BREF-studie intensieve veeteelt

Deze BREF heeft betrekking op de in bijlage I, punt 6.6, van Richtlijn 2010/75/EU genoemde activiteiten, namelijk „6.6. Intensieve pluimvee- of varkenshouderij”:

a) met meer dan 40 000 plaatsen voor pluimvee;
b) met meer dan 2 000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg), of
c) met meer dan 750 plaatsen voor zeugen;
 

Deze BREF heeft in het bijzonder betrekking op de volgende bedrijfsprocessen en -activiteiten:

  • beheer van voeding voor pluimvee en varkens;
  • bereiding van voeder (malen, mengen en opslag);
  • pluimvee- en varkenshouderij (huisvesting);
  • verzameling en opslag van mest;
  • verwerking van mest;
  • uitrijden van mest;
  • opslag van dode dieren.

Deze BREF heeft geen betrekking op de volgende processen of activiteiten:

- verwijdering van dode dieren; dit valt mogelijk onder de BBT-conclusies voor de sector slachthuizen en bijproducten van dierlijke oorsprong.

De studie als PDF downloaden: BBT-conclusiesVolledig rapport (EN - 18.31 MB - 898 pag.)

Contact

Bij vragen over deze studie kan u mailen naar bbt@vito.be.

Tools

De technieken uit deze en andere BREF-studies doorzoeken via de BBT-databank.

Relevante wetgeving

Deze studie is van toepassing op activiteiten die thuishoren onder volgende GPBV-rubrieken uit Bijlage 1 van VLAREM II:

  • Intensieve pluimveehouderij: 9.3.1.d)
  • Intensieve varkenshouderij voor mestvarkens: 9.4.1.d)1°
  • Intensieve varkenshouderij voor voor zeugen en gedekte jonge zeugen: 9.4.1.d)2°

De relevante Vlaamse milieuwetgeving kan u consulteren via de links naar bovenstaande rubrieken.

Gerelateerde studies

 

Gerelateerd nieuws