Hervorming emissiehandelssysteem – Raad bevestigt akkoord met Europees Parlement

Gepubliceerd op 24/11/2017

Op 22 november heeft de Raad (EU-ambassadeurs) het voorlopig akkoord bevestigd dat het Estse voorzitterschap en het Europees Parlement op 9 november hadden bereikt over de hervorming van het emissiehandelssysteem (emissions trading system - ETS) van de EU voor na 2020. De overeengekomen tekst wordt nu voor goedkeuring aan het Europees Parlement voorgelegd.

De ETS-hervorming brengt de EU dichter bij haar streefdoel tegen 2030 ten minste40% minder broeikasgassen uit te stoten, zoals afgesproken bij het klimaat- en energiekader 2030 en de Overeenkomst van Parijs.

Het hervormde systeem zal niet alleen op kosteneffectieve wijze bijdragen aan emissiereductie, het zal ook innovatie en de toepassing van koolstofarme technologieën stimuleren. Op die manier zal het ETS nieuwe mogelijkheden voor groei en banen helpen creëren en tegelijkertijd het industriële concurrentievermogen in Europa blijven beschermen.

"Met trots meld ik u dat de EU-lidstaten, na lange onderhandelingen, de hervorming van ons emissiehandelssysteem hebben goedgekeurd. Vorige week heeft de CoP23 een duidelijk traject voor de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs uitgezet en de EU houdt zich aan haar beloften van Parijs. Wij werken aan een doeltreffender ETS dat de emissies verder zal doen dalen en dat onze lucht schoner en onze bedrijven moderner en competitiever zal maken.".

Siim Kiisler, minister van Milieubeheer van Estland

 

Het herziene EU-ETS wordt sterker dankzij de volgende nieuwe elementen:

  • Ieder jaar wordt het plafond van de totale emissiehoeveelheid met 2,2% verlaagd (lineaire reductiefactor - LRF).
  • Tot eind 2023 wordt het aantal emissierechten dat in de marktstabiliteitsreserve (MSR) wordt opgenomen, verdubbeld (opnamepercentage).
  • Na 2023 zorgt een nieuw mechanisme ervoor dat het teveel aan in het MSR opgenomen emissierechten beperkt geldig is.
  • De nieuwe ETS-richtlijn zal regelmatig geëvalueerd worden, ook voor de regels over koolstoflekkage en de LRF. De Commissie zal bij elke toetsing aan de Overeenkomst van Parijs nagaan of er aanvullende beleidslijnen of maatregelen nodig zijn.
  •  

Het herziene ETS bevat een aantal bepalingen om de industrie te beschermen tegen het risico van koolstoflekkage en te voorkomen dat de uniforme correctiefactor voor alle bedrijfstakken (CSCF) moet worden toegepast. De belangrijkste bepalingen zijn:

  • Het aandeel te veilen emissierechten bedraagt 57%. Indien de CSCF wordt toegepast, daalt het te veilen aandeel met 3%, en wordt de CSCF uniform in alle sectoren toegepast.
  • De regels voor kosteloze toewijzing zijn beter afgestemd op de productieniveaus van bedrijven en de bijbehorende benchmarkwaarden zijn herzien.
  • Er komt volledige kosteloze toewijzing voor de sectoren met het hoogste risico van productieverplaatsing buiten de EU. Voor sectoren met een lager risico van koolstoflekkage zal het percentage kosteloze toewijzing 30% bedragen. Na 2026 wordt de kosteloze toewijzing voor de sectoren met een lager risico geleidelijk afgebouwd, behalve voor de sector stadsverwarming.
  • In de nieuwkomersreserve (NER) worden eerst de ongebruikte emissierechten van de lopende periode 2013-2020 en 200 miljoen emissierechten uit de MSR opgenomen. Tot 200 miljoen emissierechten zullen naar de MSR terugvloeien als ze niet worden gebruikt in de periode 2021-2030.
  • De lidstaten mogen indirecte koolstofkosten blijven compenseren, volgens de staatssteunregels. Daarnaast zijn ook de regels voor rapportage en transparantie versterkt.
  •  

Het herziene ETS wil de industrie en de energiesector vooral helpen met innovatie en investering bij de overgang naar een koolstofarme economie. Daarom worden de volgende financieringsmechanismen opgezet:

  • Het NER300-initiatief wordt herzien en zal steun blijven geven voor koolstofarme innovatie inzake hernieuwbare energiebronnen en voor koolstofafvang en -opslagprojecten. Het heet voortaan Innovatiefonds, wordt uitgebreid naar de industriesectoren (met inbegrip van koolstofafvang en -gebruik), en omvat in eerste instantie 400 miljoen uit kosteloze toewijzing en veiling afkomstige emissierechten. Het fonds kan worden uitgebreid met maximaal 50 miljoen emissierechten, in geval een voorwaardelijke vermindering van het aandeel te veilen rechten niet nodig is of maar voor minder dan 3% nodig is.
  • De veilingopbrengst van 2% van de volledige hoeveelheid emissierechten gaat naar een moderniseringsfonds, voor het stimuleren van energie-efficiëntie en de modernisering van de energiesector in lidstaten waar het bbp per hoofd van de bevolking minder dan 60% van het EU-gemiddelde bedraagt. Het fonds kan worden verhoogd met maximaal 0,5%, in geval de voorwaardelijke vermindering van het aandeel te veilen rechten niet nodig is of maar voor minder dan 3% nodig is. De middelen uit het fonds zullen vooral dienen ter ondersteuning van investeringen in opwekking en gebruik van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, verbetering van energie-efficiëntie, energie-opslag en modernisering van energienetwerken. Ook zal een rechtvaardige overgang in koolstofafhankelijke regio's worden ondersteund. Projecten voor energie-opwekking op basis van vaste fossiele brandstoffen worden uitgesloten, behalve als het gaat om stadsverwarming in lidstaten waar het bbp per hoofd van de bevolking minder dan 30% van het EU-gemiddelde van 2013 bedraagt. Wanneer van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, moeten emissierechten van ten minste gelijke waarde worden gebruikt voor investeringen die geen vaste fossiele brandstoffen betreffen ten behoeve van de modernisering van hun energiesector.
  • De lidstaten met een laag inkomen zullen ook hun energiesector kunnen moderniseren tot een maximum van 40 % van de te veilen emissierechten. Dit percentage kan worden verhoogd tot 60 % uit het solidariteitsaandeel, op voorwaarde dat een gelijk bedrag wordt overgedragen aan het moderniseringsfonds.

Tijdlijn en volgende stappen

De Europese Raad bepaalde in zijn conclusies van oktober 2014 de belangrijkste elementen van de EU-ETS-hervorming. Op basis van die richtsnoeren diende de Commissie in juli 2015 haar richtlijnvoorstel in.

Het Europees Parlement nam zijn amendementen aan tijdens de plenaire vergadering van 15 februari 2017, en de Raad keurde op 28 februari 2017 een algemene oriëntatie goed. Sindsdien vonden 6 trialogen plaats.

Nu het Coreper zijn goedkeuring heeft gegeven, moet het Europees Parlement stemmen om het akkoord in eerste lezing te bevestigen. Vervolgens zal het wetgevingsbesluit aan de Raad worden toegezonden voor definitieve aanneming.

De nieuwe richtlijn zal in werking treden op de 20e dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad.

 

Bron: © Europese Unie, 2017