IPPC-richtlijn en Richtlijn Industriële Emissies

De IPPC-richtlijn (Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, 96/61/EG, gecodificeerd 2008/1/EG) verplichtte de lidstaten van de EU om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT). De IPPC-richtlijn is van toepassing op alle installaties waarin één of meer van de activiteiten plaatsvinden uit bijlage I van de richtlijn.  Sinds 31 oktober 2007 moesten deze installaties voldoen aan de richtlijn.

De IPPC-Richtlijn werd opgevolgd door de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU). Deze omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met de Richtlijn grote stookinstallaties, de Afvalverbrandingsrichtlijn, de Oplosmiddelenrichtlijn en drie Richtlijnen voor de titaandioxide-industrie. De reikwijdte van de Richtlijn Industriële Emissies is uitgebreid ten opzichte van de oorspronkelijke IPPC-richtlijn. De Richtlijn Industriële Emissies is op 6 januari 2011 in werking getreden. De EU-lidstaten hadden twee jaar om de richtlijn te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. In Vlaanderen gebeurde de implementatie via titel III van het VLAREM.

In het kader van de IPPC-richtlijn en de Richtlijn Industriële Emissies worden op Europees niveau BBT-referentiedocumenten (BREFs) opgesteld. Deze BREFs geven per bedrijfstak aan wat de BBT zijn en welke milieuprestaties met de BBT haalbaar zijn. Een wijziging in de Richtlijn Industriële Emissies ten opzichte van de IPPC-richtlijn is het gebruik van BBT-conclusies.