EPOC 2030-2050 project buigt zich over Belgisch energieprobleem

Gepubliceerd op 09/07/2018

Onderzoeksinstellingen slaan de handen in mekaar en buigen zich over het Belgische energieprobleem.

De ministerraad heeft in het kader van het energietransitiefonds en op aanraden van de minister voor energie, milieu en duurzame ontwikkeling Marghem, het EPOC 2030-2050 project goedgekeurd. Dit project, gecoördineerd door EnergyVille/VITO, verenigt voor de eerste keer in de geschiedenis 14 Belgische onderzoeksinstituten die gezamenlijk energiemodellen zullen ontwikkelen om de Belgische energietoekomst te bestuderen.

De uitdaging: meer dan alleen discussie over kerncentrales

Volgens de Europese doelstellingen zal België tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 35% moeten reduceren tegenover het jaar 2005 (in de sectoren die niet onder emissiehandel vallen). De energieproblematiek is dan ook prominent aanwezig in de Belgische media, waar vooral hevig gediscussieerd wordt over het al of niet openhouden van een of meerdere kernreactoren. Hoewel dit een belangrijke vraag is, zijn de uitdagingen voor een duurzame en kosteneffectieve energietoekomst veel verstrekkender dan deze vraag alleen. Zo bestaat meer dan de helft van de energievraag uit warmte, en wordt meer dan 80% van onze warmtevraag nog steeds ingevuld door fossiele brandstoffen. Ook het wegtransport is grotendeels afhankelijk van benzine of diesel, goed voor een derde van de energie- gerelateerde uitstoot. Introductie van elektrische voertuigen en warmtepompen kan de uitstoot van broeikasgassen doen afnemen, maar vormt ook een belasting van het elektriciteitsnet. Bovendien wordt de productie van elektriciteit in toenemende mate geleverd door hernieuwbare bronnen zoals zon- en windenergie, en aangezien deze bronnen niet altijd beschikbaar zijn heeft dit ook gevolgen voor de energiemarkt.

Waarom zijn energiemodellen nodig?

Gezien de complexiteit van de uitdagingen, is er nood aan energiemodellen die alle aspecten van het energiesysteem in rekening nemen. Energiemodellen berekenen wat de meest kosteneffectieve manier is om broeikasgassen te reduceren, de betrouwbaarheid van de energievoorziening te garanderen en tegelijkertijd de rekening van de consument onder controle te houden. Technologische parameters worden in rekening genomen, zoals de dalende prijs voor hernieuwbare energie of opslagtechnologieën, maar ook de regelgeving, de organisatie van de energiemarkt en het gedrag van de consument speelt hierbij een belangrijke rol.

Het EPOC 2030-2050 project

In Belgische onderzoeksinstellingen is erg veel kennis en expertise rond energiemodellering. Verschillende modellen worden gehanteerd, zoals techno-economische investeringsmodellen, energie-marktmodellen, elektriciteitsnetwerkmodellen, en modellen rond gebouwen en transport.

Het doel van het EPOC 2030-2050 project is om de expertise bij de Belgische energie-onderzoeksinstellingen te combineren door deze modellen aan mekaar te linken en de input data op elkaar af te stemmen, waarbij de aanpak en resultaten zorgvuldig worden besproken met de Belgische energiesector. Dit zal een licht werpen op de Belgische energietoekomst in 2030 en 2050 en het politieke debat ondersteunen met wetenschappelijke resultaten.

Nooit eerder sloegen zoveel academische partners de handen in mekaar om zich te buigen over het Belgische energieprobleem. Het EPOC 2030-2050 project zal worden gecoördineerd door EnergyVille/VITO, met als onderzoekspartners: imec, KU Leuven, UHasselt, ICEDD, het Federaal Planbureau, WaterstofNet, Transport & Mobility Leuven, Ugent, UMons, KMI (Het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België), UCL en ULB.

 

Bron: 2018 VITO