm en opteer indien mogelijk voor een gas met weinig impact op de opwarming van de aarde: natuurlijke koelmiddelen of koelmiddelen met een laag GWP (Global Warming Potential). Koelmiddelen met een hoge GWP-waarde zullen in de toekomst allicht ook dalen in aanbod en stijgen in prijs. De wetgeving blijft immers evolueren en zal strenger worden voor gassen met een hoog GWP. De Europese Unie wil snel naar een verbod voor koelvloeistoffen met een GWP > 2500. Vanaf 2020 is het verboden nog koeltoepassingen op de markt te brengen met koelmiddelen met een GWP > 2500. Vanaf dan wordt ook het gebruik van dergelijke koelmiddelen voor bestaande installaties sterk beperkt.

Wat kun je nu als exploitant doen?

Je kunt je bestaande koelinstallatie behouden en ze lekdicht maken. Maar, deze installaties mogen dan bij eventuele lekkage niet meer bijgevuld worden. De bedrijfszekerheid van de klimaatbeheersing, het koeling- of productieproces neemt daardoor sterk af. Een eigen voorraad reserve R22 mag je immers ook niet meer gebruiken.

Je kunt de bestaande koelinstallatie behouden en een alternatief koelmiddel, dat wel is toegelaten maar mogelijk technisch minder mogelijkheden biedt, kiezen. Zo kunnen in sommige situaties het energieverbruik en de persdruk stijgen, kunnen de draaitijden langer worden en kan het koelvermogen afnemen. Met «drop in» is de kost relatief laag en de interventie kan goed voorbereid worden. Die laatste is dan ook van korte duur.

Je kunt de bestaande koelinstallatie ombouwen. Afhankelijk van het type installatie en de ouderdom zal een omschakeling naar een alternatief koelmiddel uitgebreide of slechts beperkte aanpassingen met zich meebrengen. Bij gebruik van alternatieve koelmiddelen verliest de installatie over het algemeen tussen de 5 en 25% aan capaciteit ten opzichte van de originele installatie. Wanneer aanvaardbaar, moet je bij het wijzigen van koelmiddel rekening houden met wijzigingen aan de installatie, zoals het vervangen van olie, het vernieuwen van expansievoorziening en het vervangen van de pakkingen.

Je kunt ook kiezen voor een nieuwe installatie met een natuurlijk en milieuvriendelijk koelmiddel, zoals CO2 of NH3 of een nieuw koelmiddel dat energie-efficiënter is. Een installatie met bv. ammoniak (NH3, R717) als koelmiddel heeft een energetisch rendement dat minstens 20% hoger ligt dan installaties op synthetisch koelmiddel. Het koelsysteem zorgt ook voor een vermindering van de koeltijd en koeling.

Aanpassing gevaarsymbolen

Sinds 1 juni 2015 moeten verder nog de volgende gevaarsymbolen vervangen worden:

  • gevaarsymbool F, F+, Xn, T of T+ door gevarenpictogram GHS02 , GHS06 of GHS07;
  • gevaarsymbool Xn door gevarenpictogram GHS07;
  • gevaarsymbool T of T+ door gevarenpictogram GHS06.

Voorwaarden van koelinstallaties voor proceskoeling

De voorwaarden voor koelinstallaties (met inbegrip van luchtconditioneringsinstallaties en warmtepompen die een koelsysteem bevatten) zijn opgenomen in art 5.16.3.3 van VLAREM II voor de ingedeelde koelinstallaties (rubriek 16.3) en hoofdstuk 6.8 voor de niet-ingedeelde koelinstallaties.

Koelinstallaties zijn ingedeeld vanaf een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 5 kW. Ook voor niet-ingedeelde koelinstallaties worden regels opgelegd.

Welke verplichtingen van toepassing zijn voor een koelinstallatie, hangt onder andere af van welke koelmiddelen gebruik wordt gemaakt:

  • ozonafbrekende stoffen en/of gefluoreerde broeikasgassen;
  • andere koelmiddelen.

Daarnaast gelden ook verplichtingen voor airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW.

Hieronder zijn alle verplichtingen opgenomen.

 

Alle ingedeelde koelinstallaties (> 5 kW)
 

Verplichting

Wetgeving

Verbod op CFK’s en halonen
Opmerking: geldt niet voor CFK’s aanwezig in hermetisch gesloten koelsystemen met een geïnstalleerde drijfkracht ≤ 500 W
Verbod op gebruik (=bijvullen) van HCFK’s

Art. 5.16.3.3. §1
Verordening 1005/2009/EG

Constructieattest
Uitzondering: niet voor kleine installaties en installaties die voldoen aan federale reglementering (art. 5.16.3.3. §2 2°)

Art. 5.16.3.3. §2

Onderhoud door bevoegd koeltechnicus en onderhoudsregister

Art. 5.16.3.3. §3

Terugwinning van koelmiddelen bij buitenbedrijfstelling

Art. 5.16.3.3. §4

 

Ingedeelde koelinstallaties met ozonafbrekende stoffen met nominale koelinhoud ≥ 3 kg of gefluoreerde broeikasgassen > 5 ton CO2-equivalenten
 

Verplichting

Frequentie

Wetgeving

Periodieke lekdichtheidscontrole voor ozonafbrekende stoffen:

 

Verordening 1005/2009 art. 23

≥ 3 kg nominale koelinhoud

Uitzondering: niet voor hermetisch afgesloten systemen die als dusdanig zijn gemerkt en minder dan 6 kg gereguleerde stoffen bevatten

Eenmaal per 12 maanden

 

≥ 30 kg nominale koelmiddelinhoud

Eenmaal per 6 maanden

 

≥ 300 kg nominale koelmiddelinhoud

Eenmaal per 3 maanden

 

Periodieke lekdichtheidscontrole voor gefluoreerde broeikasgassen*:

Uitzondering: hermetisch afgesloten apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat in hoeveelheden van minder dan 10 ton CO2-equivalent is niet onderworpen aan lekkagecontroles mits dergelijke apparatuur als hermetisch afgesloten is geëtiketteerd.

 

Verordening 517/2014

> 5 ton en < 50 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 12 maanden
Indien lekdetectiesysteem aanwezig: om de 24 maanden

 

≥ 50 ton en < 500 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 6 maanden
Indien lekdetectiesysteem aanwezig: om de 12 maanden

 

> 500 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 6 maanden
Verplicht uitgerust met lekdetectiesysteem dat om de 12 maanden gecontroleerd moet worden

 

*Uitzondering: apparatuur die minder dan 3 kg F-gassen bevat of hermetisch afgesloten apparatuur die minder dan 6 kg F-gassen bevat, is tijdelijk – tot 31 december 2016 – vrijgesteld van lekcontroles.

Maximaal 5% lekverlies per jaar

 

Art. 5.16.3.3. §6

Bij lekverlies: binnen 14 dagen maatregelen. Controle binnen een maand na herstelling.

Bij > 10% lekverlies gedurende 2 opeenvolgende kalenderjaren: melding binnen 14 dagen aan Milieu-Inspectie en buitenbedrijfstelling binnen 12 maanden (tenzij afwijking verkregen door Milieu-Inspectie)

Bij koelinhoud > 30 kg en lekverlies > 100%: melding binnen 14 dagen aan Milieu-Inspectie

   

Documentatie:

 

Art. 5.16.3.3. §8 en Verordening 517/2014

Instructiekaart

   

Logboek:

Voor ozonafbrekende stoffen: verplicht bij > 3 kg koelmiddel.

Voor gefluoreerde broeikasgassen: verplicht bij > 5 ton CO2-equivalenten.

Opmerking:

Tot en met 31 december 2016 geldt er een vrijstelling voor het bijhouden van een logboek voor koelinstallaties die minder dan 3 kg maar 5 ton CO2-equivalent of meer aan gefluoreerde broeikasgassen bevatten.

Ook vrijstelling voor hermetisch afgesloten apparatuur die minder dan 10 ton CO2-equivalent aan gefluoreerde broeikasgassen bevat mits dergelijke apparatuur als hermetisch afgesloten is geëtiketteerd.

   

Facturen

   

Opmerking bij gefluoreerde broeikasgassen: het aantal ton CO2-equivalenten berekent u door de koelmiddelinhoud te vermenigvuldigen met de GWP (Global Warming Potential) van het aanwezige koelmiddel. De GWP vindt u in Bijlage 1 van de EU-verordening 517/2014.

 

Stel: uw bedrijf heeft een airco-installatie met een koelmiddelinhoud van 17 kg en als koelmiddel R404A. R404A is een mengeling en bestaat uit: 52% R143a, 44% R125 en 4% R134a.
De GWP wordt dan berekend als volgt: 0.52 x GWP 4470 + 0.44 x GWP 3500 + 0.04 x 1430 = 3922.
Het aantal ton CO2-equivalenten voor de installatie is: 66,7 = aantal kg koelmiddel x GWP-waarde/1000).

 

Airco’s met nominaal koelvermogen > 12 kW, gebruikt voor comfortkoeling (niet voor proceskoeling)
 

Verplichting

Frequentie

Wetgeving

Keuring:

 

Art.5.16.3.3. §3 4°

>12 kW

5–jaarlijks

 

≥ 50 kW

3–jaarlijks

 

≥ 250 kW

2–jaarlijks

 

> 12 kW en na 1 augustus 2011 geïnstalleerd:

Binnen 12 maanden na inbedrijfstelling gekeurd

 


Niet-ingedeelde koelinstallaties (< 5 kW) die gebruikmaken van ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen

Opmerking: geldt niet voor hermetisch gesloten koelsystemen met een geïnstalleerde drijfkracht van 500 W of minder

Verplichting

Frequentie

Wetgeving

Verbod op CFK’s en halonen
Opmerking: geldt niet voor CFK’s aanwezig in hermetisch gesloten koelsystemen met een geïnstalleerde drijfkracht ≤ 500 W
Het gebruik (=bijvullen) van HCFK’s is verboden

 

Art. 5.16.3.3. §1
Verordening 1005/2009/EG

Onderhoud door bevoegd koeltechnicus en onderhoudsregister

 

Art. 5.16.3.3. §3

Terugwinning koelmiddelen bij buitenbedrijfstelling

 

Art. 5.16.3.3. §4

 

Bij nominale koelinhoud ≥ 3 kg en gebruikmakend van ozonafbrekende stoffen of bij > 5 ton CO2-equivalenten en gebruikmakend van gefluoreerde broeikasgassen:

Verplichting

Frequentie

Wetgeving

Periodieke lekdichtheidscontrole voor ozonafbrekende stoffen:

 

Verordening 1005/2009 art. 23

≥ 3 kg nominale koelinhoud
Uitzondering: niet voor hermetisch afgesloten systemen die als dusdanig zijn gemerkt en minder dan 6 kg gereguleerde stoffen bevatten

Eenmaal per 12 maanden

 

≥ 30 kg nominale koelmiddelinhoud

Eenmaal per 6 maanden

 

≥ 300 kg nominale koelmiddelinhoud

Eenmaal per 3 maanden

 

Periodieke lekdichtheidscontrole voor gefluoreerde broeikasgassen:

Uitzondering: hermetisch afgesloten apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat in hoeveelheden van minder dan 10 ton CO2-equivalent is niet onderworpen aan lekkagecontroles mits dergelijke apparatuur als hermetisch afgesloten is geëtiketteerd.

 

Verordening 517/2014

> 5 ton en < 50 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 12 maanden
Indien lekdetectiesysteem aanwezig: om de 24 maanden

 

≥ 50 ton en < 500 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 6 maanden
Indien lekdetectiesysteem aanwezig: om de 12 maanden

 

> 500 ton CO2-equivalenten

Tenminste om de 6 maanden
Verplicht uitgerust met lekdetectiesysteem dat om de 12 maanden gecontroleerd moet worden

 

Maximaal 5% lekverlies per jaar

 

Art. 5.16.3.3. §6

Bij lekverlies: binnen 14 dagen maatregelen. Controle binnen maand na herstelling.

Bij > 10% lekverlies gedurende 2 opeenvolgende kalenderjaren: melding binnen 14 dagen aan Milieu-Inspectie en buitenbedrijfstelling binnen 12 maanden (tenzij afwijking verkregen door Milieu-Inspectie)

Bij koelinhoud > 30 kg en lekverlies > 100%: melding binnen 14 dagen aan Milieu-Inspectie

   

Documentatie:

 

Art. 5.16.3.3. §8

Instructiekaart

   

Logboek

Voor ozonafbrekende stoffen: verplicht bij > 3 kg koelmiddel.

Voor gefluoreerde broeikasgassen: verplicht bij > 5 ton CO2-equivalenten.

Opmerking:

Tot en met 31 december 2016 geldt er een vrijstelling voor het bijhouden van een logboek voor koelinstallaties die minder dan 3 kg maar 5 ton CO2-equivalent of meer aan gefluoreerde broeikasgassen bevatten.

Ook vrijstelling voor hermetisch afgesloten apparatuur die minder dan 10 ton CO2-equivalent aan gefluoreerde broeikasgassen bevat mits dergelijke apparatuur als hermetisch afgesloten is geëtiketteerd.

   

Facturen

   

Opmerking bij gefluoreerde broeikasgassen: het aantal ton CO2-equivalenten berekent u door de koelmiddelinhoud te vermenigvuldigen met de GWP (Global Warming Potential) van het aanwezige koelmiddel. De GWP vindt u in Bijlage 1 van de EU-verordening 517/2014.

Redactie Kluwer

[1] HCFK’s zijn gereguleerde stoffen die zijn opgenomen in groep VIII van bijlage I van de Europese Verordening nr. 1005/2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen. Chloorfluorkoolwaterstoffen worden aangeduid met R (refrigerant) gevolgd door een nummer van twee of drie cijfers. Het eerste cijfer is het aantal C-atomen - 1 (een nul wordt niet geschreven). Het tweede cijfer is het aantal H-atomen + 1. Het derde cijfer is het aantal F-atomen. De letters (a, b, c, d, e, f) achteraan verwijzen naar isomeren. Bv. R22 (chlorodifluormetaan of CHClF2). Het aantal C (koolstof)-atomen is 1, dus het eerste cijfer is 0. Het aantal H (waterstof)-atomen is 1, dus het tweede cijfer is 2. Het aantal F (fluor)-atomen is 2, dus het derde cijfer is 2.