Grondwettelijk hof verstrengt de vergunningsplicht voor verkavelen

Gepubliceerd op 24/05/2019

Het Grondwettelijk Hof heeft de gewijzigde definitie van verkavelingen, waardoor er geen sprake meer is van verkavelen indien men slechts één onbebouwd perceel afsplitst, vernietigd wegens schending van het standstillbeginsel (artikel 23 van de Grondwet). 

Deze wijziging werd via de Codextrein (artikel 52,4°) ingevoerd in de VCRO (artikel 4.1.1, 14° VCRO).

De gewijzigde definitie luidde:

14° verkavelen : een grond vrijwillig verdelen in twee of meer onbebouwde kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies;

De voormelde vernietiging heeft tot gevolg dat de gewijzigde definitie automatisch en met terugwerkende kracht verdwijnt uit de regelgeving en men terugvalt op de oude definitie:

14° verkavelen : een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies;

Met andere woorden, splitst men een stuk grond in twee voor de opgesomde doeleinden, geldt er nu opnieuw een verkavelingsplicht, ook als slechts één van beide percelen onbebouwd is. De vergunningsplicht geldt dus ook indien men een stuk tuinzone wil afsplitsten. 

Lees het vernietigingsarrest (nr. 80/2019 van 23 mei 2019)

 

Bron: © 2017 Ruimte Vlaanderen, Departement Omgeving